Een opdrachtgever stelt dat de vloer in de woonkamer van zijn appartement is verzakt als gevolg van een ondeugdelijke ondervloer. Dit gebrek schuilt in de cementdekvloer en/of de onderliggende onderlaag. De aannemer betwist aansprakelijkheid.
De vakman stelt dat het veld met de verzakkingen – variërend van 3, 7 en 12 mm – grenst aan de badkamer. Volgens hem is water vanuit de badkamer naar de woonkamer getrokken waardoor er vocht in de isolatielaag, de cementdekvloer en het parket is gekomen. Dat zich lekkages hebben voorgedaan, blijkt uit het formulier ‘Model verzoek tot herstel’ dat de opdrachtgever aan de aannemer heeft verzonden. Hij meent dat de lekkageschade door de verzekeraar van de opdrachtgever moet worden vergoed. Het overgrote deel van de vloer is plaatselijk 2 mm ingezakt: binnen de norm van 5 mm van de fabrikant van de toegepaste zwevende vloerplaat.
Vast staat dat zich lekkages in de badkamer hebben voorgedaan, aldus de arbiter. Deze lekkages zijn in opdracht van de aannemer door zijn onderaannemer verholpen. Omdat de badkamer kennelijk tot het aangenomen werk van de aannemer behoort, is hij zowel aansprakelijk voor de lekkages als voor de gevolgschade ervan. Dat de gevolgschade moet worden vergoed op grond van een verzekering van de opdrachtgever is irrelevant. Het hoe en waarom daarvan is een zaak tussen opdrachtgever en verzekeraar waar de vakman buiten staat. De opdrachtgever is niet verplicht schade aan zijn verzekeraar te melden, maar is wel gerechtigd om hiervoor zijn contractpartij (de aannemer) aan te spreken.
Ten aanzien van het verweer van de aannemer dat de verzakkingen in overwegende mate binnen ‘de norm’ van 5 mm van de fabrikant vallen, overweegt de arbiter dat op drie plaatsen sprake is van grotere verzakkingen. Bovendien doet zich op twee plaatsen in de woonkamer lijnvormige verzakking (als gevolg van het doorschijnen van de dilatatievoegen) over de volle breedte van de woonkamer voor, die goed waarneembaar is met tegenlicht. Of de oorzaak van de verzakkingen nu ligt in de cementdekvloer (expert A) of in de opliggende leidingen op de isolatielaag (expert B), in beide gevallen berust de aansprakelijkheid bij de aannemer.
De opdrachtgever komt een bedrag van 11.773,30 euro toe, zijnde de begrote kosten voor het aanbrengen van een nieuwe parketvloer over het bestaande parket. Daarmee worden de doorschijn van de dilatatievoegen en de scheuren door verzakking weggenomen. De aannemer betaalt ook de proceskosten à 7516,10 euro.
Bewerkt naar het desbetreffende verslag van de Raad van Arbitrage
Geschilnummer 34.835
Tekening: Pennestreek/Tony Tati
Dit artikel verscheen in september 2016 in het blad Aannemer. Klik hier voor een (proef)abonnement.

