Aannemer – nummer 1 – 2017 – pag. 35

37

H
ij stelt dat de lekkage aan het dak is veroorzaakt
door werkzaamheden aan de stallingsruimte die
niet onder zijn verantwoordelijkheid zijn uitgevoerd.

Hij wijst in dat kader op het door de opdrachtgever na de
oplevering van de woning aangebrachte verlaagde plafond
in de stallingsruimte en het verwarmen van deze ruimte.
Bij bezichtiging door de arbiter blijkt dat de opdrachtgever
in de stallingsruimte een tussenwand heeft aangebracht.
In het achterste deel heeft hij wanden voor de halfsteens­
muren geplaatst en een verlaagd plafond bevestigd, waar­
mee hij van die ruimte een bijkeuken heeft gemaakt. In dat
deel staan ook een wasmachine en een condensdroger.
Het voorste gedeelte is nog als stalling in gebruik. Wel
heeft de opdrachtgever hier de oorspronkelijke garage­
kanteldeur vervangen door een dichte houten deur.
Omdat de opdrachtgever tijdens de zitting aangeeft dat de
klachten zich ook bij de overige woningen van het bouw­
plan voordoen, worden nog vijf (door de opdrachtgever
aangewezen) stallingsruimtes bezichtigd. Bij de stallings­
ruimtes die zich nog in de oorspronkelijke situatie bevinden
(geen verlaagd plafond, geen tussenwand en/of wanden),

Lekkend dak valt niet onder garantie Houtrot heeft vrij spel bij dakranden

Condens tast dakbeschot
stallingsruimte aan

stelt de arbiter vast dat de dakplaten niet of nauwelijks
door vocht zijn aangetast. Daarnaast is sprake van een zeer
geringe doorbuiging van het dakbeschot. Dit in tegen­
stelling tot de stallingsruimte van de opdrachtgever, waar
het dakbeschot ernstig doorbuigt en het plaatoppervlak in
ernstige mate is aangetast door vocht.
Volgens de arbiter heeft een combinatie van factoren ge­
leid tot de aantasting van het dakbeschot. Die combinatie
zorgt voor gewijzigde bouwfysische omstandigheden waar­
door de schade is ontstaan. Het betreft twee factoren. Het
ontbreekt aan voldoende ventilatie als gevolg van het
aanbrengen van een tussenwand, een verlaagd plafond
en het plaatsen van gipswanden voor het metselwerk.
Hierdoor verliezen de open stootvoegen hun functie,
evenals door het aanbrengen van een dichte pui met deur
ter vervanging van de garagekanteldeur.
Daarnaast is de bestemming gewijzigd, van een on­
verwarmde ruimte naar verwarmde ruimte en de plaatsing
van een wasmachine en condensdroger in dit deel.
Conclusie: de aannemer is niet aansprakelijk. De opdracht­
gever betaalt de proceskosten à 3000 euro.

De dakranden van een woning

worden uitgevoerd zonder

afdruipprofiel. Gecombineerd met

enkele uitvoeringsfouten leidt dit

tot houtrot. De aannemer wordt

aansprakelijk gesteld voor alle

schade. Of dit terecht is, is de vraag.

De arbiter heeft zeer ernstige houtrot aangetroffen aan de
dakranden. De houtrot heeft volgens hem voornamelijk
kunnen ontstaan doordat een deugdelijke daktrim of afdruip­
profiel ontbreekt.
Uit de contractstukken blijkt niet duidelijk hoe moet worden
voorzien in een deugdelijk afdruipprofiel langs de dak­
randen. Het bestek schrijft gootbekleding met een ‘platte
kraal’ voor, maar op de bestektekening is geen afdruipprofiel
aangegeven. De aannemer heeft in een e­mail voorgesteld
een blank geadoniseerde trim aan te brengen. Wel waar­
schuwt hij er voor dat wanneer de opdrachtgever beslist

geen daktrim aan te brengen, hij geen garantie op dit onder­
deel kan verstrekken. De architect heeft daarna in zijn e­mail
opdracht gegeven om geen trim toe te passen, maar de
bekleding van de goot af te snijden. Hij bevestigt daarin ook
nog dat er geen garantie wordt afgegeven.
Volgens die door de architect namens de opdrachtgever ver­
strekte opdracht is het werk ook uitgevoerd. De detaillering
zorgt ervoor dat water langs de houten dakranden kan stro­
men, waardoor dit eerder wordt aangetast. Dat het ontwerp
uitging van vurenhout maakt het ontwerp extra kwetsbaar
voor bijvoorbeeld houtrot.
Ondanks de waarschuwing van de aannemer heeft de
opdrachtgever/architect toch gekozen om de dakranden
uit te voeren zonder daktrim of afdruipprofiel. De gevolgen
komen voor zijn rekening.
De arbiter heeft daarnaast nog punten geconstateerd die
niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Het
rottingsproces is verergerd omdat de dakranddelen op de
hoeken en bij de passtukken niet deugdelijk zijn verlijmd
door de aannemer.
Het aandeel van de aannemer in de totale schade wordt
geschat op 6000 euro. Die moet hij – vermeerderd met
346,87 euro expertisekosten – aan de opdrachtgever
betalen. De proceskosten van de arbitragezaak à 4500 euro
worden verdeeld: de opdrachtgever betaalt 70 procent, de
aan nemer 30 procent.

Bewerkt naar het

desbetreffende

verslag van de

Raad van Arbitrage

Geschilnummer

35.762

36-37_arbitrage.indd 37 11-01-17 13:18

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.