#Uitvoering

Tochtende voordeur blijft gemoederen bezighouden

Als een opdrachtgever tochtverschijnselen bij de voordeur meldt aan de aannemer met het verzoek om deze te herstellen, is de vakman hiertoe niet bereid. Zo kan het dat partijen jaren later opnieuw tegenover elkaar in de rechtbank staan.

Vijf jaar na oplevering van een woning is door de Raad van Arbitrage vonnis gewezen in het toen aanhangige geschil tussen de opdrachtgever en de aannemer. In dat geschil heeft de opdrachtgever acht klachten ter beoordeling aan de arbiter voorgelegd. Inzake de eerste klacht – ‘de voordeur en het kozijn zijn ernstig scheef en krom geplaatst’ – is als volgt overwogen. Een deskundige heeft geconstateerd dat de voordeur aan de onderzijde 6 mm wijkt ten opzichte van de sluitstijl, waardoor de tochtafdichting niet meer functioneel is. Voor wat de optredende tocht betreft, wordt niet voldaan aan de garantienormen. Partijen hebben zich geconformeerd aan het deskundigenbericht. De arbiter veroordeelt de aannemer tot herstel.

Het herstel aan de voordeur is eind 2012 door de vakman uitgevoerd. Hij heeft onder meer één of meer schanieren vervangen en verplaatst, tochtrubbers vervangen en de voordeur inclusief sluitkommen afgesteld. Als de opdrachtgever begin 2014 tochtverschijnselen bij de voordeur meldt aan de aannemer met het verzoek deze te herstellen, is hij hiertoe niet bereid. De woningeigenaar wendt zich opnieuw tot de Raad van Arbitrage. Volgens hem voldoet het uitgevoerde herstel aan de voordeur niet aan de garantienormen.

Ter bezichtiging constateert de arbiter dat (de buitenzijde van) de voordeur – als deze met de driepuntsvergrendeling (nachtslot) is afgesloten –, aan de onder- en bovenzijde, steeds ter hoogte van de sluitkommen maximaal 3 mm meer wijkt ten opzichte van de deurstijl dan het middelste deel (ter hoogte van het slot) van de deur dat doet. Deze afwijking valt binnen de garantienormen en de normen van goed en deugdelijk werk. Verder blijkt dat – in gesloten toestand (nachtslot) van de deur – het tochtrubber van het kozijn tegen (de buitenzijde van) de deur aanligt en dat het rubber aan de binnenzijde (opdekkant) van de deur tegen het binnenkozijn aanligt.

De arbiter meent dat met de huidige situatie wordt voldaan aan de als gevolg van de garantienormen te stellen eisen en er geen sprake is van onvoldoende herstel of een gebrek. Daarbij geeft hij aan dat (ook) het Bouwbesluit niet verlangt dat de draaiende delen als deuren de woning 100% afsluiten. De opdrachtgever wordt volledig in het ongelijk gesteld. Hij betaalt alle proceskosten à 3.601,81 euro.

Bewerkt naar het desbetreffende verslag van de Raad van Arbitrage

Geschilnummer 80.816

Tekening: Pennestreek/Tony Tati

Dit artikel verscheen in maart 2015 in het blad Aannemer. Klik hier voor een (proef)abonnement.

Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.