#Bouwsector

‘Klein bouwwerk, klein risico, kleine inspanning’

Voor kleine bouwwerken onder de Wkb wordt gewerkt aan een eenvoudige manier van borgen zodat de kosten in verhouding blijven. Daarover vertelde Martijn Broeze van PlanGarant in de Wkb-lunch van 6 oktober. Ook gehoord: kwaliteitsborgers hebben wat meer souplesse nodig. “Het draait allemaal om het verkrijgen van gerechtvaardigd vertrouwen dat het bouwwerk voldoet.”

In de 7de aflevering van de serie Wkb-lunches – steeds gehost door Titia Siertsema en dit keer met diverse gasten en sidekick Hajé van Egmond aan tafel – ging het specifiek over de leerpunten uit proefprojecten van mkb-bouwers aangesloten bij de AFNL.

Een leerpunt is dat bouwers ervaren dat ze (1) best veel moeten vastleggen en (2) de verhouding tussen dat vastleggen en de omvang van het project wat scheef is. “Daar zijn wel zorgen over”, zegt Tonko Aeilkema van Emmen, een gemeente die volle bak proefprojecten draait. Uit evaluaties blijkt dat de kwaliteitsborger soms méér vraagt dan alleen voldoen aan het Bouwbesluit, legt hij uit. “We zien vervolgens dat Keuringslijsten bij volgende projecten worden ingekort. Desondanks blijft de zorg wel bestaan.”

Nationale Schildersvakprijs 2020

Handhaving

Emmen kent ook twee projecten waarbij de borger géén goedkeurende verklaring heeft kunnen afgeven. Wat dan te doen als gemeente? In feite wordt het na invoering van de Wkb niet anders dan nu, legt Van Egmond uit. “Je moet je als gemeente alleen voorbereiden op het feit dat er straks iemand anders de info op tafel legt op basis waarvan je moet gaan handhaven.” Dat is een punt waar gemeentes volgens hem wel beleid op moeten maken.

Kwaliteitsborgers hebben volgens Van Egmond op hun beurt iets meer souplesse nodig. “Een toezichthouder heeft nu een bepaalde souplesse. Als we het eeuwige voorbeeld van het plafond van 2,60 m nemen: het Bouwbesluit schrijft eigenlijk geen 2,60 voor, maar: we moeten een goede bruikbare woning hebben. Als die plafondhoogte dan een keer een centimetertje afwijkt, dan zal zo’n toezichthouder op de bouw momenteel zeggen: ‘beste aannemer, let daar nou de volgende keer op, maar ik ga je hier niet op afkeuren.’ Kwaliteitsborgers hebben dat nog niet.”

Gerechtvaardigd vertrouwen

Wat betreft bewijslast, vervolgt Van Egmond: “De wet schrijft ook geen bewijslast voor. Het draait om gerechtvaardigd vertrouwen. Oftewel: de kwaliteitsborger kijkt of hij er vertrouwen in heeft dat het bouwwerk voldoet, en moet achteraf kunnen laten zien waar hij dat vertrouwen op baseert. Dat is nét wat anders.”

Checklist kleine bouwwerken

Martijn Broeze vertelde over het initiatief van borger PlanGarant samen met keurmerk BouwGarant en wkb-instrument KiK over een eenvoudige manier van borgen, waarbij de borger het minimaal nodige doet en de aannemer op basis van een checklist goede handvatten krijgt om het juiste bewijs te leveren. Want: “Als de gemiddelde dakopbouw 40.000 euro kost, kan het natuurlijk niet zo zijn dat je 10% van de kosten kwijt bent aan een kwaliteitsborger.”

Dit initiatief is met name gericht op verbouwingen met Wkb-plichtige activiteiten. “We hebben ons daarbij afgevraagd: wat zijn de veel voorkomende gevallen die je bij een verbouwing aantreft? Daar hebben we specifiek per geval een checklist voor gemaakt.”

Als je de wet helemaal uitkristalliseert, moet je als borger een borgingsplan maken en eindverklaring doen, zegt Broeze. “Daartussen mag je met elkaar het gerechtvaardigd vertrouwen opbouwen dat zaken goed geborgd zijn. Dat vertrouwen proberen wij digitaal te valideren: heb je als aannemer voldoende vastgelegd? Is het dossier op orde? Als er dan wat is, dan kunnen we het erbij pakken.”

Subsidie

Volgens Van Egmond een prachtig voorbeeld van de uitgangspunten van de Wkb. Het gerechtvaardigd vertrouwen dat borger en aannemer samen mogen opbouwen is één, het risico-gestuurd werken is twee. “Klein bouwwerk, kleine risico’s, kleine inspanning. Vanuit BZK vinden we het dit ook waard om te ondersteunen.”

Het initiatief moet kleine verbouwingen waar kwaliteitsborging nodig is makkelijker maken en ook dubbel werk voorkomen. “Installateurs bijvoorbeeld zijn op een aantal onderdelen best goed georganiseerd, hebben goede controlesystemen– dat moet de kwaliteitsborger niet nóg een keer doen. Als we dat beter op elkaar afstemmen, dan denk ik dat dit heel effectief kan en met minder kosten dan nu uit de proefprojecten naar voren komt.”

Tweede proefproject loopt goed

Aan tafel zat ook Henk Stapel van Bouwbedrijf Muller in Veeningen, die zijn ervaring deelde met twee proefprojecten. In lijn met de feedback uit alle proefprojecten: de eerste is ploeteren, de tweede gaat al beter. “Begin 2020 startte het eerste project. Dat liep nog niet zo. We hadden zelf niet overal de tijd voor en de borger nam ons ook niet helemaal goed mee in het project.”

Bij het tweede project half 2021, lukte het wel om goede afspraken te maken met de borger. “Dat werkt hartstikke goed. We weten veel beter wat we moeten doen en kunnen verwachten. Dat is ook belangrijk voor onze onderaannemers. Onze twee vaste installateurs doen mee in de proefprojecten. Nee, die zijn totaal niet voorbereid.”

Ja, proefprojecten draaien kost extra tijd, zegt Stapel. Maar dat vindt hij niet erg. “Straks staat er een team dat weet wat het moet doen.”

Discussie zien we graag op Aannemervak, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Lees onze andere regels voor discussie hier. Met het plaatsen van een reactie verklaart u zich akkoord met deze regels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Met deze wekelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de bouw.