Pagina 17 van: Aannemer – nummer 5 – 2017

17
Verspringende dilatatievoeg? Foutje in de uitvoering.Hoekdilatatie
4) De detaillering van een dilatatie-
voeg behoort de dilatatievoeg in staat
te stellen de voorzienbare bewegin-
gen, zowel omkeerbare als onomkeer-
bare, mogelijk te maken zonder scha-
de aan het metselwerk.
5) Alle dilatatievoegen behoren te zijn
aangebracht over de volledige dikte
van de muur, of het buitenblad van
een spouwmuur en door iedere afwer-
king die onvoldoende elastisch is om
de beweging mogelijk te maken.
De bovenstaande punten in de Euro-
code dienen allemaal opgevolgd te
worden om bakstenen gevelmetsel-
werk correct te kunnen dilateren. In
de praktijk wordt vaak gesuggereerd
dat het aanhouden van de juiste af-
standen tussen de dilataties voldoen-
de zou zijn. Natuurlijk is het van be-
lang om de afstanden in Art. 2.3.4.2
van de Eurocode of de nationale bij-
lage aan te houden, maar als andere
onderdelen niet goed uitgevoerd wor-
den kan het metselwerk nog steeds
gaan scheuren of kan er schade in de-
tails ontstaan. Ten aanzien van de dila-
tatieafstanden staat er in de Eurocode
het volgende:
1) De horizontale afstand tussen verti-
cale dilatatievoegen in muren van
metselwerk behoort rekening te hou-
den met het type muur, het soort met-
selstenen, de mortel en specifieke
bouwdetails.
2) De horizontale afstand tussen
verticale dilatatievoegen in niet-dra-
gende ongewapende buitenmuren
van metselwerk behoort niet groter te
zijn dan lm. De waarde die voor lm in
Nederland behoort te zijn gebruikt,
kan worden gevonden in de nationale
bijlage (zie tabel 1).
In de Eurocode wordt nog opgemerkt
dat de maximale horizontale afstand
tussen verticale dilatatievoegen kan
worden vergroot voor muren waarin
lintvoegwapening overeenkomstig
EN 845-3 is aangebracht.
Hoeken van gevelmetselwerk
Hoeken van bakstenen gevelmetsel-
werk dienen gedilateerd te worden,
waarbij het gebruikelijk is om dit
steens of anderhalf steens uit de hoek
te doen. In de nationale bijlage van
NEN-EN 1996-2 wordt als alternatief
voor het aanbrengen van hoekdilata-
ties de volgende variant geboden:
“Indien het ongewenst is om dilatatie-
voegen op gebouwhoeken toe te
passen, moeten in beide gevelvlakken
dilatatievoegen worden toegepast die
op maximaal 3,0 m uit de gebouw-
hoek worden gesitueerd en waarbij
over een lengte van 0,5 m aan beide
zijden van de hoek geen spouwan-
kers in het buitenblad mogen zijn op-
genomen. Bij borstweringen die om
de hoek doorlopen, moeten in aanvul-
ling op het voorgaande de dilatatie-
voegen in beide gevelvlakken op een
afstand van maximaal 2,5 h uit de
hoek worden gesitueerd.”
Gevels
In gevels van baksteen metselwerk
moeten dilatatievoegen zijn uitge-
voerd als een open voeg of als een
gevulde voeg (zie figuur 1). Glijankers
alleen toepassen als deze constructief
nodig zijn voor het overbrengen van
dwarskrachten ter plaatse van een di-
latatie, hetgeen bepaald dient te wor-
den door de constructeur.
Voor bakstenen gevelmetselwerk
maakt normaal gesproken de bak-
steenfabrikant een dilatatieadvies. Het
opstellen van een dergelijk advies is
gebaseerd op de regels in de Euro-
code en in Nederland ook op de richt-
lijnen in de CUR-aanbevelingen 71 en
82. Het is van groot belang dat het
dilatatieadvies gecontroleerd wordt
door de constructeur van het project
en daarnaast ook door de aannemer.
Figuur 1. Dilatatievoegen in bakstenen
gevelmetselwerk.
4
Tabel 1. Maximale dilatatieafstanden in
bakstenen gevelmetselwerk.
Gevels en borstweringen l
m
Noordgevels 14 m
Overige gevels 12 m
Borstweringen met hoogte h ≤ 5 h
16-17-19_made.indd 17 04-05-17 16:29