Binnenklimaatlabel maakt prestaties voor gezondheid en comfort inzichtelijk

binnenklimaatlabel
V.l.n.r. John Lens (TVVL), Remi Hompe (Binnenklimaat Nederland) en dagvoorzitter Rogier Elshout.

Op de vakbeurs Renovatie en Transformatie in Den Bosch was een sessie ingeruimd over een gezond binnenklimaat. De boodschap was helder: ‘een gezond binnenmilieu realiseren is best complex, maar het kan prima.’

Een gezond binnenklimaat is geen vanzelfsprekendheid. Remi Hompe directeur van Binnenklimaat Nederland en Gezond Binnen: “We hebben het in Nederland heel veel over de energietransitie en circulariteit. Maar primair gaat het erom dat je in een gezond gebouw wilt verblijven met een goed binnenklimaat. En daar is momenteel weinig aandacht voor.”

Hoogoplopende kosten door ongezond binnenklimaat

“Met Gezond Binnen (een coalitie van brancheverenigingen, wetenschap en bedrijven, red.) hebben we met TNO in kaart wat de impact is van een gezond binnenklimaat in Nederland. We brengen met zijn allen al snel tachtig procent van de tijd binnen door. En dan heb je te maken met verschillende vervuilende stoffen zoals fijnstof, chemische stoffen uit meubels en vocht en schimmels”, zegt Hompe.

Die vervuilende stoffen leiden tot klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid, benauwdheid, allergieën en slaapproblemen. Uit het onderzoek van Gezond Binnen kwam naar voren dat een ongezond binnenklimaat de Nederlandse samenleving jaarlijks 8,7 miljard euro kost.

Investeren in goede maatregelen

Dat bedrag is uit verschillende posten opgebouwd. Astma bijvoorbeeld heeft een directe link met het binnenmilieu. Astma kan ontstaan door een combinatie van sigarettenrook, vocht, schimmel, chemische stoffen uit verf of plastic of door een slechte afvoer. In Nederland hebben 580.000 mensen astma (kinderen en volwassenen samen, red.). Ruim 55.000 mensen krijgen per jaar de diagnose astma. Dat zijn 150 mensen per dag. De kosten van de zorg voor astma alleen, is 444 miljoen euro per jaar.

Niet alleen bij scholen, kantoren en de kinderopvang is veel te winnen, ook thuis, vertelt Rompe. “Bewoners zelf kunnen maatregelen nemen, maar corporaties natuurlijk ook. Bij een deel van het woningbezit van woningcorporaties is er schimmelproblematiek. Daar zie je dat er weinig wordt geïnvesteerd in goede maatregelen. Dat kan veel beter.”

Binnenmilieu bij nieuwbouw

Ook bij nieuwbouw is veel te winnen als het gaat om het binnenmilieu. Bij nieuwbouw gaan we nog te vaak voor de ondergrens van het bouwbesluit, vertelt Hompe. “Met alle gevolgen van dien. Het gekke is dat een goede luchtkwaliteit helemaal niet zoveel hoeft te kosten. Ik heb onlangs een nieuwbouwhuis gekocht. Ik heb mijn ventilatie geüpgrade naar een klasse A en dat heeft me maar driehonderd euro extra gekost. Wat is nou driehonderd euro op een hypotheek van 6,5 ton? Dat is helemaal niks.”

Hompe is er de man niet naar om lijdzaam toe te zien. “Met Gezond Binnen hebben we standaarden ontwikkeld voor een gezond binnenklimaat. De wetgeving gaat vooral over hoeveel lucht in de gebouwen verplaatst moet worden, maar niet over de luchtkwaliteit. Met kennisinstanties als TVVL, partijen als TNO en verschillende marktpartijen hebben we een standaard neergezet met een Klasse A, B en C. Klasse C is de ondergrens, dat is zo’n beetje het Bouwbesluit. Voor de standaard worden vragen gesteld als: wat voor eisen stel je op voor CO2, fijnstof en vluchtorganische stoffen. Dit resulteerde in een overzichtelijk document over de prestatie-eisen voor het binnenklimaat.”

Binnenklimaatlabel

Daar is later het Binnenklimaatlabel uit voortgekomen. Hompe: “We zijn in Nederland heel goed om iets op papier te zetten. Maar je moet het ook daadwerkelijk realiseren. Met het Binnenklimaatlabel willen we laagdrempelig de prestatie-eisen borgen. De nadruk ligt op gezondheid, comfort en welzijn.”

Hompe vertelt dat dit niet weer een nieuw keurmerk is, maar kwalitatief gewoon een van de beste in de markt. En de ambities zijn hoog… “Wij willen tachtig procent van de gebouwen in Nederland gaan certificeren. Dit jaar gaan we duizend gebouwen certificeren. Daarmee halen we getalsmatig de meeste labels in één keer in.”

Het unieke aan het label is dat er continu monitoring wordt toegepast. “Bij andere labels komt iemand langs, neemt een kijkje, plakt een sticker en het is klaar. Met dit label wordt er constant met sensoren gemonitord op lucht en temperatuur. Het kan zo zijn dat er na een jaar interventie plaatsvindt en je bijvoorbeeld naar een lagere labelklasse kunt gaan. Het is laagdrempelig en kwalitatief is het een van de betere methodes.”

Re:living

Ook marktpartijen kwamen tijdens de sessie aan het woord om hun visie op een gezond binnenklimaat te geven bij renovatie en transformatie. Marcel Vreeken, Public Affairs Manager bij VELUX vertelt over Re:living. “Wij vinden dat een comfortabel binnenklimaat meer is dan denken aan frisse lucht en daglicht. Het gaat ook over het transformeren van ruimtes. En zeker ruimte onder het hellende dak kun je goed benutten. Door daglicht en frisse lucht goed toe te passen, kun je de hele woning positief beïnvloeden.”

Als voorbeeld geeft Vreeken De Poorters van Montfoort. Deze tien sociale huurwoningen zijn in 2011 door VELUX, Danfoss, BouwhulpGroep, Nieman en BAM Woningbouw gerenoveerd tot energieopwekkende woningen. Vreeken: “We hebben hier het dak opgetild. De ruimte boven is vergroot. Door de kozijnen aan de gevel en de dakramen te openen, creëer je een goede thermische trek waardoor het binnenklimaat in de zomer op een natuurlijke wijze gekoeld kan worden. Hiermee kun je de temperatuur omlaag brengen gedurende de nacht. Met als gevolg dat je overdag minder last van oververhitting hebt. Het toevoegen van een zonwering is hierbij overigens een essentieel onderdeel.”

Woningen moeten Smart Homes worden

De producten die op de markt komen voor renovatie en transformatie worden steeds beter, ziet Remi Hompe. “Bij de Poorters van Montfoort is er goed samengewerkt, maar over het algemeen kan de samenwerking tussen de verschillende systemen beter. De markt moet meer in totaalconcepten denken. Er wordt nog te vaak solistisch gewerkt. Ik daag de markt uit om meer gezamenlijk aan te pakken. Woningen bijvoorbeeld moeten uiteindelijk meer Smart Homes worden.”

Dat onderschrijft Vreeken: “We moeten als fabrikanten geen gesloten platforms creëren. We moeten op een open source connecten. Als we ons als fabrikanten in één platform verenigen dan wordt het voor een eindgebruiker heel eenvoudig om allerlei producten aan elkaar te koppelen. Zover zijn we helaas nog niet.”

Gerard Vos

Gerard Vos heeft een lange geschiedenis binnen de wereld van bouw, communicatie en duurzaamheid. Als mede-oprichter en hoofdredacteur van Duurzaam Gebouwd  heeft hij zich sinds 2008 meer en meer verdiept in duurzame processen en technieken. Hierna is hij zich als freelancer steeds meer gaan richten op het schrijven van bouwbrede artikelen, onder andere voor Bouwwereld & Aannemer. Met zijn journalistieke achtergrond wordt Vos regelmaat gevraagd als dagvoorzitter. Dit doet hij momenteel jaarlijks voor de Leergang Circulair Bouwen van Deltion en Windesheim in Zwolle.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.