Aannemer 3 – 2020 – pag. 43

wel heel vaak als dakrandoplossing. Wanneer gevelmetsel-
werk aan een binnenconstructie verankerd wordt, wordt er
over het algemeen van uitgegaan dat deze binnenconstruc-
tie de windbelasting over kan dragen naar de hoofddraag-
constructie, of dusdanig samen kan werken met het buiten-
blad dat zo de windbelasting overgedragen kan worden.
Windbelasting op het buitenspouwblad wordt door middel
van spouwankers overgebracht naar het binnenblad en aan-
sluitend naar de hoofddraagconstructie.
Over het algemeen is het binnenblad in combinatie met het
buitenspouwblad voldoende stijf en sterk om deze belastin-
gen over te brengen, maar desalniettemin moet dit wel
gecontroleerd worden. In het geval van een gemetselde dak-
randoplossing is er vaak sprake van een vrij op het dak
staande, lage spouwmuur. Dit betekent dat niet alleen de
verankering van het gevelmetselwerk naar het cellenbeton
binnenblad voldoende uitgewerkt dient te worden, maar dat
ook het binnenblad van cellenbeton de windbelasting over
moet kunnen brengen naar de hoofddraagconstructie. Het is
dan ook van even groot belang dat de stabiliteit van een
dergelijke dakrand wordt gecontroleerd en dat wordt aange-
toond dat deze voldoet.

Dilateren
Los van de sterkte van de verankering en ook de stabiliteit
van de gevel- of dakrandconstructie, moet ook rekening
gehouden worden met het dilateren van cellenbeton. In de
NEN-EN 1996-2 art. 2.3.4.2 staat het volgende met betrekking
tot cellenbeton: “Aanbevolen maximale horizontale afstand,

lm, tussen verticale dilatatievoegen in ongewapende niet-
dragende muren: 6 meter”. Metselwerk van cellenbeton
moet dus ook gedilateerd worden en dit kan consequenties
hebben voor bijvoorbeeld de afdracht van de windbelasting
op een buitenspouwblad dat daaraan verankerd moet wor-
den. Hier moet bij de uitvoering van constructies en wanden
in cellenbeton rekening mee worden gehouden. In Bijlage B
van dezelfde NEN-EN 1996-2 staat verder nog het volgende
vermeld ten aanzien van het gewicht van het metselwerk:
“aanvaardbare specificaties van metselstenen en mortel
voor duurzaam metselwerk in verschillende milieuklassen:
• MX1 en MX2.1: alle
• MX2.2, MX3.1 en MX3.2 ≥ 400 kg/m3”.
Er worden dus eisen gesteld aan de kwaliteit van het cellen-
beton afhankelijk van de milieuklasse waarin deze zich
bevindt. Wanneer het hier bijvoorbeeld om een dakrand
gaat, kan dit van belang zijn, zeker als het gevelmetselwerk
hierin verankerd dient te worden.

conclusie
Al met al blijkt dat het gebruikelijke ‘standaard’ detail met
een binnenspouwblad van cellenbeton, en dan met name in
dakranden, niet zo betrouwbaar is als mogelijk wordt
gedacht. Zowel de constructieve verankering van een bui-
tenspouwblad, als ook de belastingafdracht naar de hoofd-
draagconstructie.dient nauwkeurig beschouwd en berekend
te worden. Daarbij dienen de vereiste dilatatievoegen en
kwaliteit van de toegepaste producten goed meegenomen te
worden.

In het geval van een
gemetselde

dakrandoplossing is
er vaak sprake van
een vrij op het dak

staande, lage
spouwmuur.

43nr. 3 – Mei 2020 Aannemer

40-41-42-43_vekemans.indd 43 01-05-20 13:35

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.