De gemiddelde werkvoorraad in de burgerlijke en utiliteitsbouw steeg in december met 0,2 maanden ten opzichte van de maand ervoor. Daarmee kwam de orderportefeuille op een niveau van 13,6 maanden. Dat blijkt uit de conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).
In de woningbouw nam de orderportefeuille met twee tiende maand toe en kwam uit op 14,6 maanden werk. In de utiliteitsbouw bleef de gemiddelde werkvoorraad stabiel op een niveau van 12,2 maanden.
De grond-, water- en wegenbouw zag de orderportefeuilles stijgen met 0,2 maanden tot een niveau van 9,8 maanden. De gemiddelde werkvoorraad in de totale bouwnijverheid kwam daarmee in december uit op 12,2 maanden. Dat is 0,2 maanden meer dan in november.
Weersomstandigheden spelbreker
Ongeveer de helft van de bouwbedrijven gaf aan belemmeringen te hebben ondervonden bij de productie. Voor 15% van de bedrijven waren weersomstandigheden een spelbreker. Ook gaf 15% van de bouwbedrijven geremd te worden door personeelstekorten. In de grond-, water- en wegenbouw speelt dit sterker dan in de burgerlijke- en utiliteitsbouw. Door 10% van de bedrijven werden andere oorzaken genoemd. Met name in de burgerlijke- en utiliteitsbouw is de vergunningverlening een obstakel.
Van de bouwbedrijven beoordeelde ongeveer een kwart de orderpositie als groot, terwijl ruim 5% van de bedrijven de orderpositie als klein beoordeelde. Daarnaast verwacht ongeveer 30% van de bedrijven dat hun personeelsbezetting zal toenemen in de komende drie maanden, terwijl minder dan 5% van de bedrijven juist een kleinere bezetting verwacht. In de bouwnijverheid verwacht twee derde van de bedrijven een prijsstijging in de komende drie maanden, geen enkel bedrijf verwacht een prijsdaling.

