Het Levenshuis laat zien hoe gezonde, biobased bouw- en isolatiematerialen in de praktijk bijdragen aan toekomstbestendige woningrenovatie. Tijdens de beurs Renovatie & Transformatie konden bezoekers in dit living lab ervaren welke duurzame bouw- en installatietechnieken vandaag al toepasbaar zijn en welke meetbare voordelen dat oplevert voor milieu, bewoners én verwerkers. Initiatiefnemer Oldenboom toonde daarbij samen met partners hoe de materialen en technieken concreet ingezet kunnen worden in renovatieprojecten. Die aantoonbare gezondheidswinst maakt het concept ook voor aannemers bijzonder relevant.
Bij de ontwikkeling zijn in totaal circa 50 partners van Oldenboom betrokken. Dat varieert van leveranciers van producten en materialen tot een leverancier van het keurmerk Gezonde Woning Keur. Trebbe was in 2024 de eerste aannemer die dit keurmerk ontving.
Voor de duidelijkheid: het Levenshuis is geen kant-en-klaar duurzaam biobased woningbouwconcept dat Oldenboom op de markt gaat brengen. Deze verrijdbare showroom dient als vertrekpunt voor een degelijk advies over de geschiktheid van biologische en/of circulaire bouw- en isolatiematerialen voor een specifiek renovatieproject. Door middel van verschillende opbouwen laat Oldenboom dat zien. Bezoekers krijgen een concreet beeld van hoe een meetbare duurzame en gezonde leefomgeving er uit kan zien.
Gezond voor mens en natuur
Grondlegger van het Levenshuis is innovatie- en salesmanager van biobased materialen bij Oldenboom, Joël Horn. “De woningbouw- en vastgoedsector is op zoek naar een industriële opschaling van duurzame en gezonde woningen”, vertelde hij tijdens een kennissessie over het Levenshuis op de beursvloer. “Om daar handen en voeten aan te geven hebben we deze verrijdbare showroom ontworpen. Door middel van live metingen laten we zien dat de eigenschappen van de diverse toegepaste materialen gezond zijn voor de verwerkers en de bewoners èn voor de natuur.”
Veel onduidelijkheid
Volgens Horn zijn veel bouwprofessionals en consumenten wel bekend met biobased bouw- en isolatiematerialen zoals hout, vlas, cellulose en wellicht zelfs olifantsgras. “Maar hoe het toegepast moet worden en wat nu eigenlijk een gezonde opbouw is van een biobased gevel, dat is veel minder bekend. Daarnaast is velen nog niet duidelijk of materialen en toepassingen wel gecertificeerd zijn en of ze voldoen aan brandveiligheid bijvoorbeeld. Daarom is het van belang om diverse opbouwen te demonstreren in het Levenshuis. Zo kunnen wij onze klanten beter adviseren welke toepassingen passen bij hun project.”
Uitdagingen
In verhouding tot de conventionele bouw- en isolatiematerialen worden in Nederland nog relatief weinig biobased varianten toegepast in de woningbouw, ook al is de sector wel met een (voorzichtige) opmars bezig. Volgens Horn is het een uitdaging om biologische en gezonde materialen gecertificeerd te krijgen, zodat de aannemer en/of verwerker een kwaliteitsgarantie in handen heeft. “Zonder die garantie willen de meeste aannemers die materialen niet verwerken”, erkent hij. “Daarnaast zijn dergelijke materialen nog te weinig bekend in de bouwsector en bij de consument.”
Building Balance heeft onder meer vijf BioBladen gepubliceerd die bouwbedrijven en timmerfabrikanten op weg helpen met het toepassen van biobased isolatiemateriaal in prefab hsb-gevels. En nu is er dus ook een verrijdbaar living lab waarin bezoekers aan den lijve ervaren hoe een duurzame en gezonde woonomgeving eruit kan zien.

