Ik heb 43 jaar in de bouw gewerkt. Deze zomer heb ik er definitief afscheid van genomen. Van de business-to-business bouw, welteverstaan. Niet omdat het werk me tegenstaat, maar omdat de manier waarop grote bouwbedrijven met kleine ondernemers omgaan me ziek maakt.
Belachelijk gemaakt op de bouwplaats
Ik werd gevraagd een kalkhennepvloer te leggen voor een wooncoöperatie. Vol passie pakte ik het op, midden in de bouwvak, met twee gemotiveerde jongens. Op de bouwplaats werden ze uitgelachen. “Jullie lijken wel boeren in plaats van bouwers.” Er werd lacherig gedaan over hennep, alsof we allemaal blowers zijn. Die jongens waren op slag hun motivatie kwijt en werkten de vloer niet af zoals het hoort. Dit is de bouw nog steeds: een conservatieve, macho-wereld die doeners groepsgewijs belachelijk maakt.
En dan de rekening
De bewoners zaten weken zonder water, langer uit huis dan afgesproken, ontevreden over het stucwerk. Ik heb het opgelost. Ik was er wél voor die mensen. En de rekening van het grote bouwbedrijf? Nog steeds onbetaald, want ik zou niet “aan de procedure” voldoen. Alsof een ander bepaalt hoe ik factureer en welke betaaltermijn ik hanteer. Na vijftien jaar is de betaalmoraal in de bouw nog exact die van de jaren tachtig. Voor de bühne praat iedereen over ‘partnership’. In de praktijk ben je als kleine mkb’er nog altijd het vijfde wiel.
Wie waardeert de doener wél?
Een Amerikaans bedrijf nodigt me uit, betaalt alles, en waardeert mijn inzet vele malen beter dan de Nederlandse bouw ooit deed. Dat zet aan het denken: werk ik wel voor mensen die me respecteren?
Mijn advies aan de sector is simpel: ga die doeners gewoon op tijd betalen. Geen 30, 40 of 60 dagen. Factuur binnen, week erna betaald. Motiveer ons om te blijven komen. Doe je dat niet, dan zoek je het maar uit; ik doe niet meer mee.

