Biobased isolatie is hot, maar het verwerken daarvan is andere koek dan glas- en steenwol. Het vraagt om andere werkmethoden. “Voor andere materialen heb je soms ook gewoon ander gereedschap nodig.”
Slijp je isolatiemes met een Bahco-slijper en hij gaat weer als boter door het isolatiemateriaal. Joost van der Waal van Isoleerbewust plaatst op social media om de haverklap tips over biobased isoleren. In 2020 verruilde hij zijn kantoorbaan bij een architectenbureau om zich te storten op het biobased na-isoleren van woningen. Zijn opgedane kennis deelt hij – met tomeloos enthousiasme – op LinkedIn en in workshops.
Hij gebruikt de Bahco-slijper voor zowel de handzaag als de zaagbladen van de elektrische isolatiezaag van Festool, schrijft hij in december 2024 op LinkedIn.
Nog een bericht: Probouwteam, leverancier van isolatiesnijders en toebehoren, demonstreert in een korte video op LinkedIn het Isocut Pro zaagsyteem. Een achterover hellende stellage waarin je isolatiematten kunt klemmen en met behulp van een geleider netjes op maat kan zagen. De aannemer in kwestie had een uitdaging: houtwolisolatie met schuine zijden snijden voor prefab daken.
Deze posts op LinkedIn in dezelfde week in december 2024 illustreren beide dat het isoleren met biobased materialen de wind mee heeft, maar dat daar ook andere manieren van werken en ander gereedschap en materieel bij komen kijken.
Circulair Ketenproject
Bouwbedrijf J.P. van Eesteren pakte het grondig aan en bracht in oktober 2024 de eindrapportage van het zogeheten Circulair Ketenproject uit; het sluitstuk van een onderzoek naar het toepassen van hennepisolatie in lichte scheidingswanden. Een keuze voor een specifiek materiaal dus, met een specifieke toepassing. Geenszins klein bier overigens, in de projecten van J.P. van Eesteren worden jaarlijks honderdduizenden vierkante meters metal studwand toegepast.
Deelnemers aan het onderzoekstraject zijn onder meer DGMR (voor het uitvoeren van geluids- en brandwerendheidstesten), Kingspan/Hempftax (als leverancier van de hennepisolatie) en afbouwbedrijf SBB Binnenafbouw (als partner verantwoordelijk voor het plaatsen van de binnenwanden). “We zijn het onderzoek gestart omdat we als aannemer steeds vaker met biobased materialen willen werken, maar we zien nog wel een aantal uitdagingen”, legt program- macoördinator duurzaamheid Bas Wijman uit. “Zoals op het gebied van certificering, een stuk verwerkbaarheid en algemene scepsis rondom biobased bouwen en materialen.”

Arbeidsproductiviteitstest
Om die verwerkbaarheid in de praktijk te testen, zette collega Daan Voogt een arbeidsproductiviteitstest op met verwerker SBB in de timmerwerkplaats van J.P. van Eesteren in Gouda. Doel van de test: erachter komen welk materiaal en welk materieel je nodig hebt. En wat betekent dit uiteindelijk voor de kostprijs voor – in dit geval – SBB?
Weerstand bij monteurs? Die was er, al verschilt dat van persoon tot persoon, merkt Wijman op. “Wie positiever is ingesteld, geeft aan dat het lastig is en er uitdagingen zijn, maar degene gaat er anders mee om.”
Onbekendheid met het materiaal is al direct zoiets. Een hennepisolatiedeken is anders dan de geijkte glaswoldeken. “Het soortelijk gewicht van de plaat is bijvoorbeeld veel hoger”, zegt Voogt. “Monteurs merken dat al bij het lossen van de trailer. De pakken zijn zwaarder en logger – je moet ze met zijn tweeën tillen of op zijn minst steviger beetpakken. Dat zijn kleine dingen, maar als je daar voor het eerst mee wordt geconfronteerd, is het verschil met glaswol groot. Dat wordt op rollen en lichtelijk vacuüm verpakt aangeleverd, neemt minder volume in en is makkelijker te tillen.”



Praktijktest: biobased isoleren met hennep in metal studwand
De testopstelling bestond uit een opengewerkte metal studwand, plus een deurkozijn met stijlen, zodat er passtukken nodig zouden zijn. Normaliter duwt een monteur glaswoldekens tegen de profielen en snijdt deze dan af met een Stanleymes.
Voor de test met de stuggere hennepisolatie was ook ander gereedschap beschikbaar: een accu-isolatiezaag (Festool ISC 240), een isolatiemes van Gutex en een invalcirkelzaag (TS55 van Festool). “Je merkt dat de monteur hier anders mee om moet gaan dan hij gewend is.”
In alle gevallen kost het verwerken van hennepisolatie meer tijd, blijkt uit de testen. Na een aantal proeven met hennepisolatiedekens ontstond óók het inzicht dat er andere werkvormen kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld het ineens op maat snijden van meerdere dekens in plaats van het gebruikelijke treintje ‘trapje op, isolatie op maat snijden, trapje af, volgende wand’. “Met de accuzaag van Festool kun je bijvoorbeeld pakketten van 240 mm snijden. Ofwel meerdere platen tegelijkertijd.”
Andere gereedschappen gebruiken maakt ook dat monteurs niet veilig kunnen zagen en snijden bovenop de ladder. Er is dus altijd een werkbank of zaagtafel nodig. “Bij glaswol hoeft dat niet. Dat is tijdverlies waar je rekening mee moet houden. Ook al staat die werkbank maar een paar meter verderop, op een hele dag scheelt dat toch wel weer wat. Voor deze toepassing – de lichte scheidingswand – kost isoleren met hennep dus uiteindelijk iets meer tijd. Hoeveel dat is, hangt af van de ervaring van de verwerkers en de gereedschappen die beschikbaar zijn.”
Conclusie voor de inkoop
Conclusie voor de inkoop: de partij die het aanbiedt zal een biobased toeslag in zijn prijs per vierkante meter moeten verwerken. “Wij kopen vaak een compleet product in: de hele wand inclusief isolatie, beplating en schroeven”, zegt Voogt.
J.P. van Eesteren ziet verder een rol voor toeleveranciers om verwerkers vertrouwd te maken met nieuwe materialen. “Dat is ook wel aangegeven door Kingspan”, zegt Wijman. “Dat zij goede werkinstructies en wellicht iets in de vorm van een toolbox willen uitwerken. Een ander punt dat ze aangaven: de breedte van de dekens afstemmen op Nederlandse maten in plaats van Duitse, zodat de matten beter tussen de profielen blijven zitten en er minder te zagen is.”
Festool bracht het inzicht dat er handzame eenpersoons zaagtafels voor dergelijke projecten nodig zouden zijn, aldus Wijman. “Voor hen was het totaal nieuw dat er wordt gezaagd op de tiende verdieping, waar de wanden al staan. Het project was in die zin klein qua omvang, maar groot qua impact.”



Omschakelen
Aannemer Dijkhuis uit Hardenberg isoleert als ecologisch bouwbedrijf al jarenlang biobased. Hij heeft al veel verschillende materialen uitgeprobeerd. Directeur Eberhard Dijkhuis beaamt: je hebt als bouwer ander gereedschap nodig. “Hennep is heel taai en moeilijk te verwerken, maar daar zijn speciale messen voor. Als je die hebt, gaat het wel. Voor houtvezel heb je apparaten waarmee je platen exact op maat zaagt – dan is het niet zo moeilijk.”
Voor houtwol gebruikt Dijkhuis de accu-isolatiezaag en de cirkelzaag. Voor veel materialen geldt dus: eerst kon de verwerker het af met een mes, bij biobased is vaak een zaag nodig. “Dat is omschakelen, dus het klopt wel: je kunt niet zomaar overstappen van glas- en steenwol op biobased isolatie. Maar: voor andere materialen heb je soms ook gewoon ander gereedschap nodig.”
Niet alle biobased isolatiematerialen zijn lastig te hanteren. Katoenisolatie is daar een voorbeeld van. “Het stoft niet, is makkelijk te scheuren en overal omheen te drukken”, zegt Dijkhuis. “Alleen: daarvan weet ik niet hoeveel toekomst het heeft. In feite is katoen een rotmateriaal, als je weet hoeveel energie het heeft gekost om dat te maken. Daar zou je dus eigenlijk nieuwe spijkerbroeken van moeten maken en geen isolatie. Gramitherm, grasisolatie, is ook redelijk toe te passen, maar stoft wel heel erg. Schapenwol verwerkt ook goed, maar dat gebruiken wij vooral om naden mee te vullen, als alternatief voor PUR-schuim.”
Tips voor biobased isoleren
Een aantal tips van Dijkhuis bij het verwerken van dekens, tot besluit. Allereerst, zet stijlen op de maat van de isolatiematten om het zagen beperkt te houden. Ten tweede zorgt isoleren met dekens vaak voor kiertjes en doorgaande naden. Het is beter om dan twee dunne lagen overlappend aan te brengen. De laatste tip: zaag rondom 2 centimeter extra zodat je de isolatie er goed tussen kan klemmen.
“Je moet er een beetje bij nadenken, maar dat geldt eigenlijk ook voor glas- en steenwol. Biobased isoleren vraagt naar mijn idee wel meer vakmanschap. Je moet goed opletten op aansluitingen en wat betreft kierdichting en dampopenheid goed weten wat je doet. Maar het maakt de bouw ook leuker. Je moet kennis hebben, ook van hoe je materialen verwerkt.”
….Of gaan we inblazen?
Eberhard Dijkhuis is voor het isoleren van houtskeletbouw al jaren geleden overgestapt op het inblazen van voornamelijk cellulose. “Op het moment dat je overstapt op biobased materialen, is inblazen de meest makkelijke variant. En als je het hebt over de nieuwe ontwikkelingen rondom vezelgewassen: het idee is dat we die allemaal gaan inblazen. Dat gaat dus steeds meer komen.”
Niettemin: in renovaties zijn er altijd situaties waar het niet kan of een deken makkelijker is.
Zoveel sneller
Joost van der Waal laat weten ook alleen nog maar in te blazen. De tip over de Bahco-slijper was voor de doe-het-zelver en de partijen die werken met matten. “Ik heb dat inblazen recent geleerd tijdens een cursus bij Isofloc in België en dat gaat zóveel sneller. Plus: je hebt het verticale vervoer niet meer. Je zet je inblaasmachine aan de straat en brengt het materiaal met de slang naar boven.”
Aannemer nam onlangs een kijkje bij een renovatie door VDZ Projecten van twee woningen naar passiefhuisniveau met zoveel als mogelijk biobased materialen. Flexibele isolatiedekens laat het bedrijf links liggen. “Door in te blazen weet je zeker dat je ieder naadje helemaal hebt gevuld”, zegt Walther Dingemans junior, die zelf de inblaasmachine bedient.
J.P. van Eesteren keek aanvankelijk ook naar de inblaasmethode voor het onderzoekstraject, zegt Bas Wijman desgevraagd. “Een mooi systeem, maar het wordt in de grote utilitaire sector nog niet veel toegepast. We hebben ervoor gekozen om dat buiten de scope te laten. We zien wel dat dat opkomt, die markt.”

