Het afschaffen van de compensatieregelingen voor de transitievergoeding werpt de vraag op waarom we die vergoeding überhaupt hebben. De overheid probeert wanhopig bestaanszekerheid te realiseren door alles met geld op te lossen. Maar in plaats van domweg geld uitkeren na langdurige arbeidsongeschiktheid kunnen we beter investeren in de ontwikkeling van werknemers door hen gratis her- en bijscholing aan te bieden. Die oproep doet Sipke Meindertsma.
Het opheffen van de compensatieregeling voor de transitievergoeding is een slechte zaak. Grotere mkb-bedrijven hebben genoeg vlees op de botten om tegenvallers bij langdurig zieke personeelsleden op te vangen. Maar voor het klein-mkb is dit echt een klap. ‘Mooi’ voorbeeld: een autopoetsbedrijf had een zieke die na twee jaar ziekte is afgekeurd. Omdat hij twintig jaar had gewerkt, moest de werkgever uiteindelijk 21.000 euro aan transitievergoeding betalen. Dat kon die baas niet betalen. Waar zijn we dan mee bezig?
Dat de overheid moet bezuinigen, snap ik. Maar dit raakt bedrijven die het niet kunnen lijden. Kunnen we die hele transitievergoeding in deze krappe arbeidsmarkt dan niet beter helemaal overboord gooien? Met een financiële tegemoetkoming geef je werknemers weliswaar wat rust na verlies van hun baan, maar je ‘koopt’ er geen bestaanszekerheid mee. Zelfs een vast contract is daar geen garantie op.
Investeren in de ontwikkeling van de werknemer
Nee, in deze tijden, waarin AI de hele arbeidsmarkt overhoopgooit, telt maar één ding: snel schakelen, wendbaar en flexibel zijn. De vraag naar uitzendkrachten die een administratierol vervullen, bijvoorbeeld, is door AI in één jaar tijd met 23 procent gedaald. Op dat soort veranderingen moet je snel anticiperen. Dus moeten we investeren in de ontwikkeling van de werknemer. Tegen de overheid zou ik zeggen: stel her- en bijscholing gratis beschikbaar. Daar hebben werknemers uiteindelijk meer aan dan aan een zak geld, en telkens verplicht solliciteren op banen waar ze toch niet de vaardigheden voor hebben.
De overheid lijkt aan tunnelvisie te lijden en zou naar meerdere perspectieven moeten kijken. Neem de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding van 0,23 naar 0,25 cent. Ik gun iedereen die twee cent per kilometer extra. Maar het schiet zijn doel voorbij. Het doorvoeren van deze maatregel kost namelijk meer dan de maatregel oplevert; dat kan toch niet de bedoeling zijn? Je moet klanten benaderen, met terugwerkende kracht berekenen waar mensen recht op hadden, facturen maken, etcetera. Die bureaucratie kost aan personeelskosten bijna meer dan dat die twee cent per kilometer oplevert. En dan te bedenken dat werkgevers dit met terugwerkende kracht over heel 2026 mogen doorvoeren. Tuurlijk, je wil niemand tekortdoen en een gelijk speelveld creëren. Tegelijkertijd is de vraag: moeten we dat willen?
Al moet al moeten werkgevers vaak de vergoedingen betalen om de (toekomstige) positie van werkend Nederland te verbeteren. Maar wat draagt de overheid zelf bij aan de bestaanszekerheid?

