In de prefab woningbouw en zelfs op de bouwplaats maken robots steeds meer hun opwachting. Toch biedt Bouwmensen, de vakopleiding voor de bouw- en infrasector geen robotica-opleidingen aan. Bouwend Nederland vindt dat vakopleidingen aanstalten moeten maken om opleidingen op dit vakgebied te ontwikkelen. Volgens directeur René Mobers van Bouwmensen Limburg komt die stap nog te vroeg. “Tot op heden heeft geen enkele bedrijfsmatige relatie van ons gevraagd een student te leveren voor de bediening of het programmeren van een bouwrobot.”
Zolang die behoefte van bouwbedrijven niet bestaat, zal volgens Mobers Bouwmensen Limburg geen opleiding in het leven roepen voor een robot-operator of engineer. Simpelweg omdat het onderwijs de vraag vanuit het bedrijfsleven volgt. “Wij zien dat het midden- en kleinbedrijf in de bouw nog relatief weinig gebruik maakt van robots. Er zijn hoogstens enkele grote concerns die her en der een robot inzetten, zoals in de prefab woningfabrieken of bijvoorbeeld laatst de metselrobot op de bouwplaats.”
De directeur van Bouwmensen Limburg is ervan overtuigd dat er in de toekomst meer bouwrobots of cobots de vakman gaan ondersteunen bij hun werkzaamheden, zowel bij de prefabricage als op de bouwplaats. Vooral in de seriematige prefabproductie van gestandaardiseerde conceptwoningen ziet Mobers zeker mogelijkheden.


Robot bedienen
Maar dan nog is het de vraag of de vakopleidingen in de bouw, zoals Bouwmensen, die roboticaopleidingen moeten aanbieden. Mobers vraagt zich af of een software-engineer of procesoperator van een robot wel past in het huidige systeem van functiegerichte profielen van Bouwmensen, die immers studenten opleidt tot timmerman of metselaar, werkvoorbereider of uitvoerder en ook wel IT-achtige functies zoals een BIM-modelleur. “Kijk, iemand die een metselrobot op de bouwplaats bedient bij het opbouwen van een gevel, moet toch ook verstand hebben van metselverbanden en het metselproces. En eerlijk gezegd: een bij ons opgeleide metselaar roert liever in die speciekuip en legt bakstenen in de specie in plaats van dat hij een robot bedient.
Datzelfde geldt ook voor een timmerman. Overigens denk ik wel dat een monteur/assembleur in de prefab woningbouwfabriek wel meer affiniteit heeft met het werken met een robot. Aan de andere kant hoeft een opgeleide robot-operator geen verstand te hebben van de engineeringstekening van een prefab woning. Daarvoor hoeft hij geen bouwopleiding te hebben genoten. Immers, de robot voert precies uit wat er op die tekening staat.”
Volgens Mobers is het geen probleem voor bedrijven om engineers of operators van bouwrobots van een andersoortige opleiding te betrekken. En dat gebeurt in de praktijk ook wel op kleine schaal. Een andere optie waar veelvuldig gebruik van wordt gemaakt is dat de leverancier van de robot werkinstructies geeft aan het personeel van de klant die het interessant vinden om zo’n apparaat te bedienen.


Doorlooptijd en kosten omlaag
Bouwend Nederland zet zich in om meer robotisering in de woningbouwfabriek en op de bouwplaats te creëren en geaccepteerd te krijgen. Immers: doorlooptijd en kosten moeten omlaag, productie en efficiëntie omhoog en volgens de brancheorganisatie kunnen robots beter repetitieve taken uitvoeren dan mensen. Arjan Walinga, expert business intelligence en data en bouwlogistiek bij Bouwend Nederland, ziet liever dat de reguliere vakopleidingen in de bouw meer op roboticagerichte opleidingen gaan ontwikkelen en aanbieden. “De bouwsector heeft simpelweg te weinig mensen om de grote bouwopgave aan te kunnen. Laatst is weer een metselopleiding gestopt vanwege een gebrek aan studenten. Robotisering vormt een deel van de oplossing voor het personeelsgebrek. Veel mkb-aannemers die ik spreek staan open voor de inzet van robots als ondersteuning bij uitvoerende werkzaamheden.”
‘Wij zien liever dat vakopleidingen meer op robotica gerichte opleidingen gaan ontwikkelen’
Te weinig vraag
Ervoor open staan en bewust zijn van het nut van bouwrobots is nog wat anders dan ze ook daadwerkelijk in bedrijf nemen. Walinga realiseert zich dat de vraag vanuit bouwbedrijven nog maar mondjesmaat is. In de prefab woningbouwfabrieken en her en der op bouwplaatsen worden robots ingezet, maar van een grootschalige concrete behoefte is nog geen sprake.
“Daarom vinden reguliere bouwopleidingen het nog te vroeg om op robotica gerichte opleidingen aan te bieden. Het gros van de bedrijven adopteert nog niet de inzet van robots. Bedenk wel dat de bouwsector een projectgefinancierde business is met geringe winstmarges en weinig financiële ruimte voor innovaties. De kosten gaan niet voor de baat uit, dus investeren in robots is lastig. Als het financieel-economisch echt niet anders kan zal die adoptie er wel komen. Pas dan gaan de opleidingen op die vraag inspelen met opleidingen.”

Kerncompetentie
Bouwend Nederland heeft wel overleg met de MBO-raad over ontwikkeling van opleidingen op dit vakgebied, maar voorlopig is daar nog geen zicht op. Intussen stimuleert de brancheorganisatie de ontwikkeling van robots die het UTA- personeel ondersteunen bij hun werkzaamheden (zie kader). Walinga windt er geen doekjes om: “Ik vind dat vakopleidingen zich moeten voorbereiden op de toenemende robotisering en opleidingen moeten gaan ontwikkelen. Het programmeren en bedienen van robots wordt nu nog niet gezien als kerncompetentie, maar dat wordt het wel en zal worden opgenomen in kwalificatiedossiers.”
De volgrobot
Bouwend Nederland is in samenwerking met Techniek Nederland, OnderhoudNL, de Koninklijke Metaalunie en onderzoeksinstituut RoboHouse aan de TU Delft bezig om een zogeheten volg-robot te ontwikkelen. Deze robot gaat uitvoerend bouwpersoneel ondersteunen in de logistiek van materiaal en gereedschap. Met andere woorden: de robot transporteert materiaal en gereedschap en legt het in volgorde neer voor de monteur. Inmiddels is het consortium met een usercase voor deze volg-robot gestart.

