De brandwerendheid van 650 houtskeletbouw wand- en vloerconstructies met biobased isolatie is aannemelijk gemaakt. Dat is de uitkomst van een testtraject van Nieman, Efectis en Peutz in opdracht van Building Balance.
Als je hsb-constructies wilt maken met daarin een biobased isolatiemateriaal, welke opbouw is dan minimaal nodig om een vereiste brandwerendheid van bijvoorbeeld 30 of 60 minuten te halen? Vooralsnog ontbrak het aan testresultaten op dit vlak. En dat was een argument om toch voor de gekende materialen te kiezen, met name in de seriematige woningbouw.
Constructie-overzicht
De wens om deze combinaties grootschalig te testen werd al enkele jaren geleden geuit door de NBVT, de branchevereniging voor de timmerfabrikanten, en is eind 2023 opgepakt door Building Balance.
Concreet resultaat daarvan kwam tijdens de zomer van 2025: een overzicht met 650 houtskeletbouw wand-, vloer- en dakconstructies, opgesteld door Nieman. Dat biedt timmerfabrikanten, houtskeletbouwers, aannemers, architecten en bevoegd gezag de nodige onderbouwing om biobased isolatie brandveilig toe te passen (dan wel toe te staan) in hsb- elementen voor woningbouw.
Het gaat daarbij om zowel grondgebonden woningen als appartementengebouwen tot vier à vijf bouwlagen. Het document is op 2 juli gepresenteerd in het webinar ‘Brandveilig bouwen met biobased isolatie’ en te downloaden op de website van het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen.
In het overzicht staan scheidingswanden (zowel kamerscheidend als woningscheidend), gevelelementen, binnen- en buitenspouwbladen, hellende dakconstructies, platdakconstructies en vloerconstructies. Met daarbij weergegeven: de brandwerendheid, een systeemtekening van de opbouw, de dikte en h.o.h-afstand van de stijlen, het type plaatmateriaal en of dat eenlaags of meerlaags moet zijn en het type isolatiemateriaal.
Slimme teststrategie
Het onderzoek dat Nieman, Peutz en Efectis uitvoerden in opdracht van Building Balance, was gericht op brandwerendheid, zo legt Saskia Hegeman uit in het webinar.
Brandwerendheid is het vermogen van een scheidende constructie om een brand tegen te houden. Dat wordt uitgedrukt in tijden als 30 of 60 minuten en is iets anders dan de brandklasse van een product (die wordt uitgedrukt in de letters A tot en met D).
Voor lang niet alle 650 constructies zijn daadwerkelijk brandtesten uitgevoerd. Een doel van het onderzoek was om een slimme teststrategie op te zetten. Zo kon op basis van een beperkt aantal brandtesten toch voor veel constructies een onderbouwde uitspraak worden gedaan op basis van gelijkwaardigheid. Zodat, in de woorden van Hegeman, “de route naar daadwerkelijke toepassing in de bouw zo kort en zo makkelijk mogelijk wordt.”
Voor de daadwerkelijke geteste combinaties is er geen belemmering. Gelijkwaardige oplossingen zijn nog wel ter beoordeling van het bevoegd gezag. Nieman was in het onderzoek verantwoordelijk voor de teststrategie en de doorvertaling naar de toepassingen in de bouw. Efectis en Peutz voerden de verschillende testen uit en voorzagen de resultaten en teststrategie van commentaar.
Materialen
De biobased isolatiematerialen die in het onderzoek zijn meegenomen zijn cellulose, houtvezel, vlaswol, hennepwol, hennepscheven, tarwestro en miscanthus – een aantal bovendien in verschillende dichtheden. Glaswol diende als referentiemateriaal. De materialen zijn onderling vergeleken door Peutz (volgens de norm EN 1363-1). Dat bureau tekende ook voor vijf brandwerendheidstesten met niet-dragende wanden (volgens EN 1364-1). Efectis onderzocht de dragende wanden (EN 1365-1).
Wat op het moment van schrijven nog moet gebeuren, zijn materiaaltesten volgens de Eurocode (prEN 1995-1-2). Naar verwachting hebben die geen verrassende uitkomsten en zitten alle materialen in de referentie- groep PL2 (wat inhoudt dat ze ongeveer hetzelfde reageren). Ook niet verrassend: de plaatlagen zijn het meest bepalend voor de brandwerendheid. “Dat wisten we op voorhand al, maar is in dit onderzoek gekwantificeerd”, zegt Hegeman.
Nieuwe materialen makkelijker testen
De ontwikkelde teststrategie moet de drempel voor aanbieders van nieuwe biobased isolatiematerialen verlagen. Op zo’n manier dat de aanbieder met een paar kleine testen bij een brandlab toe kan. Blijkt dat het materiaal vergelijkbaar presteert met de referentiegroep, dan kan een gelijkwaardigheidsverklaring worden aangevraagd. Materialen die slechter presteren, moeten wel apart worden getest.
Second opinion
Het onderzoek gaat ook naar BCRG (Bureau Controle Registratie Gelijkwaardigheid) voor een second opinion van het college van deskundigen op het gebied van brandveiligheid. Dat zegt Sander Rutten, projectmanager onderzoek en certificering bij Building Balance, aan het einde van het webinar. “We vertrouwen erop dat dat helpt in de acceptatie.” Building Balance gaat de resultaten ook vertalen naar metal studwanden en uitwerken tot details.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Aannemer 4-2025.

