Aannemer 4 – 2020 – pag. 35

Wie weleens met een kritisch oog naar het hedendaagse met-
selwerk heeft gekeken, ziet dat witte uitbloei steeds vaker
voorkomt. De Belgische baksteenfabrikant Vandersanden zag
dat ook en concludeerde dat een specifieke vorm van uitbloei
de grootste boosdoener is. “De laatste 15 tot 20 jaar constate-
ren wij een forse toename van vergipsing op het metselwerk”,
zegt Peter Delsing, commercieel directeur gevel bij Vandersan-
den Nederland. Hij schat in dat tachtig procent van de gebou-
wen met metselwerk gevels er last van heeft. Met de introduc-
tie van fabrieksmatig geïmpregneerde bakstenen hoopt de
fabrikant de opmars van de vervuiling een halt toe te roepen.
Vergipsing is een van de drie vormen van witte uitslag op
metselwerk, naast uitbloei van zouten (vroege witte uitbloei)
en uitbloei van vrije kalken (kalkuitbloei). Hoewel de oorza-
ken van de drie vormen verschillen, is het achterliggende
mechanisme gelijk: metselwerk wordt nat en neemt zout,
kalk of gips op dat bij het drogen als witte uitslag achter-
blijft op het geveloppervlak. Vroege witte uitbloei en kalkuit-
bloei zijn relatief eenvoudig te verwijderen, maar vergipsing
is zeer hardnekkig. De witgrijze waas is eigenlijk alleen te
verwijderen door de gevel te stralen.

Geen eenduidige oorzaak
Vandersanden zag door de toename van die hardnekkige
uitbloei de bui al hangen: architecten en opdrachtgevers
kiezen niet meer voor baksteen maar voor een ander mate-
riaal. Dat wilden ze tegengaan. Wat begon als een onderzoek
naar de oorzaak van de toenemende vergipsing, eindigde in
een forse investering en een compleet nieuw ontwikkelde
mechanische impregneerinstallatie.
“Het achterhalen van de oorzaak was een hele klus”, weet
Maarten Wauters, R&D-manager bij Vandersanden. Hij ver-
telt dat er een langdurig doctoraal onderzoek aan de KU

Links
De situatie met een

niet-geïmpregneerde
steen. De baksteen

zuigt het
morteloppervlak

droog.

Rechts
De geïmpregneerde

baksteen zuigt het
morteloppervlak niet
droog, waardoor het
niet kan verbranden

en de voeg een
betere kwaliteit

krijgt.

Leuven nodig was om te concluderen dat er eigenlijk geen
eenduidige oorzaak aan te wijzen is. “Er spelen te veel para-
meters een rol: het weer, kleiner wordende spouwen, de
afname van overstekken, maar ook het feit dat bakstenen in
steeds meer kleuren te verkrijgen zijn. Op een zwarte gevel
bijvoorbeeld valt vervuiling veel meer op.”
Inmiddels is wel duidelijk dat de toevoeging van additieven
aan het metselmortel een belangrijke rol speelt. Door die
toevoeging wordt de mortel luchtiger en lichter en daardoor
makkelijker te verwerken. Simpelweg deze toevoegingen
weglaten is echter geen optie: “Terugdraaien van de tijd gaat
niet. Niemand wil meer met de oude, zware mortels werken.”
Volgens Wauters zijn er wel aantal producenten die alterna-
tieven proberen te ontwikkelen, maar is er nog geen een die
durft te stellen dat de mortels honderd procent vrij van uit-
bloei zijn. “Dat heeft tijd nodig, want vergipsing kan soms
pas jaren na oplevering ontstaan.”

Eerste productielijn ter wereld
Reden dus voor Vandersanden om bij zichzelf te rade te
gaan en een oplossing te zoeken. Die oplossing vonden ze
in het fabrieksmatig impregneren van de stenen. De gedach-
te erachter is simpel: als de steen niet nat wordt, kan vocht
geen gips opnemen en kan er ook niets uitbloeien.
De fabrikant moest daarvoor wel de eerste productielijn ter
wereld ontwikkelen die bakstenen op een dergelijke grote
schaal kan impregneren. De grootste uitdaging daarbij was
het afpakken van de stenen na het bakproces. Wauters legt
uit: “Bij het impregneren moeten de stenen na het bakpro-
ces individueel de productielijn door. Het was behoorlijk
lastig die robots zo te ontwerpen dat ze dit konden herken-
nen. We konden niet bouwen op eerder opgedane kennis,
want die bestond niet.”

35nr. 4 – Juni 2020 Aannemer

34-35-36_baksteen.indd 35 12-06-20 09:33

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.