Aannemer 7 – 2020 – pag. 55

Na een lange en drukke werkdag even lekker ontspannen in
een warm bad. Met dat idee in zijn achterhoofd laat een
opdrachtgever de badkamer in zijn woning compleet ver-
bouwen. Inclusief dus het aanbrengen van een badkuip. Een
vrijstaand exemplaar, als blikvanger. Maar het verlangen van
de woningeigenaar naar een heerlijk geurend en schuimend
bad wordt meteen al bij de oplevering op de proef gesteld:
er zit een scheur in de kuip. Over de oplossing verschillen
partijen van mening.

reparatie
Het bad is tijdens de verbouwing in opdracht van de aanne-
mer geleverd door een onderaannemer. Op de hoogte
gebracht van het euvel zegt deze leverancier de eigenaar
onvoorwaardelijk toe de badkuip te vervangen en een nieuw
bad te monteren. Daar steekt de aannemer echter een stok-
je voor. Vervanging betekent immers hak- en sloopwerk,
kans op kleurverschil in tegels en kit, etc. Om nog maar te
zwijgen over de kosten die dit met zich meebrengt. Aange-
zien de schade niet onder de garantie valt, kan de vakman
het bad niet kosteloos vervangen. Wel kan het bad door een
gespecialiseerd bedrijf worden gerepareerd. Vrijwel onzicht-
baar en zonder effect op de levensduur of kwaliteit van het
sanitair.

Vervanging
Reparatie van de scheur? De opdrachtgever hoeft er geen
seconde over na te denken. Hij wil het nieuwe bad dat hem
door de leverancier is toegezegd. Ook als daar sloop- en
herstelwerkzaamheden voor nodig zijn. De scheur is immers
veroorzaakt door een gebrek aan de badkuip, dan wel door
ondeugdelijke montage. Frequente verzoeken tot vervanging
van het bad aan het adres van de aannemer halen vervol-
gens niets uit. Hij is bereid tot kosteloos herstel, meer niet.
En dus is daar de stap naar de Raad van Arbitrage.

rechtsverhouding
Eenmaal voor de rechter herhaalt de aannemer zijn stand-
punt. Hij erkent dat er een haarscheur in de badkuip is ont-
staan en is bereid herstel hiervan voor zijn rekening te
nemen. Het bad geheel vervangen, gaat hem veel te ver. Hij
is daar – ondanks de toezegging van de leverancier – ook
niet aan gebonden.
De arbiter geeft de aannemer daarin gelijk. De rechtsver-
houding tussen de opdrachtgever en de aannemer speelt
hier een rol. Niet de rechtsverhouding tussen de opdracht-
gever en de leverancier. Bovendien heeft de leverancier
alleen met zijn opdrachtgever, de aannemer, van doen. Aan
de toezegging van de leverancier kan de woningeigenaar
dan ook geen rechten ontlenen.

Herstel
Blijft over de manier waarop de scheur in de badkuip moet
worden hersteld. Bij bezichtiging wordt het de arbiter dui-
delijk dat het inderdaad om een haarscheurtje gaat. Van
een constructief gebrek of een gebrek aan het bad zelf is
geen sprake. Volledige vervanging van de badkuip is dan
ook niet noodzakelijk en zelfs disproportioneel. Er kan wor-
den volstaan met cosmetische reparatie door een gespecia-
liseerd bedrijf. Daarmee krijgt de opdrachtgever een vol-
waardig, bruikbaar product.

De aannemer is nog steeds bereid om tot herstel over te
gaan en krijgt daar van de arbiter twaalf weken de tijd voor.
Hij betaalt de kosten voor het herstel zelf en biedt ook aan
garantie te verstrekken op het herstelwerk. De arbiter stelt
een garantietermijn van 1,5 jaar vast.

Afrekening
Partijen worden elk voor 50 procent in het ongelijk gesteld.
Dat betekent dat de aannemer de helft van de proceskosten
à 4.702,36 euro betaalt. Omdat het hier om een garantie-
geschil gaat en de woningeigenaar voor minder dan 75 pro-
cent ongelijk heeft, hoeft hij niets te betalen. Sterker nog,
hij krijgt de aanvraagkosten van 380 euro terug.

Wanneer een leverancier een badkuip levert met haarscheur, zegt hij
toe voor nieuw sanitair te zorgen. Alleen wil de betrokken aannemer
niet verder gaan dan een cosmetische reparatie. De arbiter moet de
patstelling doorbreken.

Repareren? Dat dacht de
opdrachtgever toch even niet

55nr. 7 – November 2020 Aannemer

54-55_arbitrage.indd 55 29-10-20 16:42

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.