De initiatiefnemer en hoofdaannemer van een sloop-en/of bouwproject zijn vanaf 1 januari 2024 verplicht om de omgevingsveiligheid van (een) bouwplaats(en) te borgen. Daarvoor is een nieuwe functionaris in het leven geroepen: de Veiligheidscoördinator Directe Omgeving (VDO). Aannemer ging mee met de kersverse coördinator Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC) van het Stationsdistrict Nijmegen, waar het station en de omgeving de komende jaren vernieuwd en verbouwd worden.
Het stationsdistrict Nijmegen biedt ruimte voor wonen, werken, reizen en ontspannen. Er komen 2000 woningen bij en veel voorzieningen. De gemeente steekt naar eigen zeggen veel energie in de BLVC en heeft, in samenwerking met diverse stakeholders, wat dat betreft ook de nodige aandacht voor de omgeving van de bouwplaats.
Korte lijntjes
Als BLVC-coördinator van de gemeente Nijmegen loopt Bas Timmers elke week een ronde door het plangebied om de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de bouwplaatsen te inspecteren. Als het nodig is doen de bouwende partijen aanpassingen. Volgens Timmers zijn er inmiddels korte lijntjes met de partijen die daardoor bepaalde constateringen snel oppakken. De gemeente Nijmegen probeert de hinder voor inwoners, reizigers en gebruikers zoveel mogelijk in te perken.
“‘Als team zijn we het centrale aanspreekpunt voor diverse stakeholders en uitvoerende bouw- en sloopbedrijven in het plangebied als het gaat om omgevingsveiligheid buiten de bouwhekken van circa 28 bouw- en sloopprojecten”, zegt de BLVC-coördinator vanuit zijn tijdelijke kantoor, terwijl hij zijn veiligheidsjas aantrekt. “Dit sluit aan bij de taken van de Veiligheidscoördinator Directe Omgeving (VDO) vanuit de bouwende partij.”
Risicomatrix
De opdrachtgever van een bouwproject stelt een Veiligheidscoördinator Directe Omgeving (VDO) aan als er uit een bouw- en sloopproject bepaalde risico’s voortvloeien voor de directe omgeving van de bouwplaats of bouwplaatsen. In het kader van de nieuwe Omgevingswet heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bovengenoemde functionaris bedacht en geeft daarmee op een nieuwe manier invulling aan het inventariseren, beoordelen en borgen van de veiligheid buiten de bouwhekken en in de directe omgeving daarvan.
Binnen de perimeter van de bouwplaats was en is de hoofdaannemer verantwoordelijk voor veilige en gezonde werkomstandigheden en is de zogeheten V&G-coördinator aangewezen om de uitvoerende partijen op de bouwlocatie goed te laten samenwerken. De Arbowet biedt het wetgevende kader.
Voor de veiligheid van verkeer en objecten in de directe omgeving van de bouwplaats bestond er nog niet zo’n instrumentarium en dat heeft ernstige gevolgen gehad in de praktijk. Denk hierbij aan omgevallen bouwkranen in Alphen aan den Rijn en een hijsongeval op de bouwplaats van het voormalige ministerie van VROM, waarbij een voorbijgangster overleed na geraakt te zijn door vallende steigerdelen. De Onderzoeksraad voor Veiligheid drong bij de politiek aan op maatregelen om die omgevingsveiligheid beter te borgen. De hoofdaannemer(s) en opdrachtgever vullen een risicomatrix in en als het puntenaantal 12 of meer bedraagt, moet de VDO worden aangesteld. En moet er tevens een BLVC-plan, een gecombineerd bouw/sloopveiligheid- en verkeersplan worden opgesteld.
Belangrijke punten voor borgen omgevingsveiligheid
1. Omgevingsveiligheid verdient een volwaardige rol in bouwprojecten.
2. Bouwplantoetsers en vergunningverleners mogen op basis van de Omgevingswet een VDO eisen als de risicomatrix 12 punten of meer aangeeft.
3. Bouwbedrijven kunnen personeel opleiden tot VDO.
4. Borgen van omgevingsveiligheid verdient extra werkbudget.
5. Wijs niet alleen naar anderen om te veranderen, maar verander zelf ook.
Objectieve ketenregisseur
In zijn rol als ketenregisseur heeft de BLVC-coördinator geen direct belang bij de kwaliteit, kostenbewaking en planning van de bouwprojecten. “De functionaris moet een objectieve en deskundige bemiddelaar in de keten zijn. Het doel moet zijn om met behulp van minder en schonere logistieke bewegingen ongevallen in de openbare ruimte rond de bouwplaatsen te voorkomen en minder uitstoot en hinder te veroorzaken voor de omgeving”, vertelt Bas Timmers als hij klaar staat voor zijn wekelijkse inspectieronde door het gebied.
In het Stationsdistrict Nijmegen zijn zoals gezegd tal van bouw- en sloopprojecten gaande, variërend van sloop van bestaande gebouwen en sanering van terreinen, tot nieuwbouw van woontorens, transformaties van bestaande gebouwen, het leggen van elektriciteitskabels, de bouw van een nieuwe entree van het station aan de westzijde en voor het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer aanpassingen aan het spoor en de perrons.
‘Je beheerst pas de bouwlogistiek als je de omgeving begrijpt’
Het gebied bevindt zich in een druk verkeersgebied met duizenden voetgangers, fietsers, bussen en auto’s per dag. Het is een belangrijk knooppunt met verkeersaders zoals het Keizer Karelplein, voetgangersroutes naar de binnenstad van Nijmegen, het bus-en treinstation, de Stadsschouwburg en de vier tunnelbuizen onder het spoor door.

Bas, wat is de noodzaak van de aanstelling van een Veiligheidscoördinator Directe Omgeving?
“De noodzaak is dat er één deskundig aanspreekpunt is, belast is met de veiligheid buiten de bouwhekken. Deze functionaris is nuttig als hij vanaf schets- tot en met uitvoerings- en evaluatieontwerp met deze hoofdtaak bezig kan zijn.”
Al sinds 2016 lobbyt Bas Timmers samen met de Onderzoeksraad voor Veiligheid, stichting PIANOo, Vereniging Bouw- en Woningtoezicht en het Rijksvastgoedbedrijf voor de invoering van een verantwoordelijke veiligheidsfunctionaris voor de directe omgeving van bouwplaatsen.
Waarom heeft de aanstelling van een VDO zo lang op zich laten wachten?
“De bouwsector staat over het algemeen sceptisch tegenover nog meer rollen en functionarissen. En daarnaast was er veel discussie over wie de probleemdrager is en wie dat moet bekostigen. Door onduidelijkheid over wie nu wanneer verantwoordelijk is, is deze functie in het leven geroepen en wordt duidelijk wie de Veiligheidscoördinator Directe Omgeving is tijdens de bouw.”
Er is al een V&G-functionaris voor het coördineren van de veiligheid óp de bouwplaats. Kan hij niet ook de omgevingsveiligheid voor zijn rekening gaan nemen?
“Nee, dat lijkt mij niet verstandig. Een V&G-coördinator is meestal een nevenfunctie van een projectleider die hier vaak een veiligheidskundige voor inhuurt. Deze is gespecialiseerd in de Arbowet die binnen de bouwhekken geldt. De VDO is gespecialiseerd in de Omgevingswet, Wegenverkeerswet en klimaatwetgeving, met raakvlakken naar de Arbowet, bijvoorbeeld als het gaat om bouwtransport en hijsen en heffen van bouwmateriaal. Een VDO moet fungeren als objectief en onafhankelijk ketenregisseur tussen private en publieke partijen. Dat is heel wat anders dan een V&G-coördinator die eventueel medewerkers van het bouwbedrijf binnen hun invloedssfeer sanctioneert. Een VDO’er krijgt ook te maken met stakeholders buiten zijn contractuele invloedssfeer.”

Hoe staan hoofdaannemers en opdrachtgevers tegenover de VDO?
“Onbekend maakt onbemind. Maar de aanstelling van een VDO met bijbehorend wettelijk instrumentarium is de schakel tot verbetering. Want in het openbaar gebied willen we minder vervuiling en tolereren mensen minder overlast van bouw- en sloopactiviteiten. Onderaan de streep gaat deze maatregel veel correctieve kosten voorkomen en veel meer rust en arbeidsvreugde bij uitvoerend personeel creëren.”
Is de risicomatrix niet te veel voor eigen interpretatie vatbaar?
“Dat klopt. We zien voorbeelden dat werkvoorbereiders of planschrijvers de opdracht krijgen om de scores onder de 12 punten te houden. Maar uiteindelijk is onze wetgever bij eventuele incidenten onverbiddelijk. Bij elk ongeval en/of schadegeval en elke aansprakelijkheidskwestie zal de expert naar deze matrix kijken. En als deze twijfelachtig is ingevuld, zal dit invloed hebben op de beoordeling van de aansprakelijkheid en kan een en ander bestempeld worden als verwijtbaar handelen, bijvoorbeeld ‘dood door schuld’. Jurisprudentie zal de komende tijd verbetering brengen in het te laag inschatten van de risicomatrix.”
De belangrijkste opgave lijkt mij dat er een veiligheidscultuur in de sloop -en bouwsector gaat ontstaan.
“Binnen de gemeente Nijmegen zetten we vol in op BLVC. We zetten hierin grote stappen. Met ons projectteam begeleiden wij marktpartijen op langere termijn en laten we ze stap voor stap een eigen blauwdruk van omgevingsveilig werken ontwikkelen. Met als inzet om 75 procent daarvan te standaardiseren, waarbij ze slechts 25 procent custom made maatregelen voor een project of gebied hoeven te bedenken. Daardoor gaat er een zekere rust en voorspelbaarheid ontstaan bij alle betrokkenen binnen een organisatie. Je beheerst pas de bouwlogistiek als je de omgeving begrijpt.”

