De gemiddelde werkvoorraad in de burgerlijke en utiliteitsbouw nam in juni toe moet één tiende maand tot 12,1 maanden. In de utiliteitsbouw kwamen de orderportefeuilles uit op 10,4 maanden werk, een stijging van drie tiende maand ten opzichte van mei. In de woningbouw bleef de gemiddelde werkvoorraad gelijk en bedroeg 13,3 maanden. Dit blijkt uit de conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).
In de totale bouwnijverheid bedroeg de gemiddelde orderportefeuille in juni 10,7 maanden werk en is daarmee met twee tiende maand gestegen ten opzichte van mei. Dit is vooral te danken aan de stijging van de werkvoorraad in de gww. In deze sector waren de orderportefeuilles in juni goed voor 8,3 maanden werk, vijf tiende maand meer dan in mei.
Belemmeringen in de productie
Van de bouwbedrijven gaf 43% in juni aan belemmeringen te ondervinden bij de productie. In de b&u was een gebrek aan orders hiervoor de belangrijkste oorzaak. In de gww hadden de belemmeringen met name te maken met weersomstandigheden en personeelstekorten.

