Ondernemers krijgen sinds 1 januari 2026 meer ruimte binnen het ontheffingenbeleid voor zero-emissiezones. Het Rijk verruimt en harmoniseert de regels, waardoor ontheffingen vaker landelijk geldig worden en beter aansluiten bij de dagelijkse praktijk van bedrijven.
Landelijke werking bij bedrijfseconomische ontheffing
Een belangrijke wijziging is dat ontheffingen wegens bedrijfseconomische omstandigheden die vanaf 1 januari 2026 worden aangevraagd, een landelijke werking krijgen. Tot die datum gold deze ontheffing alleen binnen de gemeente waar deze werd aangevraagd. Voor ondernemers die in meerdere gemeenten actief zijn betekent deze wijziging minder administratieve lasten en meer duidelijkheid.
Nieuwe ontheffing bij netcongestie
Daarnaast geldt nu een aparte ontheffingsgrond voor netcongestie. Ondernemers die niet kunnen overstappen op emissieloze voertuigen omdat zij geen (tijdige) aansluiting krijgen op het elektriciteitsnet, kunnen hiervoor een specifieke ontheffing aanvragen.
Bestaande ontheffingen wegens netcongestie kunnen zes maanden vóór afloop kosteloos worden verlengd. Wordt deze verlenging in 2026 aangevraagd, dan geldt ook hier een landelijke geldigheid. Dit is met name relevant voor bedrijven in regio’s met structurele netproblemen, zoals delen van Noord-Brabant, Gelderland en Utrecht.
Langere ontheffing voor niet-emissieloze nieuwe voertuigen
Voor nieuwe voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn, wordt de ontheffingsduur verlengd. Afhankelijk van het voertuigtype loopt deze termijn op tot 7, 10 of 13 jaar. Daarmee sluit het beleid beter aan op realistische afschrijvingstermijnen.
Sinds 1 januari 2026 gelden ook nieuwe drempelwaarden voor deze voertuigen. De exacte voorwaarden en looptijden zijn vastgelegd in een overzichtstabel. Ondernemers kunnen de ontheffing voor nieuwe voertuigen al vóór tenaamstelling per mail aanvragen bij de RDW.

