Renovatie in verbinding met de natuur

De nieuwe aanbouw heeft de vorm van vijf beukenbladeren. (Foto: Studio VHF)

Een oude boswachterswoning in Wapenveld is op een zeer zorgvuldige en doordachte wijze gerenoveerd en uitgebreid. Met respect voor de natuur en met zoveel mogelijk toepassing van hergebruikte en biobased materialen. De woning heeft een weldadig binnenklimaat en via gebogen transparante puien opent de nieuwe leefruimte zich naar het bos. De schuur ernaast kent enkele experimentele biobased materiaaltoepassingen.

Aan de rand van landgoed De Polberg op de Veluwe staat aan de Groteweg in Wapenveld een ruim honderd jaar oude boswachterswoning. Die is recent op een weloverwogen wijze gerenoveerd en uitgebreid tot een riante woning. Vanaf de weg gezien is er weinig veranderd. De gestucte gevel met kleine vensters en het rieten dak ogen hetzelfde als voorheen, maar zijn wel degelijk vernieuwd. Toen het huis werd gebouwd was het nog een rustige weg, maar nu is er veel verkeer, dat ook veel geluid veroorzaakt. De woning was niet geïsoleerd en had steens gevels. Het verkeerslawaai was binnen erg duidelijk hoorbaar, ook was de woning donker en koud in de winter.

Week van de Renovatieopgave

(Klik op de foto voor een vergroting)

Gezond bouwen

Vanuit Landgoed De Polberg kreeg architect Sandra Risseeuw van SA Design de opdracht het huis te renoveren en uit te breiden. De wens was een prettige en gezonde woning met een sterke connectie met de natuur te realiseren. Risseeuw heeft zich gespecialiseerd in circulair en biobased bouwen en heeft haar kennis hier slim toegepast. Hierbij werd ze bijgestaan door bouwbiologisch aannemer Eberhard Dijkhuis. Beiden zijn overtuigd van de heilzame werking van biobased bouwmaterialen. In dit huis zijn onder andere riet, stro, kurk, hout en leem toegepast. De leemstuc wanden dragen bij aan een prettige vochtbalans. Er is dampopen gebouwd en de uitbreiding biedt veel visueel contact met de natuur. Het huis heeft een fijne akoestiek en atmosfeer, kortom: hier kun je gezond wonen.

Gevelisolatie met hout en stro

De uitbreiding betreft een nieuwe entreehal die doorloopt in een eetkamer annex keuken en zithoek. De aanbouw heeft de vorm van beukenbladeren die elkaar overlappen. De twee grote hebben een houten constructie met gebogen gevels, die zijn gevuld met triple glas. Dijkhuis: “De maatvoering met de ronde gevels was best uitdagend; we hebben de kozijnmaten als uitgangspunt genomen bij het uitzetten van de staanders.”

In de nieuwe entreehal wijst Risseeuw op de oude gevelsteen uit 1919 in de voormalige buitengevel, die zich nu dus binnen bevindt. “Hier zie je ook duidelijk het verschil in dikte tussen de oorspronkelijke en de geïsoleerde buitengevel. De oude steens gevels zijn van binnen met leem afgewerkt en aan de buitenzijde geïsoleerd met hsb-elementen, gevuld met inblaasstro. We hebben gekozen voor stro omdat dat zwaarder is dan isolatie van houtvezels of cellulose en daardoor zowel thermisch als akoestisch beter isoleert.” De bezonning van de gevels was medebepalend voor de dikte van de isolatie van elke gevel.

Waarom voor inblaasstro is gekozen als gevelisolatie

  • Stro wordt ingeblazen met meer massa dan cellulose, zodat het geluid beter tegenhoudt
  • Het stro komt uit Nederland
  • Het stro is niet nabehandeld met chemicaliën
  • Stro vult alle kiertjes, wat belangrijk is voor de goede isolatiewaarde
  • Het stro zorgt voor een zeer hoge isolatiewaarde van de hele woning
  • De opbouw is dampopen, wat zorgt voor een goede vochthuishouding
  • In de zomer zorgt het stro ook voor verkoeling
  • Stro is natuurlijk, maar niet kwetsbaar. Mits goed gedetailleerd, komen er geen diertjes in

Het dak van de oude woning is wel geïsoleerd met cellulose. Risseeuw: “Onder het dak zijn geen slaapkamers en dus is de akoestische isolatie minder van belang. Bovendien was hier een lichter gewicht wenselijk.” Het dak is opnieuw met riet gedekt, zoveel mogelijk met het oude riet, dat met nieuw riet is gemengd. Kleurverschillen zijn niet opvallend. De oude sporenkap was zodanig aangetast door houtworm dat het dak geheel is vervangen door nieuwe houten spanten, houten constructieplaten en een dampdoorlatende folie.

De hsb-gevels zijn aan de buitenzijde wit gestuct. In de hal zie je ook goed dat het nieuwe gevelstucwerk buiten erg lijkt op het oude gevelstucwerk. Aannemer Dijkhuis: “Met behulp van een oud molentje heeft onze stukadoor het stuc in druppels tegen de gevel geslingerd waardoor hetzelfde reliëf ontstaat; echt vakwerk.”

(Klik op de foto voor een vergroting)

Connectie met de natuur

Op het landgoed staan veel beuken, die jaarlijks hun bladeren laten vallen rond het huis. De plattegrond en de vorm van de daken van de uitbreiding zijn geïnspireerd op de vorm van beukenbladeren. De oude boerderijachtige woning was op de weg gericht. Aan de achterzijde, de kant van het bos, had het huis alleen enkele kleine, lage ramen. Dankzij de nieuwe aanbouw aan de achterzijde opent de woning zich nu meer naar het bos. De twee bladvormige nieuwe vleugels bestaan geheel uit kozijnen en zijn dus heel transparant. Vanuit de eethoek en de zithoek is er een prachtig zicht op het achterliggende bos.

Risseeuw: “De roodbruine kleur van de beukenbladeren komt op diverse plekken terug: in de minerale verf op de achtergevel, de terracotta nokvorsten en in de roodbruine leemstuc in het interieur. Ook de wandbekleding in de werkkamer, die is gemaakt van overtollige werkkleding, heeft een warme terracotta tint.”

Bij dit project is het bestaande groen gerespecteerd. Risseeuw: “Er is ‘gevochten’ om een oude grote rododendron te behouden, die op één meter afstand van de aanbouw staat. Ook andere bestaande planten en bomen zijn voorafgaand aan de bouw goed beschermd en behouden.”

Natuurlijke materialen

De connectie met de natuur uit zich ook in de materialisatie. Er is veel hout toegepast. Zo bestaat de constructie van de aanbouw uit vurenhout. Het hsb-geveldeel tussen de twee bladen is gevuld met houtvezelisolatie en bekleed met geëxpandeerde kurk. Risseeuw: “Die kurk is donkerder en geschikt voor buiten”. Dijkhuis: “Houtvezelisolatie is harder dan houtwolisolatie, dat voor binnenwanden wordt gebruikt. Beide zijn gemaakt van resthout van bomen.”

Het hsb-dak van de aanbouw is bedekt met sedum. Ook op de schuur is een sedumdak toegepast. Risseeuw: “Hier is een experiment met een plasticvrij dak gedaan, dat we niet aandurfden bij de aanbouw van de woning. Normaal bevat de drainage in sedumdaken onderdelen van kunststof. Maar bij dit schuurdak is dat anders opgelost, namelijk met perzikpitten en schapenwol.” De noord- en oostgevel van de schuur zijn geïsoleerd met hennepjute isolatie en bekleed met burned wood. Het dak van de schuur is geïsoleerd met kurk. Op de zuidgevel is spuitkurk toegepast.

Als binnenbekleding zijn in het huis houten platen gebruikt die de ongezonde stof formaldehyde minimaal uitstoten: Elka Vita en ESB platen van de Duitse fabrikant Elka. Deze maakt (drielaags) plaatmateriaal met gezonde lijm en met reststukken uit de zagerij. Ook de hsb-wanden zijn van dit materiaal gemaakt en hebben verder geen afwerking nodig.

Aan de onderzijde van de bladvormige daken is het underlayment tussen de vurenhouten ‘bladnerven’ afgewerkt met lichtgroene vilt van schapenwol. De restanten van het ruim bestelde vilt heeft Risseeuw gebruikt achter de bovenlichten van een witte houten kastenwand, die gemaakt is van vier oude deuren. Twee van die deuren vormen een doorgang naar de belendende traphal.

In de naden rondom de kozijnen, waar doorgaans purschuim wordt toegepast, is schapenwol aangebracht: biobased én demontabel.

Hergebruikte elementen

Er is zoveel mogelijk behouden en hergebruikt. Uit de oude boswachterswoning kwamen 29 (kast)deuren. Tien daarvan zijn als deur hergebruikt en daarbij soms wat hoger gemaakt. Negentien deuren zijn als gevelbekleding gebruikt voor de nieuwe schuur. Ook enkele oude kozijnen zijn hergebruikt in de schuur en in de woning. Risseeuw: “Het hout van veel van de oude kozijnen en deuren is van veel betere kwaliteit dan nu. Daarom zijn ze een tweede leven ook echt waard.”

De houten vloerbalken uit de oude woning, waarvan de koppen verrot waren, hebben een nieuw leven gevonden als staanders in de schuur. Daarnaast zijn er gebruikte staalprofielen geleverd door sloopbedrijf Lagemaat uit het nabijgelegen Heerde. Dijkhuis: “Die zijn geplaatst op de voormalige westgevel van de woning, om de twee diagonale houten liggers van het dak van de uitbreiding te dragen. Voor de aansluiting op de nieuwbouw is de oude westgevel verhoogd.”

Loodvervanger

In plaats van loodslabben is Leadex toegepast als waterkering onder de kozijnen. Deze loodvervanger is gemaakt van gerecycled polyvinyl butyral (PVB), een kunststof die wordt gebruikt in veiligheidsglas. Het in Wapenveld gevestigde bedrijf heeft voor de aanvoer van PVB contracten met bedrijven die autoruiten vervangen. Een mooi voorbeeld van circulaire innovatie.

Risseeuw: “De keuken is gekocht in Lelystad bij een groothandel in tweedehands keukens en gerefurbished. Een zeer hygienisch wit aanrechtblad (Himacs) is op het oude aanrechtblad geplaatst en de kasten zijn voorzien van een beukenhout fineerlaag (Plexwood). Dat is heel hard en splintert niet.” Het beukenthema komt ook terug in de groene handgrepen.

(Klik op de foto voor een vergroting)

Dak met olivijn en zink

Het bladerdak is opgebouwd uit underlayment, PIR-afschot van 100 tot 200 mm en een bitumen dakbedekking. Daarop zijn sedumcassettes aangebracht. In plaats van gewoon grind is rond het sedum een rand olivijngrind toegepast. Risseeuw: “Olivijn is een silicaatmineraal, dat CO2 absorbeert. De groene olivijn kleurt mooi bij de zinken losanges op de dakranden van de aanbouw.”

Deze ruitvormige losanges zijn geplaatst in dezelfde helling als het rieten dak. De overstekende rand is dun en de onderste puntjes van de ruiten steken rondom precies 1 cm uit. Vanwege de gebogen dakvorm waren standaard losanges uitgesloten. Leverancier Bouwmetaal heeft alle losanges met de hand gemaakt. In samenwerking met Dijkhuis heeft Bouwmetaal vooraf een mock-up gemaakt om de exacte afmetingen te bepalen. Dijkhuis: “Deze zinken dakrand zal lange tijd mooi blijven zonder onderhoud. Op de lange termijn is dit dus duurzamer dan riet of hout, die veel meer onderhoud en vervanging vergen. Alleen op de plekken waar het water van het rieten dak op de zinken dakrand valt, kan die op den duur beschadigen. Daarom is er op die plek een strookje EPDM toegepast op het zink.”

Overigens heeft Dijkhuis slechte ervaringen met EPDM: “Er wordt beweerd dat het 40 jaar goed blijft, maar langs de randen laat het vaak al na 10 jaar los. Bitumen is beter: die brand je in plaats van kitten, waardoor onderhoud veel makkelijker is.”

PIR en bitumen

Het PIR en het bitumen op de daken zijn niet biobased. Ook al prefereert deze aannemer natuurlijke materialen, toch adviseerde hij in dit geval deze materialen zodat het dak lange tijd goed blijft. “Hout zou te veel risico geven op vochtdoorslag en schimmelvorming. PIR en bitumen blijven lang goed, dat is belangrijker bij een dak dan dampopenheid.”

Risseeuw vult aan: “Het PIR kan overigens wel los worden gemaakt voor hergebruik. Bitumen kun je eenvoudige aanhelen. Bovendien: PIR heeft een hogere isolatiewaarde dan kurk en kan dus dunner worden toegepast. Dat paste hier beter. Op de schuur is wel kurkisolatie toegepast. Daar is de isolatiewaarde minder van belang en kon het dus dunner.”

(Klik op de foto voor een vergroting)

Installaties

Voor de verwarming staat een lucht-waterwarmtepomp voor het huis, met de binnenunit op de zolder. Voor de ventilatie is er voor een warmteterugwinningssysteem gekozen. Risseeuw: “De slaapkamers grenzen aan de weg met een hoog geluidsniveau. Het is belangrijk dat de lucht er gezond is en dat er geen geluidsoverlast van buiten is. De ramen kunnen wel open, maar voor de ventilatie kunnen ze dicht blijven, want roosters in de gevel zijn niet nodig.” Het kostte veel tijd om de WTW-unit van DUCO goed in te regelen. Het probleem was dat het standaard element voor een doorvoer door een rieten dak te klein bleek te zijn. Met een grotere doorvoer kon dit euvel worden aangepast in het met cellulose geïsoleerde dak.

Vloeren en fundering

Marmoleum is nog steeds één van de meest comfortabele en gezonde vloeren. Daarom heeft de architect dit gekozen voor de slaapkamers. In de nieuwbouw heeft ze echter gekozen voor een gietvloer. Risseeuw: “Dat is weliswaar niet biobased, maar er is toch voor gekozen omdat er veel zand van buiten naar binnen gelopen wordt. Een gietvloer is robuust, is makkelijk schoon te houden, vergt nauwelijks onderhoud en is daardoor toch duurzaam.” Ook wilde de architect een rustige vloer, in één vlak zonder banen.

Voor de fundering – een zandgebied, waardoor palen niet nodig waren – is gekozen voor glasschuimgranulaat. Dit bestaat uit gerecycled glas, is licht van gewicht en past in alle vormen. Ook heeft het een isolerende werking en veel draagkracht. Dit is ook binnen de bestaande woning toegepast omdat de houten vloer constructief niet goed meer was.

Waarom de keuze viel op glasschuimgranulaat:

  • dragend materiaal
  • isolerend materiaal
  • licht van gewicht
  • vochtresistent, brandveilig en niet giftig
  • gaat gemakkelijk om het leidingwerk heen
  • handig voor lastige vormen (hier: beukenbladeren)
  • tevens duurzame vervanging van oude beganegrondvloeren
  • circulair, gemaakt van gerecycled glas

Op dit glasgranulaat is een dunne laag beton (10-15 cm) gestort. Een vorstrand die bij een betonnen fundering altijd wordt gemaakt, kon achterwege blijven, omdat het glasgranulaat tot 70 cm buiten de gevel is aangebracht. Dijkhuis: “Geopolymeerbeton is wel overwogen, maar daar is toch niet voor gekozen, omdat bij de verwerking ervan spetters bijtend kunnen zijn op de huid. Voor de kleine hoeveelheden in dit project, die met de hand worden gestort, hebben we daarom gekozen voor gewoon beton. Bij geopolymeer moet jezelf beter beschermen en daar zijn we nog niet zo aan gewend.”

Dankzij de materialenkennis van architect en aannemer zijn er in dit project zoveel mogelijk materialen hergebruikt en zoveel mogelijk circulaire en biobased bouwmaterialen ingezet. Waar dan toch gekozen is voor bijvoorbeeld beton, bitumen en PIR is dat weloverwogen en gedaan met het oog op langere levensduur. Ook dat is een vorm van duurzaamheid. Het resultaat is een gezond, slim en goed vormgegeven huis, met nauw contact met de natuur.

Projectgegevens

  • Locatie: Groteweg 27, Wapenveld
  • Opdrachtgever: Landgoed de Polberg BV, Wapenveld
  • Architect: SA DESIGN architectuur, Amsterdam
  • Adviseur constructies: Borreman, Heerde
  • Adviseur energie/ventilatie: Groene Grachten, Amsterdam
  • Adviseur geluid: Geluid Plus Adviseurs, Almelo
  • Adviezen gezond bouwen: leden van de VIBA Vereniging Integrale Bio-Logische Architectuur
  • Hoofdaannemer: Dijkhuis bouwbiologische aannemer, Hardenberg
  • Bouwperiode: december 2024 – juli 2025
  • Ingebruikname: december 2025
  • Bruto vloeroppervlakte: 154 m2 (incl. aanbouw 40 m2)
  • Zinken dakranden: Bouwmetaal, Tubbergen Plasticvrij sedumdak/spuitkurk: Vitaal architectuur, Haarlem
  • Rietdekker: PHD Rietwerk, Schiedam
  • Spuitkurk: CoFlora, Spanje
  • Loodvervanger: Leadax, Wapenveld

Jacqueline Knudsen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.