Verduurzaming op koers maar aardgasvrij is nog stap te ver

verduurzaming
In wijken waar corporaties woningen verkocht hebben, zijn de verschillen in verduurzaming vaak goed te zien. (Foto: Henk Wind)

Corporaties zijn goed op weg met het isoleren van hun woningbezit. Vereniging De Stroomversnelling verwacht dat vanaf 2028 het aardgasvrij maken weer aandacht zal krijgen en dat dan ook verdere prefabricage en industrialisatie weer op gang gaan komen door standaardisatie. Netcongestie, het beleid rondom PV-panelen en onduidelijkheid over warmtenetten vormen volgens koepelorganisatie Aedes momenteel de grootste hobbels voor aardgasvrij maken van woningen.

Er lijken momenteel diverse hobbels te zijn op de weg van verduurzaming: de verplichting om bij ketelvervanging over te gaan naar een warmtepomp is vervallen, de salderingsregeling voor zonnestroom gaat vervallen en VvE’s komen met de huidige manier van besturen nauwelijks tot besluitvorming over verduurzaming. Toch zijn het volgens programmamanager Sjoerd Klijn Velderman van De Stroomversnelling (vereniging, met leden uit partijen betrokken bij verduurzaming) alleen maar tijdelijke ‘hickups’ en gaat het in zijn totaliteit zeker wel de goede kant op.

“De particuliere sector is stil komen te vallen. Een hoge gasprijs was de drijfveer voor verduurzaming. Dat is er nu even af. Maar dat is tijdelijk. We hebben geen Gronings gasveld meer om prijzen te smoren als die weer gaan oplopen.”

Sjoerd Klijn Velderman van De Stroomversnelling
Sjoerd Klijn Velderman van De Stroomversnelling: “Ik zie dan ook mogelijkheden waarbij een AI-engineer een 3D- woningscan koppelt aan machineaansturing.”

Vanaf 2028 naar aardgasvrij

“De corporatiesector is volop bezig. Dat is tot 2050 wel vastgelegd. Het tempo neemt toe. Inmiddels sturen corporaties ook niet meer op labels, maar op daadwerkelijk energieverbruik.

Je ziet wel dat corporaties nu vaak nog niet de laatste stap maken naar aardgasvrij, maar ook dat is tijdelijk. Het sentiment rondom de warmtepomp is even gekeerd, mede door het wegvallen van de salderingsregeling en de verplichting tot een (hybride) warmtepomp. Corporaties hebben destijds de doelstelling gehaald van gemiddeld label B. Nu zijn ze bezig met het wegwerken van de labels E en F en G. Daarna, vanaf 2028, gaan ze de volgende stap zetten: naar volledig aardgasvrij.”

“Wat betreft VvE’s werkt de overheid aan de regelgeving waardoor niet meer één lid een hele verduurzaming kan blokkeren. Verder zie je in de particuliere sector ook dat beleggers hun beleid gaan aanpassen en sneller gaan verduurzamen. Dit vanwege de CSRD duurzaamheidsrapportage. Als je niet gaat verduurzamen heb je een slecht verhaal en moet je duur geld lenen. Er is de sector heel lang een wortel voor de neus gehouden, maar nu is er een stok achter de deur. Nu het pijn gaat doen, gaan ze reageren. En dan volgen anderen ook.”

Klijn Velderman ziet dus allerlei positieve ontwikkelingen. Niettemin constateert hij ook dat beleid volatiel is. Daardoor is de aanpak nogal versnipperd en is er beperkte ruimte om een industriële aanpak te ontwikkelen. De Stroomversnelling werd ooit opgericht om industrialisatie in verduurzaming te stimuleren. Daarbij ging het met name om complete schilrenovaties, met geprefabriceerde nieuwe gevels en daken. “Het gebeurt nog wel, maar die markt is wel dunnetjes gebleven. Dat komt mede doordat het steeds hollen of stilstaan is, vooral doordat het beleid niet langjarig en eenduidig is. Een toekomstbestendig verduurzamingsbeleid is er niet. Er is ook weer gebrek aan urgentie door de relatief lage energieprijzen.”

Prefabricage onontkoombaar

“Ik heb regelmatig contact met de overheid. Dan gaat het er ook over welke regels we zouden kunnen afschaffen. Maar wat mij betreft is het belangrijkste dat de overheid duidelijkheid geeft en het beleid niet ondertussen wijzigt. Dan komt na 2028 de prefabricage van bouwdelen zoals daken, gevels en installatiemodules, wel weer op gang.

Als je ziet hoe aardgasvrij maken nu gebeurt… Dan zijn daar ten opzichte van een industriële aanpak tien keer zo veel mensen voor nodig, is het tempo lager, is de prestatie lager en zijn de kosten hoger. Want juist de factor arbeid is enorm in prijs gestegen. Daarbij hebben we ook nog een oplopend tekort aan vakmensen. Prefabricage is dan ook onontkoombaar. Dat zal dan wel naast de bestaande manier van werken zijn; het kan er allebei zijn. Met name voor de woningen van tussen pakweg 1950 en 1980 is een standaard aanpak mogelijk en is prefabricage interessant. Dat zijn pakweg 3,5 miljoen woningen. Dat is ook goedkoper. Maar dan moet prefabricage zich wel kunnen doorontwikkelen, met een constante vraag. Ik zie dan ook mogelijkheden waarbij een AI-engineer een 3D-woningscan koppelt aan machineaansturing, met een toenemend gebruik van biobased en circulaire materialen.”

Maar aardgasvrij maken kan toch ook simpeler, bijvoorbeeld met een warmtepomp die hogere temperaturen aankan? “Ja, dat kan. Maar als je warmtepompen plaatst in slecht geïsoleerde woningen doen die wel tegelijkertijd een groot beroep op het elektriciteitsnet. Dan is netcongestie een toenemend probleem, terwijl ook de stroomrekening hoog is. Je kunt echt beter beginnen met isoleren, kierdichting en energiezuinig ventileren.”

Morris Verlinden, Aedes
Morris Verlinden, Aedes: “Corporaties zijn koploper in verduuurzaming.” ( Fotostudio Sjoerd van der Hucht)

‘Koploper in verduurzaming’

Ook Aedes en de aangesloten corporaties zijn ervan overtuigd dat het het beste is om te beginnen met goed isoleren. “En daarmee liggen we op koers”, zegt Morris Verlinden, belangenbehartiger verduurzaming bij Aedes. “Inmiddels heeft 44% van ons woningbezit label A of hoger. Er zijn nog ongeveer 140.000 woningen met label E, F of G, maar dat aantal is in een jaar tijd afgenomen met 40.000. Ook daarmee liggen we dus op koers om de afspraken voor 2029 te halen. Dan mogen die labels in principe niet meer voorkomen, behoudens een aantal uitzonderingen. Je ziet dat corporaties versnellen op isolatie en hard op weg zijn om de afspraken te halen. De corporatiesector loopt duidelijk voorop ten opzichte van particuliere verhuur en de koopsector. Corporaties hebben verhoudingsgewijs de meeste woningen met label A of hoger en de minste met label E, F of G. Corporaties zijn koplopers in verduurzaming!’

Het gaat daarbij dan vooral om isolatie en minder om de installaties en het aardgasvrij maken van woningen. Verlinden: “Waarbij we inmiddels wel zijn overgestapt op sturing op warmtevraagreductie in plaats van op labels. We hebben tussendoelstellingen met een gemiddelde warmtevraag per vierkante meter, waarbij in 2050 de gemiddelde warmtevraag voldoet aan de isolatiestandaard en woningen daarmee geschikt zijn voor aardgasvrije oplossingen.”

Ontwikkeling energielabels corporatiewoningen 2023-2024. (Bron: Aedes)
Ontwikkeling energielabels corporatiewoningen 2023-2024. (Bron: Aedes)

Pv-panelen en saldering

De stap die tot nu toe wel vaak werd gemaakt, was het aanbrengen van PV-panelen. Door het afschaffen van de salderingsregeling en het berekenen van terugleverkosten zit dat echter in een dip. Met name voor de huursector zijn PV-panelen niet meer interessant. “We hebben daar samen met onder meer de Woonbond en de Vereniging Eigen Huis in een brief aan de minister ook de noodklok over geluid. Huurders kloppen nu al aan met de vraag om de panelen maar van het dak te halen. Terwijl in de huursector 1 op de 6 woningen PV-panelen heeft en in de koopsector 1 op de 3. Er moet een oplossing komen om het aantrekkelijk te houden voor zowel bestaande installaties als de aanleg van nieuwe installaties.”

Verlinden ziet daarbij ook een negatieve invloed op de mogelijkheden om hoogwaardig te renoveren met een energieprestatievergoeding (EPV) voor de huurders. Met die EPV worden de kosten van de verduurzaming betaald, wat mogelijk is door de lagere energielasten. “Om dat aantrekkelijk te houden is salderen nodig. Maar veel corporaties passen de EPV nu al niet toe in bestaande bouw en incidenteel in nieuwbouw.”

Klijn Velderman van De Stroomversnelling kijkt daar toch iets anders tegenaan en ziet nog wel ruimere mogelijkheden voor de EPV. “Toen de EPV er kwam in 2016 was al bekend dat de salderingsregeling zou worden afgeschaft. In de versie 2.0 is die al niet meer meegerekend. Voor zowel huurder als corporatie is zelfs na het wegvallen van salderen de inzet van EPV 2.0 nog steeds aantrekkelijk. Maar je moet er als corporatie wel iets voor doen om zo ver te gaan met verduurzamen en dat is niet gemakkelijk te integreren in de bestaande bedrijfsvoering.”

Andere partijen nodig

Verlinden ziet vooral andere hobbels voor die stap naar aardgasvrij maken. “Daarbij heb je andere partijen nodig. Denk aan de netbeheerders, die nu al aangeven dat vanwege netcongestie in veel wijken warmtepompen niet kunnen worden aangesloten. Daarnaast is er onduidelijkheid over warmtenetten. Wetgeving daaromtrent hangt boven de markt, maar moet nog worden uitgewerkt. Je ziet bijvoorbeeld ook dat warmtenetten vooral voor bestaande hoogbouw qua maatschappelijke kosten de beste oplossing zijn. Maar dat vertaalt zich niet in lagere lasten voor de afnemers. Dan is het dus geen goede oplossing voor onze huurders. Daarbij zullen gemeenten de regie moeten nemen om te komen met warmteplannen voor wijken.”

“Uiteraard willen we daar als corporaties graag samen in optrekken. Er zijn wijken waar heel veel corporatiewoningen staan. Je wilt niet dat een gemeente kiest voor een hoge temperatuur warmtenet als je al veel bezit verduurzaamd hebt of voor een lage temperatuur warmtenet als het een lastig te verduurzamen wijk is met bijvoorbeeld veel monumenten. Ook netcongestie moeten we samen oppakken met de netbeheerder. Zo werken we aan een handreiking ‘netbewust renoveren’, waarbij je bijvoorbeeld warmtepompen zo regelt dat ze niet allemaal tegelijk in werking zijn.”

Niettemin is Verlinden blij met wat er nu gebeurt en het tempo waarin dat gebeurt. “Als we dit tempo vasthouden, gaan we de isolatiedoelstellingen halen. Daar zetten we vol op in. Als je zou willen versnellen, gaat dat tot capaciteitsproblemen leiden, zowel bij corporaties als bij de sector. Je ziet nu wel dat standaardisatie en industrialisatie meer gestimuleerd worden door uitvragen te bundelen en zo ‘treintjes’ te vormen. Corporaties kiezen ervoor om óf meerdere eigen projecten te bundelen óf om samen te werken met andere corporaties in de regio. Dat zou het tempo en de betaalbaarheid ten goede moeten komen.”

Topsector: aandacht voor leefomgeving

Ondertussen dringt het besef steeds meer door dat verduurzaming niet alleen draait om de overgang naar all electric of het verminderen van de energievraag, maar dat duurzaamheid ook zit in materiaalkeuzes en zelfs leefomgeving. Biobased materialen strijden daarbij om een plek op de markt, maar ook zijn er initiatieven zoals ‘Duurzaam wonen in een ecosysteem’ van de Topsector Energie om meer rekening te houden met de omgeving. Het aanleggen van warmte- en koudenetten, zonnepanelen, laadpalen en andere bekabeling is belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van een gezonde en prettige leefomgeving.

Sabine van Dooren (innovatieanalist Topsector Energie): “Wij zien dat projecten in de energietransitie te fragmentarisch worden aangepakt. Volwassen bomen worden gekapt voor de aanleg van warmtenetten, terwijl ze van onschatbare waarde zijn. Juist ook voor de koeling van steden, wateropvang, biodiversiteit én geluk van de bewoners. Projecten moeten veel integraler benaderd worden. Dat maakt het tegelijkertijd complex en vraagt om een andere samenwerking tussen partijen. Maar het voorkomt echt dat we straks in veel te hete, stenen steden zonder natuur leven.”

Andere uitdagingen

Daarbij liggen er ook buiten de verduurzaming nog diverse uitdagingen voor de renovatiesector. Zo hebben volgens Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) naar schatting circa een half miljoen woningen in Nederland te maken met funderingsproblemen of lopen ze een verhoogd risico. Daarnaast merkt de renovatiesector de invloed van de vastlopende woningmarkt en stagnerende nieuwbouw. Renovatie en transformatie kunnen belangrijke bijdrages leveren aan de oplossing daarvan. Het beroep op de sector is dus groot, waarbij naar verwachting vooral het gebrek aan vaklieden een stagnerende factor kan zijn. Prefabricage en industrialisatie lijken daarmee voor de hand te liggen voor de nabije toekomst.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Bouwspecial Renovatie & Verduurzaming.

Henk Wind

Chef-redacteur Bouwwereld. Als afgestudeerd journalist met interesse in de bouw kwam hij in 1999 bij Bouwwereld terecht. Breed georiënteerd in de bouw, van gevelrubbertjes tot constructies. Naar alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.