Aannemer 4 – 2020 – pag. 47

Hij had de aannemer er tijdens de bouw nog zo op gewezen
en er ook bij de oplevering melding van gemaakt: de maat-
voering van het balkon komt niet overeen met de getallen
op de verkooptekening. Daar blijft het niet bij. Want volgens
de opdrachtgever is een deel van de aluminium balkonaf-
werking op onbehandeld hout bevestigd. Houtrot ligt op de
loer. Met een financiële vergoeding neemt hij geen genoe-
gen. De woningeigenaar verlangt ‘leefcomfort’ en dat is niet
te vervangen door geld. Ofwel, hij wil een nieuw balkon dat
voldoet aan de op de verkooptekening vermelde maten.

Oppervlaktebepaling
Ja, als je de verkooptekening als leidend beschouwt, kom je
tot andere maten, aldus de aannemer. Maar het balkon
moet volgens hem worden opgemeten met de NEN 2580 als
uitgangspunt. Een oppervlaktebepaling die uitgaat van een
meting van handregel – de leuning op de balustrade – tot
kozijnpui. De afmetingen zijn weliswaar iets gewijzigd; de
oppervlakte is nagenoeg gelijk gebleven. Zelfs iets toegeno-
men. Waarom dan klagen?

Maatvoeringstreepjes
De opdrachtgever klaagt omdat hij er voor wat betreft het
netto bruikbare vloergedeelte van het balkon bij inschiet.
De aannemer heeft de verkooptekening zowel op papier als
digitaal verstrekt. Bij het uitvergroten ervan worden maat-
voeringstreepjes op het balkon zichtbaar. Streepjes die aan-
geven hoe de maten van het balkon moeten worden inge-
meten: tussen de maatvoeringaanduidingen op de tekening.
En dus niet volgens de NEN 2580. De arbiter verwerpt het
standpunt van de aannemer.

Werkelijke maten
Om duidelijk te maken hoe ver de maatvoering van het bal-
kon afwijkt, is de woningeigenaar zelf met een meetlint aan
de slag gegaan. Hoewel het balkon volgens de tekening
1610 mm diep moet zijn, blijkt dat dat in werkelijkheid onge-
veer 1300 mm is. Ook de diepte van het andere hoekdeel is

30 cm minder. Daar blijft de rolmaat steken op 3060 mm,
waar het 3365 mm had moeten zijn.
De arbiter stelt vast dat het balkon links 141 cm diep is in
plaats van 161 cm en de breedte uitkomt op 418 cm in plaats
van 435 cm. De rechterzijde is niet 161 cm diep, maar 150 cm.
De aannemer heeft zich niet gehouden aan de verkoopteke-
ning en dus ook niet aan de overeenkomst.
Dat de oppervlakte gelijk is gebleven, wordt niet duidelijk.
Op de verkooptekening is geen oppervlaktemaat vermeld.

Nieuw balkon
De opdrachtgever wil een nieuw balkon. Ingrijpend, maar
niet disproportioneel vindt de arbiter. De grote afwijking
tussen de maten op de verkooptekening en de werkelijke
maatvoering weegt daarbij zwaar mee. Bovendien maakt het
balkon geen onlosmakelijk deel uit van de betonconstructie
van het gebouw, zodat vervanging technisch gezien ook
mogelijk is. Het vergroten van het balkon zal in het gevel-
beeld nauwelijks opvallen en de inval van zonlicht op het
ondergelegen balkon wordt niet belemmerd. De arbiter
stemt in met de eis.

Onbehandeld hout
Blijft de tweede klacht – de afwerking van het balkon op
gedeeltelijk onbehandeld hout – over. De aannemer blijkt
het hout achteraf alsnog met menie te hebben behandeld,
maar slechts op enkele plekken. Vanuit bouwtechnisch oog-
punt is sprake van een tekortkoming. Herstel is noodzake-
lijk. Aangezien het balkon toch al moet worden vervangen,
kan het onderhout meteen helemaal worden behandeld.

De woningeigenaar krijgt op alle punten gelijk. De aannemer
betaalt de proceskosten à 5.092,59 euro.

De maatvoering van een balkon draait uit op een goochelshow met
getallen. Waar de opdrachtgever zich vastklampt aan de maten op de
verkooptekening, houdt de aannemer de NEN 2580 als richtlijn aan.
Een zaak met een nieuw balkon als inzet.

‘Leefcomfort is niet te
vervangen door geld’

Onvoldoende

47nr. 4 – Juni 2020 Aannemer

46-47_arbitrage.indd 47 12-06-20 09:35

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.