De binnenluchtkwaliteit in woningen verbeteren. Een nieuwe ventilatienorm is in ontwikkeling en moet hier een betere basis voor leggen, maar er is ook controle op ontwerp, uitvoering en inregeling nodig. Het seminar ‘Borging luchtkwaliteit in woningen’ op Building Holland gaf een overzicht van ontwikkelingen.
De bewoner die ’s avonds voor het slapen gaan bewust zijn ventilatierooster openzet om te ventileren en ’s ochtends hetzelfde doet in de woonkamer? Die is niet te vinden. Toch gaan de huidige NEN-normen voor ventilatie er vanuit dat de bewoner dat wel doet en precies snapt hoe ventilatie in zijn woning werkt.
Het is maar een eenvoudig voorbeeld, maar het is door diverse onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, volstrekt helder geworden dat NEN 1087 – Ventilatie nieuwe gebouwen en NEN 8087 – Ventilatie bestaande gebouwen sterk achter de praktijk aan lopen. Ze stammen uit 2001. Sindsdien is er in de bouw op het gebied van ventilatie en vooral energiezuinigheid veel veranderd. Tijd voor vernieuwing dus.
Vandaar dat in 2016 is gestart met het Plan van aanpak Herziening Ventilatienormen, die moet leiden tot een nieuwe NEN1087 in 2018. Uit onderzoeken – met name een simulatiestudie van TNO en de praktijkstudie Monicair – is een aantal aanbevelingen gekomen voor een nieuwe norm.
Drijvende krachten
De huidige NEN-norm is gebaseerd op een aantal aannames over de manier waarop lucht door een woning stroomt naar aanleiding van drijvende krachten als wind, ventilatoren en thermiek. Marco Hofman, Projectmanager ISSO en voorzitter van de NEN normcommissie: “Je kent de afbeeldingen met pijltjes wel, die laten zien hoe lucht een woning in- en uitstroomt naar aanleiding van deze drijvende krachten. Uit praktijkonderzoeken en simulaties blijkt dat het in lang niet alle ruimten altijd zo werkt. Dat de pijltjes net even anders gaan. Maar ze zijn wel de grondslag geweest voor de norm destijds. Die inzichten nemen we nu mee.”
Afvoercapaciteit en overstroomcomponenten
Een andere aanbeveling is dat ‘de autoriteit van de afvoercapaciteit moet worden vergroot bij natuurlijke componenten’. De ventilator van de mv-box heeft een maximale afvoercapaciteit die bepalend is voor de hoeveelheid lucht die hij kan afzuigen. De beschikbare toevoercapaciteit van alle ventilatieroosters bij elkaar is echter veel hoger dan de ventilator kan afzuigen. Afhankelijk van het roostergebruik kan de lucht naar binnen komen door slechts één of twee roosters, licht Hofman toe. “De bedoeling is meer actief sturende roosters te krijgen. Door betere luchtdichting in woningen is dat ook veel beter mogelijk dan in het verleden, toen woningen meer lek waren en het maar de vraag was waar die lucht vandaan kwam. Gerichter ventileren kan nu ook echt.”
Ook de borging van de werking van overstroomcomponenten – zoals kieren onder deuren – wordt hierbij opnieuw bekeken.
Bewonersgedrag
In de nieuwe norm wordt meer ‘reëel gebruikersgedrag’ opgenomen. Concreet voorbeeld: in elk meerpersoonshuishouden is een ouderlijke slaapkamer waar twee mensen slapen. Dat komt niet terug in de huidige norm, die puur is gebaseerd op verse luchttoevoer op basis van vierkante meters. In de hoofdslaapkamer wordt daardoor vaak te weinig geventileerd, zoals uit de praktijkonderzoeken duidelijk naar voren is gekomen.
Daarnaast is de bewoner zoals uit het inleidende voorbeeld blijkt een stuk minder bewust bezig met ventilatie dan de norm ‘verwacht’. “Naast dat we het ontwerp beter moeten uitleggen, moeten we ook toe naar een situatie waarbij je feedback krijgt vanuit je apparaten, zodat je als bewoner bewuster kan ventileren.”
Ondergrens
Met een nieuwe NEN-norm zijn alle tekortkomingen op ventilatiegebied overigens niet ineens opgelost. Wetten en aangewezen normen zijn een minimale ondergrens. Voor goede ventilatie is een juiste systeemkeuze en ontwerp nodig, deugdelijke uitvoering van het werk, bekwame professionals met kennis van zaken en bewuste óf juist onbewuste gebruikers die ontzorgd worden.
“Maar”, besluit Hofman, “je mag zeker wel zeggen dat de nieuwe ventilatienorm een betere garantie geeft op de goede werking van de voorzieningen in de woning.”
Sectorprogramma Nederland Gezond Binnen
Binnenluchtkwaliteit is voor bewoners momenteel nog veelal een non-issue. Om daar verandering in te brengen – en ervoor te zorgen dat de bewoner ook echt om betere ventilatie gaat vragen – is vanuit de samenwerkende kennisorganisaties in de installatiebranche onder regie van ISSO een sectorprogramma opgestart onder de noemer Nederland Gezond Binnen.
Initiatieven die op dit moment lopen zijn onder meer:
- RVO.nl Roadmapgezond binnenklimaat kantoren, zorg en onderwijs
- Platform ZEN ventilatie Neprom i.s.m. Milieucentraal
- FME/VLA Platform binnenlucht (manifest)
- Coalitie gezonde gebouwen
- Sectorprogramma Nederland is gezond binnen
- Luchtkwaliteitscampagne Longfonds
Kwaliteit ventilatiesysteem beter borgen
Hoe weten we zeker dat het ventilatiesysteem doet wat vooraf is bedacht? Door de kwaliteit van het systeem beter te borgen. Tijdens het seminar ‘Borging luchtkwaliteit in woningen’ kwamen VACpunt Wonen en TNO hierover aan het woord. Het seminar werd gehouden tijdens Building Holland in de RAI en werd georganiseerd door de VLA (Vereniging van Leveranciers van Luchttechnische Apparaten).
VACpunt Wonen (kennis- en adviescentrum voor de gebruikskwaliteit van woning en woonomgeving) heeft opdracht gekregen van het ministerie van Binnenlandse Zaken om in het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen een kwaliteitsstempel te ontwikkelen dat inzicht geeft in de gebruikskwaliteit van woningen. Een goed werkend ventilatiesysteem, met onder meer duidelijke instructies voor onderhoud, hoort daarbij. VACpunt Wonen werkt aan een protocol dat per 2018 kan worden opgenomen in instrumenten voor kwaliteitsborging. De private kwaliteitsborgers die de toezichthoudende rol van de gemeente gaan overnemen kunnen de checklist van VACpunt Wonen dan in hun controles meenemen.
TNO werkt aan eenvoudigere manieren om te testen of het ventilatiesysteem voldoet. Is bijvoorbeeld de luchtdichting van de woning goed? Dat is immers belangrijk voor een goede werking. Nu wordt vaak steekproefsgewijs een blowerdoortest ingezet om dit te meten. TNO werkt aan een methode waarbij door ventilatiekanalen dicht te zetten en het (balans)ventilatieapparaat vol te laten draaien, ook een uitspraak kan worden gedaan over de kierdichting, wat veel goedkoper en daarmee laagdrempeliger is dan een blowerdoortest.
Eenzelfde laagdrempelige methode wordt uitgedacht voor het inregelen van het ventilatiesysteem. Met behulp van een balletje in bijvoorbeeld een plastic zak of kartonnen doos kan worden getest of de hoeveelheid ingeblazen lucht voldoende is.


