Aannemer 4 – 2022 – pag. 52

naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag
verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft.
Ook voor deze drempel volgt uit de jurisprudentie geen vast
criterium. Wel sluit dit artikel aan bij de wettelijke regeling
inzake onvoorziene omstandigheden uit 6:258 BW. Uit de
jurisprudentie bij dit artikel volgt dat er sprake is van een
onvoorziene omstandigheid bij een kostenstijging van
het werk met 17% – Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen
8 februari 2017, nr. 72.067. In deze zaak oordeelde de Raad
van Arbitrage dat bij een prijsstijging van 11% nog geen
sprake was van onvoorziene omstandigheden, bij een prijs-
stijging van 17% was dit wel het geval. Een vuistregel is hier-
bij echter (nog) niet af te leiden.

Advies aan de praktijk
Onvoorziene prijsstijgingen zijn helaas niet te verdisconte-
ren in een aanneemsom. Daardoor betaalt in de praktijk
toch de aannemer vaak de rekening. De drempel om prijs-
stijgingen vergoed te krijgen onder de UAV 2012 (of UAV-GC
2005) is hoog. De aannemer moet immers aantonen dat
de totale kosten van het werk aanzienlijk verhoogd zijn
(>5%/>17%). Aan 7:753 BW komt men, indien onder UAV
gecontracteerd is, niet toe. Zorg er daarom voor dat vooraf
in de aannemingsovereenkomst afspraken worden gemaakt

over het verrekenen van dergelijke prijsstijgingen. Bijvoor-
beeld door het overeenkomen van een risicoregeling,
indexeringsregeling en/of bepaling waarin partijen vastleg-
gen wanneer sprake is van extreme prijsstijgingen en hoe
deze vervolgens worden verrekend.
In de praktijk zien we op dit punt voor aannemers wel een
gunstige beweging ontstaan. Zo heeft de voorzieningenrech-
ter van de rechtbank Noord-Holland zeer recent geoordeeld
dat leveringsproblemen door de oorlog in Oekraïne kwalifi-
ceren als overmacht (rechtbank Noord-Holland 14 april 2022,
ECLI:NL:RNHO:2022:3274).
De rechter oordeelde bij een aanbestedingskortgeding dat
vertragingsrisico’s als gevolg van de oorlog niet eenzijdig bij
de inschrijver gelegd kunnen en mogen worden. De aanbe-
stedende dienst moet hierdoor een aantal contractsbepalin-
gen aanpassen en de aanbesteding vanaf het punt waarop
dat relevant is opnieuw doen. De voorzieningenrechter geeft
zelfs een voorzet en voorbeeld van een meer evenwichtige
regeling in een contract bij overmachtssituaties (zie r.o. 5.30).
Deze uitspraak is voor de praktijk dan ook zeer waardevol.
Veel bouwers zullen zich op deze uitspraak kunnen en gaan
beroepen. Wij adviseren aannemers dan ook om deze uit-
spraak tijdens de onderhandelingen met opdrachtgevers
over prijsstijgingen zeker ter tafel te brengen.

52 Aannemer nr. 4 – Juni 2022

WETTEN EN REGELS

50-51-52_prijsstijgingen.indd 52 13-06-2022 13:03

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.