Begane grondvloeren in gebouwen worden meestal uitgevoerd in beton, zelfs in veel houtskeletbouwpojecten. Dit vanuit de vrees dat het contact van een houten vloer met de vochtige ondergrond tot houtrot kan leiden. Sinds kort bestaat er een milieuvriendelijk alternatief voor de betonvloer: Duplicor. Dit biocomposiet materiaal voldoet aan dezelfde constructieve waarden als beton en is water- en rotbestendig.
Enkele Aer-conceptwoningen van Dura Vermeer zijn recent voor het eerst opgebouwd op Duplicor begane grondvloeren. Daarna volgde een bouwproject met vijftien appartementen van biobased woningbouwer van Bouw•Novum. Het volgende project met achttien grondgebonden eengezinswoningen van dezelfde aannemer staat al op stapel.
Leverancier van Duplicor, Holland Composites, gebruikt de biocomposiet elementen ook voor haar eigen modulaire woningbouwsysteem Qbix. Deze kleine woningen zijn geheel gemaakt van elementen van Duplicor. Van het biocomposiet kunnen namelijk naast vloeren ook dak-, wand- en gevelelementen worden gemaakt. De prefab elementen zijn licht en modulair te gebruiken, waarmee volgens Holland Composites snel en efficiënt woningen gebouwd kunnen worden.
Biobased bouwer
Oorspronkelijk werkte Bouw•Novum voor de bouw van de biobased en circulaire conceptwoningen met begane grondvloeren van beton, terwijl de woningscheidende wanden in CLT en de gevels en daken in hsb worden opgetrokken en dus biobased zijn. Volgens oprichter Marcel van den Noort zijn houten vloeren op maaiveldniveau vanwege het vocht- en rottingsgevaar niet in alle situaties een juiste keuze. “Maar ja, wij zijn een biobased bouwer en daar past beton in ieder geval niet bij. Dus stapten we daarvan af en hebben we een pilot gedraaid in onze conceptwoningen met een schelpenbed en natuurlijke isolatie in houtskeletbouw.”
Stijver en dunner
Via via kwam Bouw•Novum in contact met Holland Composites en maakte er kennis met de vloerelementen van Duplicor. Ze worden in een mal gemaakt met een compound van bioharsen uit de stengels van suikerriet of maïs en glasvezels, gecombineerd met een isolatiekern van gerecyclede PET-flessen. “Dat was interessant voor ons”, zegt Van den Noort, “want wij werken het liefst met biobased grondstoffen en verbruiken het liefst zo weinig mogelijk virgin materialen.”

Alternatief materiaal
In het eerste woningbouwproject waar de Duplicor vloerelementen zijn verwerkt, heeft Bouw•Novum samen met Holland Composities een vloeropbouw uitgedokterd. “Om de krachten van de bovenbouw van onze woningen over te brengen op de fundatie, hadden we een kernframe van houten liggers bedacht die omkleed werd met Duplicor. Maar toen bleek dat houten liggers in de langsrichting toch niet zo goed krachten konden overdragen naar de fundatie, zijn we bij het tweede woningbouwproject van dat recept afgestapt. Bovendien bleek standaard balkhout niet erg maatvast, dus bedachten we een alternatief materiaal voor de constructieve drager van de vloer. Met als uitgangspunt om de Duplicor vloer stijver te maken, en misschien wel dunner dan de eerste toepassing; die was 200 mm dik.”
Optimaliseren
Volgens ceo Jeroen Troost van Holland Composites is het inderdaad mogelijk om de vloerelementen van Duplicor voor woningbouw verder te optimaliseren. “Als we de vloerdikte kunnen verkleinen en de materialen optimaliseren, pakt dat financieel erg aantrekkelijk uit voor de aannemer”, weet hij.
Troost erkent dat de aanschaf van een Duplicor-vloer tot voor kort duurder was dan de aanleg van een betonvloer. “Betonvloeren hebben een relatief lage prijs door de geautomatiseerde productiemethode, terwijl het een hoge constructieve prestatie levert in verhouding tot de prijs. De biocomposietindustrie beschikt niet over die ervaring met productieprocesoptimalisatie. Maar als we in rap tempo beter in staat zijn om het product en het proces te optimaliseren en standaardiseren, zal ook de prijs van biocomposiet vloeren dalen en waarschijnlijk binnen een jaar zelfs onder het prijsniveau van beton komen.”

Voordelen biocomposiet
Voordelen van biocomposiet ten opzichte van beton zijn dat het materiaal de facto vijftien keer lichter en uiteraard veel milieuvriendelijker is; tenminste als het om biologisch composiet gaat. Troost: “Vroeger werden composieten gemaakt met chemische bindmiddelen. Wij gebruiken alleen biologische harsen, onttrokken aan de stengels van geoogst suikerriet of maïs. Wat dat betreft is er wereldwijd voldoende aanbod van deze gewassen voor de productie van biocomposiet. We zouden een factor miljard kunnen groeien. De voedselproductie komt echt niet in gevaar omdat we slechts het steeltje gebruiken, en niet de maïs of het suikerriet zelf.”
Holland Composites richt zich tegenwoordig voor 100 procent op de (woning)bouw. Het bedrijf maakt de biocomposiet elementen in haar eigen fabriek. “De compound van harsen en glasvezels en de isolatiekern van gerecyclede PET-flessen worden in een mal gestort. Vervolgens wordt de mal verder bewerkt met onder meer inslag inserts voor de aansluitingen van leidingen of als verbindingsstuk voor dragende elementen. Aan de bovenzijde wordt de mal dichtgezet met enkele millimeters duplexlaminaat en daarna gaat de mal de oven in en hardt het element uit tot de gewenste sterkte. De buitenzijde van het maatvaste element is dan voorzien van composiet”, beschrijft Troost het procedé.
Belastbaarheid en sterkte
Uiteraard zijn het materiaal en de toepassingen voor de bouw op belastbaarheid getest. Qua druk-, buig- en treksterkte voldoet het aan de Eurocodes zoals die ook voor beton gelden. Volgens Troost laat Holland Composites de vloer certificeren, zodat het straks als betrouwbaar valide product kan worden aangeboden aan de markt.
“Er zijn drie variabelen waar we rekening mee moeten houden: de lengte van de overspanning, de fundering en het bouwsysteem dat er bovenop komt: een houtskeletbouw, CLT-constructie of een hybride variant. We kunnen de randen van de vloer bijvoorbeeld versterken door gebruik te maken van Phonotermplaten (hoogwaardig PU-hardschuim) als er bijvoorbeeld zware CLT-wanden worden gerealiseerd.”

Herbruikbaar en recyclebaar
Volgens Troost zijn de elementen volledig herbruikbaar of recyclebaar. “Het product gaat in principe niet kapot. Alle elementen zijn losmaakbaar met schroefverbindingen.
Mocht je de elementen niet meer opnieuw gebruiken, dan kun je het composiet weer verwarmen en de vezels scheiden van de hars. Met pyrolysetechniek kun je weer nieuwe hars maken voor een nieuw product.”
Brandklasse B zonder brandvertrager
De meeste in gebouwen toegepaste composiet-elementen hebben een brandvertrager nodig om te kunnen voldoen aan een brandwerendheid van 30 of 60 minuten. Duplicor-elementen voldeden gedurende gecertificeerde testen in brandlabs van Peutz en Efectis aan brandklasse B zonder brandvertrager. “Daarmee zijn we uniek in de markt van biocomposieten”, constateert ceo Jeroen Troost van Holland Composites. “Het was een cadeautje, doordat de hars gewonnen uit maïs en suikerrietstengels van nature voldoende brandvertragend is om de prestatie-eis voor brandwerendheid te bereiken.”
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Aannemer 4 – 2025.
Op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief!

