Aannemer 5 – 2022 – pag. 46

Steenstrips in combinatie met gevelisolatie is een steeds
vaker geziene gevelafwerking in Nederland. En dat is te
begrijpen: met steenstrips kun je de uitstraling van traditio-
neel metselwerk nabootsen, maar dan lichter en goedkoper.
En omdat de spouwmuurconstructie overbodig is, kan de
isolatielaag, meestal EPS, dikker zijn dan normaal. Ideaal
dus voor het bouwen van goed geïsoleerde woningen. Ook
voor de renovatie van bestaande woningen is het systeem
geschikt. Daar kan de isolatie plus afwerking tegen de oude,
bestaande gevel aangebracht worden. Met de komst van de
woningfabrieken en de prefabtrend in de huidige woning-
bouw zal de gevelafwerking een extra boost krijgen. Het sys-
teem lijkt daarmee vooralsnog niet meer weg te denken in
de Nederlandse bouwwereld.
Hoewel de toepassing van verlijmde steenstrips verre van
nieuw is, zijn er nog geen wettelijke richtlijnen die concrete
eisen stellen aan de kwaliteit van de verwerking. Eerder
schreef Nieman-Kettlitz Gevel- en Dakadvies in het vakblad
Bouwwereld over deze kwestie in het artikel ‘Verlijmde
steenstrips veilig toepassen’. In dat artikel wordt verwezen
naar de Europese norm voor belastingen op constructies:
Eurocode 1. Daarin is opgenomen dat een constructieonder-
deel gedurende een periode van vijftig jaar voldoende sterk
moet blijven om belastingen op een veilige wijze op te
nemen en op de achterliggende constructie over te dragen.
In geval van verlijmde steenstrips betekent dit dat de lijm-
verbinding voldoende sterk moet zijn om vijftig jaar lang
windbelasting en eigen gewicht van de steenstrips te kun-
nen afdragen. Maar hoe daaraan moet worden voldaan, is
nergens nader gespecificeerd. De verantwoordelijkheid hier-
voor wordt dus overgelaten aan de opdrachtgever dan wel
aannemer.
En daar gaat het vaak mis, stelt Jan Harms, voorzitter van
Stichting Kenniscentrum Gevelisolatie Steenstrips (KGS).
“Negentig procent van de fouten ontstaat tijdens de appli-
catie. Niet alleen bij het verlijmen van de strips zelf, maar
ook bij het aanbrengen van de isolatieplaten.” Voldoende
kennis van de verwerkingsmethode is volgens de voorzitter
dan ook een noodzaak, want er komt best wat kijken bij een
technisch goed uitgevoerde steenstripgevel. Harms stipt
een paar zaken aan: “De strips moeten met de buttering-
floatingmethode worden aangebracht. Dat wil zeggen dat
zowel de steen als de ondergrond moet worden ingestreken
met lijm. Isolatieplaten moeten in steens verband worden

aangebracht en trapsgewijs op de hoeken. Heel belangrijk in
verband met de brandveiligheid is de randverlijming van de
platen rondom gevelopeningen. Daar moeten de platen vol-
ledig in de lijm gezet worden. Gebeurt dat niet, dan kan in
geval van brand deze zich tussen de isolatieplaten en de
gevel voortplanten en kan als gevolg daarvan de gevel in de
brand vliegen.”

Stichting KGS
Je moet als verwerker van steenstrips dus goed weten waar
je mee bezig bent, anders is het wachten op problemen. Met
dat in het achterhoofd is in 2015 de Stichting KGS opgericht.
Hoofddoel van de organisatie is de kwaliteit van buiten-
gevelisolatie in combinatie met steenstrips (en keramische
materialen) verhogen en waarborgen en zo de ‘cowboys’ van
de markt weren. Belangrijk wapenfeit daarbij is het KGS-
keurmerk. De uitvoerende bedrijven die onder dat keurmerk
vallen, zijn door Stichting KGS opgeleid en bezitten de juiste
kennis en vaardigheden om het hele gevelpakket goed aan
te brengen. Producenten (systeemhouders) van de benodig-
de materialen voldoen aan een heel scala van Europese
normeringen. “Elke systeemhouder heeft zijn eigen verwer-
kingsvoorschrift dat wordt getoetst in onafhankelijke labo-
ratoria. Voldoet een systeem niet aan deze normen, dan
mogen ze zich niet bij ons aansluiten”, legt Harms uit.
Die toetsing vormt vooral een groot struikelblok in de huidi-
ge markt. “Een volledig onderzoek kost al gauw veertig- tot
vijftigduizend euro. Niet iedereen wil dat zomaar betalen.”
Toch is dat onderzoek volgens Harms van groot belang.
Zaken als treksterkte, vorstproeven en windbelasting wor-
den zo onafhankelijk getest, maar ook de brandveiligheid –
een test die veel verder gaat dan de in Nederland gebruike-
lijke ‘single burning item-test’ waarmee de brandklasse
bepaald wordt. Harms: “In Nederland bestaat de test uit een
driehoekopstelling – een gedeeltelijke vloer en wanden –
die getest wordt op brand. Maar zo’n test komt niet overeen
met de realiteit. De brandweer accepteert daarom eigenlijk
alleen de Duitse of Engelse brandproef, daar bouwen ze een
heel huis na en testen ze wat er gebeurt in geval van brand.”

Verzekerde garantie
Kers op de taart bij Stichting KGS is de tien jaar verzekerde
garantie die de opdrachtgever of gebouweigenaar kan
afsluiten. Die garantie geldt voor zowel de materialen als de
uitvoering en is ook van toepassing op verborgen gebreken.
De stichting kan zo ver gaan omdat onafhankelijke controle
tijdens de werkzaamheden een verplicht onderdeel van het
garantieplan is. “Als je weet dat de uitvoering goed gegaan
is, dan kan het na oplevering bijna niet meer fout gaan”,
aldus Harms. De controle op de uitvoering vindt, afhankelijk
van de grootte van het gebouw, om de week plaats. Die con-

‘Negentig procent van de fouten ontstaat
tijdens de applicatie. Niet alleen bij het
verlijmen van de strips zelf, maar ook bij het
aanbrengen van de isolatieplaten’

46 Aannemer nr. 5 – September 2022

TECHNIEK

44-45-46-47_gevelisolatie.indd 46 25-08-2022 16:40

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.