#Uitvoering

Eenvoudig luchtdichtheid en ventilatie meten

ATT: luchtdichtheid meten met inzet van het ventilatiesysteem. (Foto: ACIN instrumenten)

Eenvoudiger, sneller en goedkoper de luchtdichtheid en de luchtvolumestroom van woningen meten. ACIN instrumenten heeft hiervoor apparatuur ontwikkeld. Ook brengt het bedrijf de Ultragraphyx-methode op de markt. Daarmee kunnen met behulp van geluidsgolven al in de ruwbouwfase luchtlekken worden opgespoord.

Sinds 2017 werken TNO, ACIN instrumenten, UNETO-VNI (inmiddels Techniek Nederland) en de VLA (Vereniging Leveranciers Luchttechnische Apparaten) samen in het SecureVent project (uitgevoerd met Topsector Energiesubsidie van het Ministerie van Economische Zaken) met als doel de integrale prestaties van luchtinstallaties in woningen te borgen. Het project is nu zo ver gevorderd dat er meetinstrumenten en bijbehorende meetmethodieken zijn ontwikkeld waarmee eenvoudig, snel en betaalbaar kan worden getoetst of de luchtvolumestroom, het geluidniveau van het ventilatiesysteem en de luchtdichtheid van de gebouwschil voldoen.

“Het idee achter het project was om een meetset voor de installateur te maken voor deze drie componenten”, zegt Niek-Jan Bink van ACIN instrumenten uit. “Een meetset die geen 10.000 euro kost, maar 1000 euro. Nou gaat die 1000 euro niet lukken, maar we hebben het wel aanzienlijk goedkoper kunnen maken.”

TNO heeft in het SecureVent-traject een meetmethode ontwikkeld voor het bepalen van het geluidsniveau van het ventilatiesysteem. ACIN instrumenten is ingeschakeld voor de onderdelen luchtdichtheid en luchtvolumestroom. Het project is drie jaar geleden begonnen; de ontwikkelde apparatuur is nu marktrijp en begin deze maand gepresenteerd op installatiebeurs VSK.

De Ultragraphyx-methode staat buiten dit project. Deze methode bestaat al langer en werd tot dusver geleverd als dienst door Gevelscan, het bedrijf van bedenker Theo d’Achard van Enschut. ACIN instrumenten heeft er nu een set van gemaakt die te koop is en breder in de bouw kan worden ingezet. Ook deze methode is gepresenteerd op de VSK.

Al deze meetinstrumenten hebben gemeen dat ze aannemers, installateurs en toeleveranciers helpen bij het borgen van de kwaliteit en prestaties van het werk.

Versnelde luchtdichtheidsmethode

De AirTightnessTester (ATT) is ontwikkeld als aanvulling op de blowerdoortest of als snelle check door de installateur.

Het idee is: bij een seriematig woningbouwproject worden doorgaans maar enkele woningen gecontroleerd op luchtdichtheid met behulp van een blowerdoor. Om zeker te weten dat iedere woning presteert, moeten ze allemaal worden gemeten. “Want het kan best zijn dat in woning nummer 10 nog een kier langs het kozijn is vergeten”, zegt Bink.

De ATT bestaat uit een tasje met daarin een drukvat met een drukverschilsensor en een app op een tablet met WiFi communicatie. De ATT gaat ongeveer 1500 euro kosten.

Het werkt als volgt: het drukvat wordt op een willekeurige plaats in de woning gezet. Dit vat heeft een kraantje dat wordt aangestuurd door de software. Is het kraantje open, dan neemt het vat de druk van de woning aan. Vervolgens wordt het ventilatiesysteem van de woning ingezet om het huis op over- of onderdruk te brengen. Uit de totale volumestroom en het opgebouwde drukverschil tussen het vat en de woning kan de qv;10 worden berekend.

“Als je bij een seriematig project nu die 2 of 3 woningen met blowerdoor én met deze methode doet, kun je voor de overige woningen alleen de ATT gebruiken”, zegt Bink. “De zekerheid dat álle woningen presteren wordt daarmee veel groter.”

Blowerdoor niet overbodig

Voor de duidelijkheid: de ATT maakt de blowerdoortest niet overbodig. “Er zit een exponent – n – in de formule voor de qv;10 die je met de blowerdoor wél kunt berekenen en met ons systeem niet. Bij het meten met de ATT moet je daar een aanname voor doen. Als je exact volgens de norm wil meten, of als het er om spant, moet dat met de blowerdoortest. Daarom zeggen wij ook: doe een aantal woningen met de blowerdoor en de rest met de ATT. Want met de ATT kun je niet tot 4 cijfers achter de komma meten, maar je test wel of er lekken zijn.”

De n die uit de blowerdoortest komt, is overigens in te voeren in de software van de ATT. Dan wordt de test nog weer nauwkeuriger. “Koppen Bouwexperts heeft beide methodes uitgebreid naast elkaar getest in een woningbouwproject in Heerhugowaard en in 95% van de gevallen kwamen de resultaten overeen.”

Ventilatiesysteem

Voor het inzetten van de ATT is een werkend ventilatiesysteem nodig. Dit kan zowel balansventilatie (systeem D) als mechanische ventilatie (systeem C) zijn. Voor de ATT is alleen toevoer of alleen afvoer nodig. Bij balansventilatie moet een van de twee kanalen worden afgesloten. “Het aardige van balansventilatie is wel dat je zowel overdruk als onderdruk kan toetsen”, zegt Bink.

Belangrijker: het ventilatiesystemen moet aan en uit kunnen. “En er zijn momenteel nog veel systemen waarbij dat niet kan. Fabrikanten zijn hier wel mee bezig, maar meestal is de enige mogelijkheid om de stekker uit het stopcontact te trekken. Prima, maar zo gauw je de stekker er weer in stopt springt het systeem weer in zijn regeling. En dat willen we nu juist niet: het systeem moet vol aan.”

Een alternatief is meten door te werken met stand 1 en stand 3 van de ventilatie. Dit is wel minder secuur dan de aan- en uitmethode, zegt Bink. “Maar ellende – lekken in het huis – zie je altijd.”

Doelgroepen ATT

Aannemers zijn eindverantwoordelijk voor de bouwkwaliteit en hebben uiteraard belang bij de ATT. Het kan straks de installateur zijn die de ATT-meting doet als onderdeel van het inregelen van het ventilatiesysteem en de aannemer waarschuwt als het mis is. Ook acht Bink het niet onmogelijk dat de meetbureaus die blowerdoortesten uitvoeren de ATT zullen opnemen in hun dienstenpakket.

Vereenvoudigde luchtvolumestroommeter

De tweede innovatie van ACIN instrumenten is de vereenvoudigde luchtvolumestroommeter. Dit is echt een stuk gereedschap voor de installateur.

ACIN instrumenten is producent van de FlowFinder, een apparaat waarmee installateurs ventilatiesystemen zeer nauwkeurig (marge 3%) kunnen inregelen. Dit is een zogeheten nuldrukcompensatiemeter. Idee binnen het SecureEvent project was om deze goedkoper te maken dan deze nu is (ca. 3000 euro). “Maar daarvan heb ik vanaf het begin gezegd dat dat waarschijnlijk onmogelijk is omdat de technologie erachter best ingewikkeld is”, zegt Bink.

Het vizier is vervolgens gericht op de Ventiflow, een vleugelradanemometer, ook uit het arsenaal van ACIN instrumenten. Deze is in zijn oorspronkelijke versie alleen bruikbaar voor het meten van de afvoer. “Toevoer – balanceren – gaat niet”, zegt Bink. “Daarbij maak je snel een fout van 20%. Dit apparaatje meet namelijk puur de snelheid van de lucht die er doorheen gaat. Dat vermenigvuldigt hij vervolgens met een factor om er kubieke meters per uur van te maken. Het probleem hierbij is dat de snelheid van 50 kub lucht die door een open gat stroomt veel lager is dan 50 kub die door een spleet komt. Dat begrijpt de Ventiflow niet. Bij afvoer speelt dit geen rol omdat dan de lucht aan de achterkant van de Ventiflow altijd op dezelfde manier instroomt.”

Voor de nieuwe versie is een extra onderdeel bedacht: een stroomrichter die in de Ventiflow wordt geplaatst en bovengenoemd verschil in snelheid opheft. Hierdoor kunnen zowel voor toe- als afvoer volumestromen van 25 tot 100 m3/uur met een onzekerheid van zo’n 10% worden gemeten. Ook hier geldt weer dat, voor grotere projecten, men 2 of 3 huizen met zowel de FlowFinder als de Ventiflow-mk2 zou moeten inregelen. De rest van de huizen kan dan met de VentiFlow-mk2 worden gedaan. Het apparaat gaat zo’n 750 euro kosten.

Luchtlekken opsporen met geluid

De Ultragraphyx-methode – ook wel de Prescan-methode genoemd – ligt op het terrein van de bouwkundig aannemer en is niet nieuw, maar doorontwikkeld tot een set apparatuur met software die interessant is voor aannemers, thermografen, meetbureaus en deur- en kozijnfabrikanten. Door luchtlekken tijdens de ruwbouw (of productie in de fabriek) op te sporen zijn deze nog eenvoudig te dichten, is het idee achter deze methode.

Ultragraphyx bestaat uit een ultrasone bron aan de ene kant van het object dat gemeten moet worden en een scanner aan de andere kant. Daarin zit een microfoontje dat het geluid oppikt. Het geluidsniveau wordt via bluetooth op de computer gelogd. De scanner is gekoppeld aan een camera. Ultrasoon geluid gaat heel precies door alle lekjes heen. Door met de ontvanger langs het object te gaan – bijvoorbeeld een kozijn in een gevel – wordt de locatie van de lekken geregistreerd door de camera. Dit resulteert in een foto waarop met kleuren inzichtelijk is gemaakt waar de luchtlekken zitten.

Het grote voordeel van meten met ultrasoon geluid ten opzichte van thermografie (de al meer ingeburgerde warmtebeeldcamera) is dat er geen temperatuurverschillen nodig zijn om lekken te vinden.

De toegevoegde waarde van de foto is dat deze te gebruiken is als documentatie en als onderbouwing van bouwkwaliteit. Bink: “En ook kun je dit gebruiken om na bijvoorbeeld 10 jaar nog eens te kijken. Is het goed gebleven? Dát is nu echt kwaliteit borgen.”

De Ultragraphyx-set kost ongeveer 10.000 euro.

Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.