#Bouwsector

‘We moeten meer projecten doen!’

Aannemingsbedrijf Lamers en kwaliteitsborger PlanGarant doen bij de bouw van negen woningen in Eindhoven ervaring op met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. In het vierde en laatste deel van de serie over dit project kijken we naar de afbouw- en opleverfase en leerpunten voor de betrokkenen.

Eén conclusie is alvast helder: meer ervaring opdoen is een must. “Wat ga je vastleggen in een as built dossier en hoe diep ga je iets vastleggen? Daar zijn we hier echt wel tegenaan gelopen”, zegt Erik Schot van PlanGarant. “Onderling hebben we veel geleerd.”

Ook voor aannemer Kees-Jan Lamers zal – net als voor het overgrote deel van de aannemers in Nederland overigens – het registreren nog een kluif worden. De kwaliteitsborger is immers niet elke dag op de bouw, dus deels afhankelijk van wat de aannemer zelf registreert. Wat inhoudt: niet meer de foutjes eruit pikken, maar juist vastleggen voor het as built dossier wat je als bouwer hebt gemaakt.

Om die discipline en het kwaliteitsdenken op de bouwplaats tussen de oren te krijgen van de medewerkers is een cultuuromslag nodig, daarover is iedereen aan tafel het wel eens. Waar nu dga’s en uitvoerders nog regelmatig corrigerend te werk moeten gaan op de bouwplaats, zal er een bouwcultuur moeten zijn waarbij bouwplaatsmedewerkers elkaar moeten kunnen aanspreken op hun werk. “Dat is een kwestie van bewustwording”, zegt Lamers, “maar het is nog niet hoe de bouw op dit moment in elkaar zit.”

Hajé van Egmond, kwartiermaker bij het Instituut voor Bouwkwaliteit, trekt de vergelijking met arboveiligheid. “Daar is het inmiddels gelukt, door middel van soms bijna kinderachtige posters in de keet, dus een cultuuromslag teweegbrengen kán wel.”

Afbouwfase

Het project Landleven van het bouwbedrijf uit Veldhoven valt onder een experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet dat vanuit waarborginstelling BouwGarant met dit nieuwe stelsel wordt begeleid. Eindhoven is een van de vijf pilotgemeenten die aan het experiment meedoen. In vorige artikelen in vakblad Aannemer kwamen de ontwerp- en ruwbouwfase al aan de orde. Het project is inmiddels opgeleverd, dus er is heel wat gebeurd.

Erik Schot (links) en Kees-Jan Lamers. “We hebben soms echt tegenover elkaar gestaan. Flink geworsteld, ook wel.” FOTO JOHAN SEIP

In de afbouwfase hebben aannemer en kwaliteitsborger elkaar wat vaker getroffen, zegt Schot. “Waarbij we soms ook echt tegenover elkaar hebben gestaan. Flink hebben geworsteld, ook wel.”

Brandwerende beglazing

Een klein aantal puntjes kwam naar voren. Voorbeeld: een aantal woningen ligt op de perceelsgrens en zou om die reden brandwerende beglazing in de kozijnen moeten hebben. “Dat hadden wij in eerste instantie vanuit de toets niet gezien”, zegt Schot. “Tijs (Karsmakers, architect, red.) vanuit zijn ontwerp ook niet. Dus daar hebben we gezamenlijk naar gekeken: hoe komt dit nou?”

Karsmakers’ eigen adviseur gaf bij navraag aan dat brandveiligheid niet onder zijn Bouwbesluittoetsing viel. Schot: “Het viel inderdaad buiten zijn scope. Wij zagen het in eerste instantie ook niet. Het kwam pas tijdens de rit naar boven, toen een van onze medewerkers er naar vroeg.”

De gevolgen voor het project waren – gelukkig – niet bijster groot: het glas was bijvoorbeeld nog niet besteld. Wel moesten de rubbers in de kozijnen worden vervangen door een brandveilige variant. Maar wat nu als het niet was ontdekt? “Dan hadden we het dus gewoon opgeleverd”, zegt Schot. “Let wel: de gemeente zou hier waarschijnlijk ook geen opmerking over hebben gemaakt.” Van Egmond: “Sterker nog, als de gemeente het had afgestempeld zonder brandwerend glas, dan had het er waarschijnlijk ook niet meer in gehoeven.”

Aansprakelijkheid

Het is interessante casus, merken de betrokkenen op, want bij wie ligt hier de verantwoordelijkheid? Lamers: “Als aannemer huren wij specialisten in voor onderdelen waarover wij niet voldoende kennis in huis hebben. Ik ga er dan vanuit dat het advies klopt. En nu klopt het niet. Hoe moet dat straks? Als aannemer ben ik namelijk wél verantwoordelijk voor alles.”

“Klopt”, reageert Van Egmond. “Jij bent juridisch verantwoordelijk, maar de kwaliteitsborger heeft de taak te controleren en die heeft dit punt gemist.” Schot: “Wat betekent dit nu voor onze rol als kwaliteitsborger en hoe zit dit met de aansprakelijkheid?”

Eric Houtman, ook van PlanGarant, stelt: “Deze casus leert dat we moeten oppassen dat de kwaliteitsborger niet steeds z’n checklist gaat vergroten en het hele project gaat fileren. Nee, het is juist andersom. In de hele kolom moet iedereen echt zijn aansprakelijkheid pakken, tot en met de toeleveranciers van de spullen. Die moet zeggen: ‘Wat ik daar heb geleverd past bij hetgeen we met zijn allen hebben beloofd aan die klant’. Dat we niet met zijn allen met die klant om tafel gaan zitten, is voor de klant ook wel zo prettig. Daar hebben we dan de hoofdaannemer voor. Prachtig! Daar kan een aannemer ook prima mee leven, als hij weet dat iedereen die eronder zit – ook de kwaliteitsborger – zijn aansprakelijkheid daarin pakt.”

De dagelijkse praktijk nu is dat er nog vooral een cultuur van ‘u vraagt, wij draaien’ heerst bij leveranciers. Zoals Van Egmond aangeeft, terugkomend op het brandwerende glas: eigenlijk zou de kozijnenleverancier aan de aannemer de plattegronden moeten vragen om te checken of hij het goede product heeft besteld. Hoe dan ook, merkt hij op: “Dit gebeurt je als aannemer vanaf nu nooit meer.”

Registratie

Registreren voor het as built dossier ging bij Landleven aanvankelijk per mail. Een foto aanleveren, een herberekening. Later in het proces is PlanGarant overgestapt op de tool EdControls, maar Kees-Jan Lamers hield het liever bij een pdf en reactie per mail. “Uiteindelijk is het voor een aannemer slim om te kiezen voor een tool, waar wij als kwaliteitsborger vervolgens op aanhaken”, zegt Schot. “Waarom? Dan wordt het je eigen systeem, waarbij je zelf vastlegt wat je hebt gedaan en kunt bepalen wat de punten zijn die je extern moet laten borgen. Je kunt met registratie-apps heel gemakkelijk met je telefoon zaken vastleggen. Je zult zien dat die hele kwaliteitsborging dan meer in je eigen systeem gaat kruipen. Plantoetsing aan de voorkant moet je extern laten lopen, dat is echt een aparte skill, maar uiteindelijk kom je tot een controleplan dat je deels zelf uitvoert, daar ben ik van overtuigd. Toen wij twee jaar geleden met PlanGarant begonnen dachten we dat we alles zelf gingen controleren. Daar zijn we van teruggekomen: we moeten het samen doen. En we moeten in de bouw ook gewoon nog meer testen hoe dit werkt, zodat we met zijn allen een stapje verder komen. Kortom: we moeten meer projecten doen!”


Hoe gaat de gereedmelding?

Het zogenoemde ‘dossier bevoegd gezag’ en de verklaring van de kwaliteitsborger gaan bij gereedmelding naar de gemeente. Hajé van Egmond licht toe: “De kwaliteitsborger moet alles hebben. Want de toelatingsorganisatie die straks toezicht gaat houden op het functioneren van het hele stelsel en de instrumentaanbieder moeten kunnen checken of de kwaliteitsborger alle controles heeft uitgevoerd. Al die controlerapporten en tussentijdse overleggen gaan niet meer naar de overheid. Eindhoven krijgt een verklaring en as built tekeningen met betrekking tot constructies, energiezuinigheid en brandveiligheid. That’s it. Dat gaat het archief in als basis voor eventuele toezicht en handhaving in de toekomst.”
De oplevering voor de kopers is niet anders verlopen dan normaal, zegt Kees-Jan Lamers desgevraagd. “De meeste kopers hebben Vereniging Eigen Huis ingeschakeld en een rondje gemaakt met de uitvoerder.”


Geleerd tijdens de bouw van Landleven

Wat is terugkijkend de algehele indruk van aannemer, architect en kwaliteitsborger?

Architect Tijs Karsmakers: “Normaal gesproken zou ik er na vergunningverlening niet veel meer van gehoord hebben. Ik zou zelf ook nooit met de gemeente hebben gebeld met vragen over hoe iets nu precies zit. Dat gebeurt nu wel. Wat dat betreft heb ik het idee dat er veel kritischer gekeken wordt tijdens de bouw.”

Aannemer Kees-Jan Lamers: “Wat PlanGarant heeft gedaan vind ik een toevoeging. Het overleg is veel fijner, want het zijn mensen uit de praktijk, al is dat ook een beetje afhankelijk van wie komt toetsen, heb ik gemerkt. Het andere onderdeel van de wet, de verhoogde aansprakelijkheid, daar ben ik echt niet blij mee.”

Kwaliteitsborger Erik Schot: “Ik had graag eerder de toets op willen pakken. Voordat alle woningen waren verkocht. Dan is er meer rust om zaken te bespreken. Daarnaast is er het punt van die registratie: wat ga je vastleggen en hoe diep?”


Dit is het vierde artikel in een serie. De drie eerdere artikelen zijn Experiment met private kwaliteitsborging, Constructieberekening en EPC pas later indienen en Een vinkje voor bouwkwaliteit.

1 reactie op “‘We moeten meer projecten doen!’

Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.