#Uitvoering

Inblazen in een houtskeletbouw constructie

(Foto: Ton Kastermans)

Houtskeletbouw isoleren met natuurlijke isolatiematerialen? Door het inblazen van cellulose, houtvezel of stro zijn de compartimenten naadloos te vullen. Dat niet alleen: in vergelijking met het isoleren met dekens scheelt het veel arbeid en is het goedkoper.

Er zijn geografische verschillen, ziet Wouter Klijn. Richting België is het volgens hem vooral cellulose wat de klok slaat, richting Duitsland naast cellulose ook houtvezel. “Nederland grijpt – zeker in kleinere projecten – vaak naar houtvezel.”

Hijzelf werkt onder de naam Strobouwer.nl. Bouwen met stro heeft zijn voorkeur, maar hij blaast ook vaak houtvezel in. Direct voor opdrachtgevers maar ook voor aannemers. Al is het niet zijn ambitie om de agenda vol te laten lopen of om een bedrijf uit te bouwen met een x-aantal medewerkers. “Inblazen is voor mij geen doel, meer een middel om mensen te helpen in hun projecten. Experimenteren en pionieren vind ik heel leuk. Ik ben meer geïnteresseerd in: kan bouwen makkelijker, op een meer natuurlijke manier?”

Best nieuwig’

Inblazen van isolatiematerialen is als methode “best nieuwig”, zegt hij, maar de voordelen ervan dringen langzamerhand door tot bouwers. “Aannemers die willen isoleren met natuurlijke materialen zoals houtvezel, hennep en vlas doen dat vaak met dekens. Wil je dat netjes doen, dan moet je alles op de lintzaag op maat zagen. Dat gaat prima, maar medewerkers lopen dan de hele tijd heen en weer tussen de lintzaag en de modules die ze aan het maken zijn. Dat betekent: veel arbeidstijd. Als je dan de materiaalkosten per kuub gaat uitrekenen, dan is een ingeblazen houtvezel of cellulose goedkoper aan materiaal en de arbeid minder. Je hoeft alleen te investeren in de machine.”

Een van de aannemers waarvoor hij een aantal projecten inblies, heeft nu zelf zo’n machine aangeschaft. “Zij zien er het voordeel van in. Grotere houtskeletbouwers hebben er ongetwijfeld ook naar gekeken. Maar goed, dat vraagt natuurlijk een aanpassing van hun productielijn, wat modificaties, wat opleiding en dus een investering. Al is die investering bij schaalvergroting snel terugverdiend.”

Hergebruik en herstel

Klijn noemt een aantal voordelen van inblazen: de kwaliteit is makkelijker te handhaven en er is vrijheid in vormgeving, want een houtskeletbouw compartiment is altijd naadloos te vullen. Al ziet hij ook het nut van isolatiedekens. “Verschillende technieken bestaan naast elkaar. Dekens hebben zeker een toegevoegde functionaliteit. Daar waar compartimenten te klein worden, is het instoppen van een deken een prachtige manier om het te isoleren.”

Inblazen biedt wel veel perspectief voor toekomstig hergebruik en maakt reparatie gemakkelijker. “Ingeblazen materiaal kun je er in theorie ook weer uitzuigen. Dan moet je een installatie maken die het kan verpakken. Of een container neerzetten, de isolatie wegzuigen en het in de fabriek opnieuw verpakken. Op maat gemaakte dekens moet je eerst vershredderen. Dat is al weer extra werk.”

Bij een project in Spaarndam waar Klijn stro inblies, maakte de loodgieter een fout met de regenwaterafvoer. Daardoor waren twee stroken nat geworden, maar die kon hij vrij eenvoudig leeg zuigen en opnieuw vullen. “Met dekens was dat een hele operatie geweest. Laat staan dat er strobalen in zouden zitten: dan moet je de dakbedekking opnieuw opensnijden en het dak open zagen. Dat kan allemaal, maar een beetje fatsoenlijk herstel is wel fijn.”

Bermgras, riet, speltkaf, paprikastengels
Met cellulose, houtvezel en stro houdt het wat inblazen betreft niet op. Er zijn veel mogelijkheden voor andere natuurlijke materialen, waarbij de landbouw in Nederland een rol kan spelen. Daar wordt dan ook volop mee geëxperimenteerd. Klijn heeft bermgras en gehakseld riet van Rijkswaterstaat gekregen, blies al een keer speltkaf in het dak van een woning en is betrokken bij een proefproject waarbij gehakselde paprikastengels uit de tuinbouw als isolatie worden ingezet.
“Het is allemaal plantaardig materiaal met een celstructuur. Die celstructuur en voormalige levensaders vormen een netwerk van koolwaterstofmoleculen. Die hebben een isolerende eigenschap en vochtbuffering en temperatuurbuffering. Ze gedragen zich – de een wat meer naar links, de ander wat meer naar rechts – allemaal ongeveer hetzelfde. Je kunt ze samenbinden en er een baal van maken, maar dus ook verhakselen en inblazen.”
Meerjarige gewassen zijn het mooist, zegt Klijn: “Het nadeel van het stro van een graan zoals tarwe is dat je ieder jaar de grond moet bewerken. Qua biodiversiteit is dat niet fijn. Meerjarige gewassen – rieten en grassen zoals miscanthus (olifantsgras) – hoef je alleen maar te oogsten. De bodem blijft dan intact. Dat is wat biodiversiteit betreft interessanter dan graan.”
Veel van deze toepassingen missen nog de nodige onderbouwing en onderzoek, maar volgens Klijn is er voldoende kennis en kunde aanwezig in Nederland om die puzzelstukken aan elkaar te krijgen, zodat het plaatje financieel en praktisch klopt.

35 tot 40 kilo per m3

Inblazen kan in de werkplaats, maar ook op de bouw (bij nieuwbouw en renovatie). Een nieuwe woning in Almere bestaat uit HSB elementen die met SLS 38×235 gemaakt zijn.  Aan de buitenkant zit een multiplex als verstijving en daar overheen een houtvezel-isolatie-plaat. De binnenkant is deels afgewerkt met Fermacell en deels met gipskarton platen om op de kosten te besparen.

Hij snijdt simpelweg een gat in de folie en blaast de isolatie in met een dichtheid van 35 tot 40 kilo per m3. Boven de 29 kilo zakt het isolatiemateriaal niet meer in. Het gat wordt uiteraard weer afgeplakt.

Die dichtheid ook halen, is gedeeltelijk een kwestie van ervaring met de machine, maar ook te berekenen. “Je weet hoe groot het compartiment is, dus kun je uitrekenen hoeveel kilo er in moet. Bij cellulose kun je een gat boren, een pakket eruit halen en het soortelijk gewicht meten. Dan is dat je meting. Bij losse vezels is dat een dingetje.”

Na twee volle dagen is er nog klein stukje over om in te blazen. Door de keuze voor gipskarton beplating en 10mm Fermacell moest Klijn overschakelen naar het inbazen met veel minder luchtdruk en dus ook een lagere snelheid.

I-ligger met spinvlies
Een vrachtwagen die bouwmaterialen brengt op de bouwplaats moet na het lossen weer weg, anders ontstaat er een probleem op de bouwplaats. Hetzelfde geldt voor het transportmiddel dat nodig is voor inblazen: lucht. Die moet weer weg kunnen uit de constructie, maar veel beplatingen zijn luchtdicht. “Zeker stro moet je met relatief veel lucht verplaatsen, want het materiaal is zwaarder”, zegt Klijn. “Dat gaat dus met wat meer geweld en we hebben wel meegemaakt dat een Fermacell plaat dan openscheurt omdat de druk te hoog is.”
Klijn wijst op een doorontwikkeling van I-liggers die gedeeltelijk open zijn. “Lignotrend heeft I-liggers waarbij het lijf niet van osb of hardboard is, maar bestaat uit sporten en een spinvlies. Lucht kan daar doorheen, maar het isolatiemateriaal blijft achter. De lucht ontsnapt daardoor naar het volgende vak. Dat is puur ontwikkeld voor het inblazen. Dat zijn stappen die je nodig hebt om materialen op deze manier toe te passen.”

Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.