Materialenpaspoort helpt bij circulair bouwen

materialenpaspoort, circulair bouwen
Ook voor woningbouwconcept PlusWonen is een materialenpaspoort gemaakt.

Een materialenpaspoort van een bouwwerk maakt inzichtelijk welke materialen bij de bouw zijn gebruikt en hoe ze zijn verwerkt. Dat maakt het hergebruiken en terugwinnen van materialen bij demontage veel eenvoudiger en geeft bouwwerken meer waarde.

VolkerWessels is mede-initiator en koploper, andere grote bouwers zijn er ook al mee bezig: het materialenpaspoort. Opschrijven waar een gebouw van is gemaakt, dat is het in feite. Een demontagehandleiding. Het is een nieuw verschijnsel in de bouw en gaat hand-in-hand met de trend van circulair bouwen. “De hele filosofie erachter is dat een gebouw een materialenbank is. Het paspoort is een hulpmiddel om een gebouw als grondstoffenbank te kunnen zien, zodat je op basis daarvan je duurzame circulaire ontwerpafwegingen kunt maken”, legt Lars van der Meulen uit. Hij is manager corporate social responsibility bij Volker Wessels. De bouwer liet onlangs weten dat er voor diverse projecten, waaronder de woningbouwconcepten PlusWonen en MorgenWonen, materialenpaspoorten zijn gemaakt.

Grote bouwers zien circulariteit al meer en meer terug in aanbestedingen en moeten hierop anticiperen, maar ook bijvoorbeeld een kleine ontwikkelende aannemer kan direct met het materialenpaspoort aan de slag, als hij wil weten hoe zijn woningproject scoort op het gebied van circulariteit. “Je kunt bellen naar Madaster en een paspoort aanvragen. Dat kost een paar euro per jaar, het gaat echt nergens over. Dat is ook precies de bedoeling, want we willen het materialenpaspoort voor iedereen toegankelijk maken.”

Thomas Rau

Het materialenpaspoort is bedacht door de bekende architect Thomas Rau. “Bijna een filosoof eigenlijk”, zegt Van der Meulen. “Hij zegt: wat er fout gaat in de wereld, is dat macht en verantwoordelijkheid zijn gescheiden. Voorbeeld? Een producent maakt een televisie. Een enorme bak met chemicaliën die slecht zijn voor milieu en volksgezondheid. Jij koopt die, kijkt 10.000 uur tv en zit vervolgens opgescheept met een kapotte bak met schadelijke chemicaliën. Jíj! Terwijl de fabrikant die geproduceerd heeft. Daar gaat iets mis. Rau zegt: waarom houden we dat niet bij elkaar? De producent gaat dan 10.000 uur tv verkopen. Als vervolgens na 5000 uur de tv kapot is, moet het bedrijf jou een nieuw toestel leveren. Dat is een voordeel. Het belangrijkste is: als jij 10.000 uur tv hebt gekeken haalt de producent ‘m terug, want je hebt het toestel niet gekocht. Dan krijgt die opeens een enorme stimulans om ervoor te zorgen dat die tv niet een schadelijke bak met chemicaliën is waarvoor de klant een verwijderingsbijdrage moet betalen, maar dat het een apparaat is dat bij voorkeur hergebruikt kan worden. Een hulpmiddel om te zorgen dat we dingen kunnen hergebruiken, is het documenteren van alle materialen. Rau zegt: daarmee geef je materialen een identiteit en zorg je dat ze niet op de grote hoop terecht komen, maar dat ze herbruikbaar blijven.”

Bruikbare softwaretool

Schitterende filosofie, maar een bouwbedrijf is op zoek naar iets concreters, vervolgt Van Meulen. Daarom ging VolkerWessels samen met Rau aan de slag met het ontwikkelen van een materialenpaspoort tot een bruikbare softwaretool. Waarin ontwerpers en bouwers kwijt kunnen welke materialen waar zitten, hoe ze worden gemonteerd en gedemonteerd, maar ook hoe ze optellen in een circulariteitsindex in een percentage. “Zodat je kan zeggen: bij de huidige stand der techniek is deze woning 70% circulair, maar als je in plaats van beton hout gaat gebruiken wordt het 73%. En als je in plaats van natte verbindingen droge verbindingen kan maken, zodat je een complete gevel uit een woning kan schroeven zonder wrikken, is het misschien 75%. Die kennis komt uit de bouwwereld en dat zijn we samen gaan doen.”

Madaster

Het materialenpaspoort is ondergebracht in een ANBI-stichting genaamd Madaster, waarbij ook andere partners zijn aangesloten. Bouwers, maar bijvoorbeeld ook banken. “Madaster is een platform waarin alle partijen in de keten die elkaar nodig hebben om naar een echt circulair ontwerp te gaan, elkaar vinden. Het is voor ons als bouwbedrijf alleen natuurlijk heel moeilijk om, net als in het voorbeeld van de televisieproducent, te zeggen dat wij geen kantoor verkopen, maar werkplekken. Maar als we er financiers en investeerders en opdrachtgevers bij kunnen vinden, kunnen we samen wel naar zo’n propositie toe. Een materialenpaspoort geeft dan heel veel inzicht. Wat voor ontwerpafwegingen moet je dan maken? Wat draagt er aan bij dat het gebouw over 50 jaar nog wat waard is, in plaats van dat je moet betalen om het te slopen?”

Madaster moet daarbij ook de archiefkast van gebouwen in Nederland worden, zodat ook inzichtelijk wordt waar materialen vrijkomen aan het einde van een levensduur van een gebouw. Zodat deze in een ander project gebruikt kunnen worden.

Bestaande wetgeving en labels

VolkerWessels en co proberen het materialenpaspoort zo te ontwikkelen dat bestaande wetgeving zoals de MPG en labels zoals BREEAM ook meteen berekend kunnen worden. “We willen andere instrumenten niet in de weg lopen, maar iets maken waarmee we de markt kunnen laten zien dat we als bouwers een stap verder kunnen gaan. Mijn droom is dat de opdrachtgever uiteindelijk gaat zeggen: wij gunnen de opdracht aan de partij van wie de initiële bouwprijs minus de kosten en de restwaarde het laagste is. Dan kijk je namelijk niet alleen naar investeringskosten maar ook naar onderhoud en wat het gebouw waard is na 50 jaar.”

Nog een wens tot slot: “Circulariteit wordt momenteel enorm gehyped. Ik hoop dat het materialenpaspoort straks inzicht kan geven in: dit zijn de maatregelen die voor de kosten het meest bijdragen aan circulariteit. Dat we daarmee de symboolpolitiek een beetje voorbij gaan.”

Wat scoort in een materialenpaspoort

Wat scoort goed in een materialenpaspoort? Materiaalgebruik is een belangrijke: alles wat hergroeibaar is, scoort in de basis beter dan iets dat niet hergroeibaar is. “Daarbij speelt massa ook een grote rol. Ik noem het vervangen van beton door hout in dat opzicht vaak”, zegt Van der Meulen.

Ook alles wat herbruikbaar is scoort goed. “Omdat je het modulair maakt. Als je een volledige gevel kan demonteren, dan draag je bij aan hergebruik. Maar als je deze gevel eerst los moet maken, alle kozijnen eruit moet halen, enzovoorts. Wie wil ze nog hebben en wie gaat de moeite nemen om ze allemaal schoon te maken? We zijn nu op basis van het materialenpaspoort aan het onderzoeken wat er op de lange termijn beter kan aan onze woningconcepten, maar ook aan het kijken wat we in 2018 al kunnen doen. Zodat we bij de upgrade van het woonconcept met de eerste echte verbeteringen kunnen komen.”

Van reactieve aannemer naar kennispartner

Volgens Lars van der Meulen moeten aannemers een veel actievere rol pakken in het circulair bouwen. “We zijn vaak te reactief en wachten de duurzaamheidsvraag van de opdrachtgever af. En als die komt, mopperen we dat het niet duurzaam genoeg is en we niet worden gestimuleerd om duurzaam te bouwen. Daag de opdrachtgever uit! We kunnen als bouwbedrijf echt een kennispartner zijn. En als je een kennispartner bent, dan ga je de sector veranderen. Het betekent dat je aan kennisontwikkeling moet doen, de lead moet nemen en soms een risico moet nemen. Dat gaan wij steeds meer doen. Het is bijna vloeken in de kerk, maar data worden belangrijker dan bakstenen.”

Paul Diersen, redacteur biobased bouwen

Paul Diersen is als freelance journalist en tekstschrijver actief in de bouw. Zijn voornaamste interesse: de CO2-neutrale en circulaire gebouwde omgeving die als stip op de horizon staat, en hoe we daar gaan komen. Fan van bedrijven die op dit vlak voorop lopen.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.