Lekkagesporen en scheurvorming in de plafonds onder de badkamers. De vloeren ervan zijn niet goed opgebouwd, stellen de bewoners van een nieuwbouwwoning. En het tocht in huis.
Er is iets niet goed gegaan met de vloeren van de twee badkamers. Zoveel is duidelijk na oplevering van een nieuwe woning, gebouwd onder Woningborg-garantie. Badkamers die overigens niet volledig door de aannemer zijn uitgevoerd: voor de afwerking, het sanitair en de tegels hebben de bewoners een ander bedrijf ingeschakeld.
Hoe het ook zij: er zijn lekkagesporen en er is scheurvorming in de plafonds eronder. Nog een klacht: ze ervaren tocht in huis. Redenen voor hen om naar de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen te stappen met een eis voor een betaling van ruim 40.000 euro, plus ruim 3000 euro voor deskundigenonderzoek, inclusief rente en de proceskosten. Dit gebeurt in 2022 (de woning is in 2017 opgeleverd).
Verkeerde vloeropbouw
Volgens de bewoners – en de door hen ingehuurde deskundige EBN – is de opbouw met een cementdekvloer op steenwolisolatie de oorzaak. Dat maakt dat tegels te veel konden bewegen en onthecht zijn geraakt. Ook is de cementdekvloer dunner dan afgesproken en is er geen wapeningsnet gebruikt. EBN merkt verder op dat de ingehuurde tegelzetter de tegels niet overal goed heeft verlijmd. Conclusie van de expert: 40% van de schade is voor rekening van bewoners, 60% voor de aannemer. Ze eisen dan ook 60% van de kosten.
Aannemer wijst naar tegelzetter
De aannemer stelt dat niet de cementdekvloer zorgt voor de waterdichtheid van een badkamer, maar de combinatie tegelvloer, voegen, kitwerk en kimband. Die zijn aangebracht door een tegelzetter die rechtstreeks in opdracht werkte van de kopers. Er is ook op plekken waar geen steenwol ligt losliggend tegelwerk gezien, dus de vloeropbouw kan niet de oorzaak zijn. Wat het ontbrekende wapeningsnet betreft: de aannemer heeft een vezelversterkte cementdekvloer toegepast, zodat die wapening niet nodig is.
Combinatie
Hoe beoordeelt de arbiter deze kwestie? Ten eerste: volgens de aannemingsovereenkomst moet de cementdekvloer een dikte hebben van 60 mm. Dat blijkt in de praktijk niet zo (40 à 50 mm). Verder: volgens de technische specificaties van de steenwolplaten moet boven de isolatie een wapeningsnet worden aangebracht. De aannemer heeft niet aangetoond dat een vezelversterkte cementdekvloer een gelijkwaardig alternatief is.
Een cementdekvloer alleen zorgt niet voor de waterdichtheid, vervolgt hij. Het is een combinatie van juiste verlijming en goed voeg- en kitwerk met een gelijkmatige ondersteuning van de tegelvloer. Wat de arbiter betreft heeft deskundige EBN het goed gezien en is ook de verdeling van de schade – 60% voor de aannemer, 40% voor rekening van de bewoners – te volgen. De aannemer moet 5590,10 euro betalen voor het herstellen van de vloer.
Kierdichting
Dan de tochtklachten. Naar aanleiding hiervan willen de opdrachtgevers een financiële vergoeding om extra zonnepanelen te laten leggen, een warmtepomp met een grotere capaciteit te laten installeren en dat de aannemer de luchtlekken herstelt.
De arbiter gaat niet mee in de extra kosten voor de zonnepanelen en de warmtepomp. Wel klopt het dat de aannemer zijn kierdichting niet op orde had. Er kwam een hogere waarde uit de blowerdoortest die EBN uitvoerde (de eis was een qv;10 van 0,49 l/s.m2 en uit de meting bleek dat het 0,862 was).
Kierdichting luistert nauw bij een woning met een warmtepomp, houdt de arbiter de partijen voor. De aannemer moet aansluitingen van kozijnen op wanden, wanden op vloeren, wandcontactdozen en de dakdoorvoeren dicht maken. Herstelkosten hiervan bepaalt hij op 2520 euro. De kosten voor het onderzoek van EBN zijn ook voor de aannemer.
De proceskosten zijn in totaal 12.591,56 euro. Bewoners hebben voor 75% ongelijk gehad in hun vorderingen. De aannemer moet daarom 25% van de proceskosten betalen. Opdrachtgevers krijgen hun aanvraagkosten à 405 euro niet terug.
Bewerkt naar het verslag van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen, geschilnummer 82303.

