Aannemer 8 – 2020 – pag. 39

Kwaliteit van de voeg
Behalve de verwerkingsmethode en de daarmee samenhan-
gende wijze van afwerking van de voeg, is het ook van
belang dat een voeg die toegepast wordt in metselwerk met
gehydrofobeerde bakstenen een bepaalde kwaliteit heeft.
Met betrekking tot de waterhuishouding van het gevelmet-
selwerk is de voeg in dit geval de zwakste schakel en kan
daarop mogelijk nog vervuiling en uitslag zichtbaar worden.
In de URL 2826-03 ‘Uitvoeringsrichtlijn voegen van metsel-
werk’ wordt het volgende gezegd over de voeghardheid bij
de toepassing van gehydrofobeerde stenen: “Indien gebruik
wordt gemaakt van een gehydrofobeerde steen dient het
voegwerk altijd gehydrofobeerd te worden. De voeghardheid
mag in dit geval (en indien hier geen aanvullende afspraken
over zijn gemaakt met de opdrachtgever) minimaal 25
bedragen. VH15 volstaat voor toepassingsgebied III en IV
indien het voegwerk gehydrofobeerd wordt. In alle gevallen
mag pas gehydrofobeerd worden nadat de voeghardheid is
bereikt”.
Een extra toelichting bij de URL 2826-03 luidt: “De voeghard-
heid van een gehydrofobeerde voeg in combinatie met een
gehydrofobeerde steen is minder van belang vanwege het
weinig wateropnemend vermogen van beide onderdelen en
daarmee een verlaagde kans op onder andere een overma-
tige vochtbelasting op de voeg, waardoor een verlaagde
kans op vorstschade van de voeg en op uitbloeïngen op het
metselwerk ontstaat. Indien gebruik wordt gemaakt van een
weinig zuigende steen mag, in tegenstelling tot tabel 2, een
voeghardheidsklasse van minimaal VH25 worden toegepast
indien het voegwerk wordt gehydrofobeerd. Indien sprake is
van liggend metselwerk (al het metselwerk met een kleinere
hellingshoek dan 45 graden, waardoor een verhoogde
vochtbelasting op kan treden) dient het voegwerk gehydro-
fobeerd te worden”.
In de CUR-aanbeveling 61 ‘Het voegen en hydrofoberen van
metselwerk’ wordt nog iets uitvoeriger ingegaan op voeg-
werk in gehydrofobeerd metselwerk: “Bij het voegen van
gehydrofobeerd metselwerk en nieuwbouwmetselwerk met
in de fabriek gehydrofobeerde stenen moet extra zorg aan
het nabehandelen worden besteed. Doordat ter plaatse van
het voegwerk de hechtvlakken van de stenen en de voorzij-
de van de metselmortel waterafstotend kunnen zijn, is voor-
bevochtigen niet mogelijk. Daardoor is nabehandelen extra
belangrijk.
Metselwerk van in de fabriek gehydrofobeerde stenen moet
op dezelfde wijze worden behandeld als metselwerk van
weinig zuigende stenen. Metselwerk van in de fabriek gehy-
drofobeerde stenen kan direct voorafgaand aan het voegen
niet goed worden voorbevochtigd. Het is wel mogelijk om
het metselwerk een dag van tevoren nat te maken. Doordat

daarbij wel de metselmortel wordt voorbevochtigd maar
niet de steen, is nabehandeling extra belangrijk. In de
fabriek gehydrofobeerde handvormstenen moeten in dit
opzicht hetzelfde worden behandeld als weinig zuigende
stenen.
Om problemen met betrekking tot het inbrengen van de
voegspecie en smetten van de stenen te voorkomen, mag
niet worden gevoegd zolang het metselwerk waterdruppel-
tjes vertoont.
Wanneer metselwerk vervaardigd met gehydrofobeerde ste-
nen niet wordt na-gehydrofobeerd, moet voegwerk met
hardheidsklasse VH35 worden gerealiseerd. Wanneer met-
selwerk vervaardigd met gehydrofobeerde stenen na het
voegen wordt na-gehydrofobeerd, kan worden volstaan met
voegwerk dat voldoet aan voeghardheidsklasse VH25, tenzij
er grote kans is op bekladding van het metselwerk of het
een horizontaal vlak betreft”.

Afstemming nodig
Het correct toepassen van bakstenen die voorzien zijn van
een hydrofobeerlaag vereist aandacht, zowel in de werk-
voorbereiding, detaillering, morteltoepassing als uitvoering.
Het is altijd van belang te weten of de baksteen die gebruikt
gaat worden, voorzien is van een hydrofobeerlaag. Hierop
moet het gehele proces afgestemd worden.
Het gebruik van bakstenen met een hydrofobeerlaag kan
voordelen opleveren, maar het is niet benodigd om op iede-
re baksteen een hydrofobeerlaag aan te brengen. De uitvoe-
ring van het metselwerk zal altijd afhankelijk zijn van omge-
vings- en uitvoeringsfactoren en blijft mensenwerk. Wij
adviseren dan ook projectspecifiek alle hiervoor genoemde
aspecten goed te behandelen en te bespreken met de
betrokken partijen.
Het zou wenselijk zijn dat er in de komende jaren in de
regelgeving ook over gehydrofobeerde bakstenen zaken vast
komen te liggen en geregeld gaan worden. De eerste stap-
pen in het reguleren en meer uniform op de markt brengen
van gehydrofobeerde bakstenen worden genomen, maar zijn
vaak nog per producent verschillend. Het is vooral van
belang dat deze processen gecontroleerd (kunnen) worden
en dat alle bakstenen met gelijke eigenschappen uit de pro-
ductie komen en op een voorgeschreven wijze verwerkt
kunnen worden. Het toepassen van bakstenen met een
hydrofobeerlaag heeft niet per definitie het gevolg dat er
sprake is van een langer mooi en schoon blijvende gevel. De
kans is wel veel groter, maar de voegen kunnen een meer
open structuur bezitten, waarmee rekening moet worden
gehouden. Het achteraf hydrofoberen van gemetselde
gevels houden wij buiten dit artikel om eventuele onduide-
lijkheden te voorkomen.

39nr. 8 – December 2020 Aannemer

34-35-36-37-38-39_vekemans.indd 39 07-12-20 08:50

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.