De bouw is wonderlijk! Het begint bij de tekentafel met een leeg vel en vol ambitie ‘bouwen met beton’. En het eindigt soms als iets waar je verzekeraar heel blij van wordt. Maar voordat dat gebeurt, is er één factor die boven alles regeert: veiligheid in de bouw. En dan hebben we het niet alleen over de bouwvakkers met hun helmen, maar over een keten van mensen die -vaak met papieren in plaats van gereedschap- de boel draaiende (en legaal) houden.
De techneut: dol op de bouw
Laten we eerlijk zijn: technici -architecten en ingenieurs- zijn dol op veiligheid. Ze bedenken slimme oplossingen, van gebouwen die niet instorten tot onderhoudsconcepten die daadwerkelijk veilig zijn. Maar in de complexe bouwwereld gaat het niet alleen om techneuten of de mensen met een rolmaat in hun zak en een Bob-de-Bouwer-lunchbox. Nee, hier komen de verzekeraars, juristen en -in het allerergste geval- medici om de hoek kijken. Oei, oei, een techneut is onbekend met een verzekeraar, een jurist of een medicus. Het is een wereld apart voor technici.
De verzekeraar: de onzichtbare macht van de bouw
Je zou denken dat een gebouw wordt ontworpen door techneuten maar dat is een misvatting. De echte machthebber? De verzekeraar. Hij is de onzichtbare grootmacht die bepaalt of een constructie wel of niet voldoet, of een verzekering wordt uitgekeerd en of een ingenieursbureau niet failliet gaat na een incident waarbij een loszittend balkon plotseling de zwaartekracht herontdekt. Verzekeraars spreken een eigen taal, doorspekt met termen als ‘forensic engineering’, ‘risicopremie’ en ‘dekking’. In de praktijk betekent dit dat elk boutje en moertje in drievoud moet worden gedocumenteerd, zodat mocht er ooit iets misgaan, het papierwerk alvast in orde is.
De jurist: de échte bouwmeester
Vergeet architecten, de ware bouwmeesters van deze tijd zijn de juristen. Zij zijn de enigen die in staat zijn om de wet of een liftinstallatie op tien manieren te interpreteren. Of het nu gaat om een glazen gevel die volgens de buren te veel schittert of een nooduitgang die door een creatieve aannemer iets te ‘noodzakelijk’ werd geacht, de jurist is er als de kippen bij. Het liefst hebben ze alle documenten al vijf jaar van tevoren ondertekend, geparafeerd en vastgelegd in een archief dat alleen geopend mag worden bij een zonsverduistering. Een lekkend dak kan uitmonden in een zaak waarin zes advocaten, drie notarissen en een commissie van deskundigen zich buigen over de vraag of het regenwater legaal de zwaartekracht mocht volgen.
De medicus: als het écht misgaat
Ondanks alle moeite van technici, verzekeraars en juristen, gebeurt het soms toch: er gaat iets goed mis. En dan verschijnen de medici ten tonele. Veiligheid stopt namelijk niet bij de bouwfase – ook tijdens het gebruik van een gebouw liggen gevaren op de loer. Denk aan slecht onderhouden roltrappen, plotseling instortende balkons of een glazen schuifdeur die toch net even te transparant was voor een nietsvermoedende voorbijganger. De klassieke diagnose? ‘Gebroken, maar hij wilde toch weer doorwerken.’ De oplossing? ‘Gips, rust en hem proberen tegen te houden als hij alsnog die gebrekkige brandtrap op probeert te klimmen.’ En zo is de cirkel rond: de medicus heelt, de jurist procedeert, de verzekeraar vergoedt (of niet) en de technicus berekent opnieuw – allemaal in naam van veiligheid.
Een wereld zonder ongelukken?
Laten we realistisch zijn: een wereld zonder gebouwongelukken is zo waarschijnlijk als een vastgoedproject dat binnen budget en op tijd wordt opgeleverd. Maar dankzij de niet-aflatende inspanningen van technici, verzekeraars, juristen en medici blijft de chaos beheersbaar. En dat is misschien wel de grootste prestatie van allemaal.
Dr.ir. Shahid Suddle is onafhankelijk wetenschapper en interim regisseur/ programmamanager veiligheid in de bouw bij grote aannemers, Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en gemeenten.
Lees hier de eerdere columns van Shahid Suddle.

