Aannemer 2 – 2020 – pag. 16

Tekst Ton Verheijen Beeld Alex J. de Haan

Strijd tegen
schijnzelfstandigheid
Net nu we allemaal dachten dat werkgevers en de bv Nederland blij zijn
met flex en de opkomst van zzp’ers, komt de Belastingdienst (begin
februari) met een opvallende aankondiging. In onder andere de bouw
wordt gestart (of is al gestart) met controles op schijnzelfstandigheid en
toezicht op zzp-wetgeving. Uit het Toezichtplan blijkt dat geen enkel
bouwbedrijf bij voorbaat gevrijwaard blijft van een controle. Reden
genoeg om de belangrijkste vragen op een rijtje te zetten.

1. Waarom is deze harde aanpak eigenlijk nodig?
Goeie vraag. Volgens belangenbehartiger Zelfstandigen
Bouw is het helemaal niet nodig. En dat is nog voorzichtig
uitgedrukt. Voorzitter Charles Verhoef noemt het “ronduit
schokkend” dat het kabinet zzp’ers op deze manier het
leven zuur maakt. Verhoef herkent zich totaal niet in het
beeld dat bouwbedrijven worden gedwongen als opdracht-
gever van zzp’ers te opereren in plaats van als werkgever. Hij
roept het kabinet op nu eindelijk eens werk te maken van
maatregelen die zzp’ers een volwaardige plek geven op de
arbeidsmarkt. Maar goed, de Belastingdienst denkt daar dus
anders over en vindt dat er meer toezicht moet komen op
de kwalificatie van arbeidsrelaties. Daar is volgens de Belas-
tingdienst alle reden toe. Ondernemers missen kennis van
wet- en regelgeving. Met name de Wet deregulering beoor-
deling arbeidsrelaties (DBA) wordt ‘complex’ en ‘tijdrovend’
gevonden. Ondernemers kunnen volgens de Belastingdienst
ook niet altijd voldoende personeel vinden dat bereid is in
loondienst te werken. Meer contact en overleg moet leiden
tot aanpassingen en verbeteringen.

2. Hoe pakt de Belastingdienst het aan?
Nou, de hele trukendoos gaat open. Met “een mix van
instrumenten” wordt de strijd aangebonden. Naast commu-
nicatie en voorlichting zal er achter de schermen veel aan-
dacht zijn voor het beoordelen van modelovereenkomsten.
Want dat is nogal uit de hand gelopen. Aanvankelijk werd
gedacht dat het werken met modelovereenkomsten genoeg
duidelijkheid zou geven over werken buiten dienstbetrek-

king. Zo’n 40 tot 60 beoordeelde (branche)modelovereen-
komsten zouden toereikend zijn. Dat viel tegen. In werkelijk-
heid zijn sinds 2015 ruim 8.000 modelovereenkomsten aan
de Belastingdienst voorgelegd, vaak individuele afspraken
tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Naast het beoor-
delen van modelovereenkomsten zal de Belastingdienst
veel energie gaan steken in het bezoeken van bedrijven en
snuffelen in de boeken. Al met al moet blijken of er in of
buiten dienstbetrekking wordt gewerkt.

3. Hoe worden de bedrijven geselecteerd?
Dat is natuurlijk de grote vraag. Alles draait om ‘signalen’.
Allereerst signalen die zijn opgepakt tijdens de bedrijfsbe-
zoeken in 2018. Ondernemers die toen hun arbeidsrelatie
niet juist gekwalificeerd hadden, komen in aanmerking en
zijn nu misschien als eerste aan de beurt. Verder wordt
gekeken naar de 8.000 beoordeelde modelovereenkomsten.
Daarvan werd 23 procent goedgekeurd, 36 procent niet
goedgekeurd en 41 procent ingetrokken. Uit deze drie groe-
pen worden opdrachtgevers geselecteerd, dus geen enkel
bouwbedrijf ontspringt de dans. Verder worden signalen
gewogen van belastingaangiftes, regulier toezicht, perso-
neelsadvertenties en klikbrieven. En signalen van andere
toezichthouders en verzoeken om vooroverleg door een
branche of individu. Afhankelijk van de omstandigheden
kan gekozen worden voor een deelonderzoek, fiscaaltech-
nisch onderzoek of volledig onderzoek. Een voorbeeld van
een volledig onderzoek is de ‘steekproef ondernemingen’,
die de Belastingdienst jaarlijks uitvoert.

16 Aannemer nr. 2 – Maart 2020

WETTEN EN REGELS

16-17_wetenregelgeving.indd 16 13-03-20 13:58

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.