#Bedrijfsvoering

Certificeren omdat het moet of uit overtuiging

Kern van de chain of custody: van bos tot eindproduct is inzichtelijk waar het hout is.

Bouwbedrijven halen FSC- en/of PEFC-certificaten omdat ze daarmee aan de vraag van hun opdrachtgever kunnen voldoen, of omdat ze zich willen profileren als maatschappelijk verantwoord ondernemer. Of allebei, natuurlijk. Maar nog lang niet ieder bedrijf laat zich certificeren. Evan Buytendijk wijst op bottlenecks en schetst ontwikkelingen.

Veel aannemers hebben nog koudwatervrees als het gaat om FSC- of PEFC-certificering. Afbouwbedrijven, zzp’ers die zelf opdrachten aannemen, maar ook genoeg middelgrote bouwbedrijven laten een zogenoemd chain of custody-certificaat vooralsnog links liggen, ziet Evan Buytendijk. Waarom? Volgens de directeur van het gelijknamige ingenieursbureau in Apeldoorn (afgekort IEB), heeft dat vooral te maken met de onbekendheid met, of zeg maar gerust angst voor, de administratieve last. Wéér meer papierwerk. “Meestal valt dat uiteindelijk reuze mee”, zegt hij. “Het is juist vaak wanneer een bedrijf zich op het laatste moment wil laten certificeren omdat een opdrachtgever het nu eenmaal eist, dat het zorgt voor stresssituaties en soms ook boetes, als het niet goed gaat.”

Chain of custody

Maar dat het papierwerk met zich meebrengt klopt wel degelijk: chain of custody houdt in dat het hout van bos tot eindproduct te traceren is en dus moeten alle bedrijven die het hout verwerken een administratie van dat hout bijhouden. Dat gaat per project. Wat is er ingekocht, wat is er gebruikt en wat gebeurt er met het hout dat over is? Bouwbedrijven die niet zijn gecertificeerd, doorbreken de schakel en mogen niet claimen dat zij een project hebben opgeleverd met daarin gecertificeerd hout. Dan kan het dus zijn dat je voor een opdrachtgever die het eist, niet kunt werken. Overigens komt hierbij gelijk een pijnpunt uit de praktijk naar voren: opdrachtgevers die in een bestek vragen om gecertificeerd hout, verstrekken opdrachten ook nog vaak aan niet-gecertificeerde bouwers als blijkt dat die goedkoper zijn. Dat blijken ook overheden te doen, ondanks hun duurzaam inkoopbeleid. Buytendijk: “Er moet voor gecertificeerd hout toch vaak extra betaald worden. Mijn advies aan aannemers is daarom altijd om twee offertes te laten zien. Een met gecertificeerd hout en een zonder. Verder zouden bouwbedrijven gecertificeerd hout zelf meer kunnen inzetten als marketingtool, om zich te onderscheiden. Dat gebeurt vooralsnog weinig. Waarom? Vaak een gebrek aan tijd of de juiste informatie.”

Groepscertificaat

Terug naar die certificering. Het hangt van de grootte van het bedrijf af hoe dat wordt aangepakt. Grote bedrijven moeten naast de al genoemde projectadministratie zelf zorgen dat ze een geüpdate handboek hebben en interne trainingen en audits krijgen. Zij worden individueel gecertificeerd, wat betekent dat sleutelfiguren binnen het bedrijf worden getoetst door een certificerende instelling. Kleinere bouwbedrijven kunnen bij certificering gebruikmaken van een groepscertificaat. Daarbij nemen ingenieursbureaus zoals IEB een deel van die werkzaamheden uit handen. Buytendijk: “Wij worden dan tussenpersoon tussen bedrijf en keurmerk. De projectadministratie doet een bedrijf zelf. Wij zorgen als dienstverlener voor interne begeleiding, het handboek, trainingen en interne audits. Er zijn vier van dit soort ingenieursbureaus in Nederland.”

FSC of PEFC

Laat je je bedrijf nu certificeren voor FSC of PEFC? Er zijn in Nederland 2700 bouwgerelateerde bedrijven met een FSC chain of custody-certificaat en ongeveer 1000 bedrijven met een PEFC-certificaat. PEFC is vooralsnog dus duidelijk minder bekend, maar dat ziet Buytendijk nog wel veranderen. Buytendijk: “FSC heeft een voorsprong, omdat gemeenten allemaal een FSC-convenant hebben afgesloten. Dat is niet in lijn met andere landen binnen de EU overigens. Leidend zijn de door de TPAC goedgekeurde keurmerken en daar hoort PEFC ook bij. Met name China komt de komende jaren op de markt met veel PEFC-hout, veel plaatmateriaal. Dat is een belangrijke speler en een belangrijke ontwikkeling.”

Beeld: Ingenieursbureau Evan Buytendijk, Archief Aannemer

Dit artikel is verschenen in de Aannemer van juni 2014. Klik hier voor een (proef)abonnement.

Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.