Modulair, circulair en sociaal: zo versnelt Moos de transitie naar een nieuwe bouwrealiteit

Moos project Appelweg Amsterdam
Moos won met het project Appelweg in Amsterdam-Noord de internationale Built by Nature-prijs. De jury prees de manier waarop het bedrijf sociale woningbouw combineert met duurzaamheid en betaalbaarheid. Joost Hoffman: “We zijn gestart vanuit de overtuiging dat het anders moet.” (Foto's: Moos)

Over tien jaar wordt minstens de helft van alle nieuwbouwwoningen industrieel gebouwd. De bouwsector is dan CO2-neutraal of zelfs CO2-positief. Joost Hoffman, medeoprichter en ceo van conceptueel bouwer Moos, heeft een duidelijke visie op waar de bouw naartoe beweegt. “Industrieel bouwen biedt mogelijkheden om duurzamer, efficiënter en met meer aandacht voor de gebruiker te bouwen.”

Moos ontstond ruim vijf jaar geleden uit een idealistisch idee. Hoffman richtte het bedrijf samen met Michel Baars en Rosa Hoogma op. De oorspronkelijke naam In the Middle of Our Street – naar het nummer van Madness – symboliseerde het thuisgevoel dat Moos wil creëren. “Iedereen verdient een plek waar die zich veilig en trots voelt”, zegt Hoffman. “Een woning midden in de maatschappij.” De naam Moos, een afkorting van Middle Of Our Street, bleef uiteindelijk hangen. “Iedereen begon ons zo te noemen. En toen dachten we: ja, dat klopt eigenlijk. Wij zijn allemaal Moos.”

Joost Hoffman, ceo Moos

Joost Hoffman: “We zijn gestart vanuit de overtuiging dat het anders moet.”

Geen traditionele bouwer

Moos verschilt fundamenteel van traditionele bouwbedrijven. “Niemand van ons komt uit de bouw”, vertelt Hoffman. “We zijn gestart vanuit de overtuiging dat het anders moet.” Het bedrijf ontwikkelt industriële woonmodules die grotendeels bestaan uit restmaterialen en biobased grondstoffen. Daarmee haalt Moos een CO2-voetafdruk van minder dan 170 kilo per vierkante meter, ruim onder de grenswaarden van het Parijs-akkoord.

De kern van het succes zit volgens Hoffman in de manier van samenwerken. “We werken met een partnerecosysteem van zeventien onafhankelijke bouwspecialisten, die allemaal samenwerken om waarde te creëren en innovatie te stimuleren. We nemen samen verantwoordelijkheid voor ontwerp, productie, assemblage en realisatie. We zijn overal transparant over, van kostenstructuren tot marges. Pas als een bouwfase is afgerond, wordt er betaald.” Dat zorgt volgens hem voor een hechte samenwerking waarin fouten snel worden opgelost en innovaties direct worden gedeeld.

Assembleren in plaats van produceren

Moos noemt zichzelf bewust geen woningfabriek. “Er is al genoeg productiecapaciteit in Nederland. Wij maken beter gebruik van die capaciteit door samen te werken”, legt Hoffman uit. “Wij assembleren, we produceren niet. We huren een hal, zijn geen fabriek. Daardoor blijven we schaalbaar en flexibel.” Die aanpak leverde Moos de Built by Nature- prijs op, een internationale erkenning voor duurzame en schaalbare bouwconcepten. “De jury roemde vooral dat ons systeem herhaalbaar is”, zegt Hoffman trots. “We laten zien dat circulair en industrieel bouwen ook op grote schaal mogelijk is.”

Wonen met restwaarde

De circulaire benadering van Moos gaat verder dan het materiaalgebruik. Het bedrijf biedt opdrachtgevers een restwaardegarantie: na vijftien jaar krijgt een eigenaar tot 30 procent van de bouwkosten terug als de modules worden teruggekocht. “We willen weer eigenaar worden van de grondstoffen”, zegt Hoffman. “Zo ontstaan woningen die niet alleen een grondprijs en marktwaarde hebben, maar ook een grondstofwaarde.” Deze manier van denken vraagt om een andere kijk op waardecreatie. “Nog te vaak wordt alleen naar de initiële bouwkosten gekeken. Terwijl we juist zouden moeten investeren in kwaliteit, lagere onderhoudskosten, hogere restwaarde en meer woongeluk.”

Opschalen zonder megafabriek

De schaalbaarheid van het Moos-systeem komt volgens Hoffman door de eenvoud. Uit één module zijn zestien plattegronden te maken van 25 tot 95 vierkante meter, die tot acht lagen hoog kunnen worden gestapeld. “Doordat de focus continu ligt op die ene module, kunnen we ‘m steeds sneller, beter en betaalbaarder maken. Zo kunnen we dus eenvoudiger opschalen.”

Moos bouwt op dit moment circa 500 eenheden per jaar en wil in de komende drie jaar doorgroeien naar 1.500. Het bedrijf werkt daarbij aan diversificatie van het aanbod, waaronder de ontwikkeling van een toren van negentien verdiepingen. Ook de grote bouwers, zoals Dura Vermeer, zien de voordelen van modulair bouwen en zoeken de samenwerking met Moos.

Samen werken aan de toekomst

De visie van Moos past naadloos in samenwerkingsverbanden zoals de NH Bouwstroom, waar meerdere woningcorporaties en bouwers kennis delen en gezamenlijk projecten realiseren. “Daar zitten we echt met elkaar aan tafel”, vertelt Hoffman. “Niet als opdrachtgever en opdrachtnemer, maar als partners met een gemeenschappelijk doel: sneller, beter en duurzamer bouwen.” Hij ziet die manier van samenwerken als de toekomst. “Het klassieke model waarin iedereen zijn eigen zuil verdedigt, vertraagt de vooruitgang. Transparantie en gezamenlijke verantwoordelijkheid versnellen juist het proces. En maken het werk veel leuker.”

Van barrières naar bewustzijn

De ingeslagen weg naar een geïndustrialiseerde bouw is volgens Hoffman onomkeerbaar. “Er zijn nog steeds belemmeringen, van vergunningprocedures tot netcapaciteit, maar het bewustzijn groeit. Arbeid wordt schaarser, CO₂- uitstoot wordt beprijsd en de Total Cost of Ownership wint terrein in aanbestedingen. Het is niet meer de vraag óf we veranderen, maar wanneer. Meedoen of achterblijven, dat is de realiteit.”

Hij verwacht dat de komende jaren cruciaal worden. “De sector heeft behoefte aan duidelijke, stabiele regelgeving. Welk kabinet er zit maakt me niet zoveel uit, zolang er maar richting en consistentie komt. Dan kunnen we bouwen aan echte versnelling.”

Transitie versnellen

Hoffman is optimistisch over de toekomst. “Over tien jaar is de helft van de woningbouw industrieel en bouwen we CO2-neutraal of zelfs CO2-positief. Beton en staal blijven belangrijk, maar we gebruiken ze slimmer en zuiniger. Grondstoffen worden steeds vaker opnieuw ingezet. En afval? Dat behoort dan tot het verleden.”

Zijn overtuiging is duidelijk: “De bouw is niet innovatieloos, maar het adaptief vermogen is te klein. Bouwers hebben te weinig marge om te sturen op innovatie. Zij moeten meer ruimte krijgen om te investeren en te verdienen aan vernieuwing. Alleen zo versnellen we de transitie naar een circulaire, sociale en toekomstbestendige bouwsector.”

Cynthia Herweijer, redacteur bij Aannemer

Cynthia Herweijer is al vele jaren actief als redacteur en journalist in de bouwsector. Ze laat zich inspireren door de passie en het vakmanschap van mensen in de branche. Regelmatig bezoekt ze bedrijven en projecten om de verhalen vast te leggen van ondernemers, uitvoerders en andere betrokkenen. Naar alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.