Renoveren op passiefhuisniveau én daarbij gebruikmaken van zoveel mogelijk ecologische bouwmaterialen als kalkhennep, houtvezel en leemstuc. De verduurzaming van twee woningen in Ulvenhout is voor VDZ Projecten een showcase.
Een blok van twee woningen uit 1955 in het dorp Ulvenhout bij Breda wordt gerenoveerd: de linker zit nog in de ruwbouwfase, in de rechter wordt al volop gestuukt. Walther Dingemans senior (57) is op missie. Hij wil laten zien waar VDZ Projecten voor staat, hoe hij renoveert en waarom hij op die manier renoveert, met de bouwplaats als presentatieruimte en praktijkleslokaal. In zijn bedrijf werken twee zoons en een ecostucadoor mee.
Op twee fronten gaat het bouwbedrijf uit Rijen hier in Ulvenhout vol op het orgel. De aannemer renoveert naar EnerPHit-niveau. Dat is de renovatievariant van de passief- huisstandaard, waarbij het energieverbruik voor het klimatiseren van de woning maximaal 25 kWh per m2 per jaar mag zijn. Dat is beter dan bij de gemiddelde BENG-nieuwbouwwoning.
Daarnaast gebruikt het bedrijf zoveel mogelijk ecologische materialen. “Onze kwaliteit is luchtdicht in bouwtechnische aansluitingen en dampopen in het systeem van opbouw: dampopener naar buiten en regulerend naar binnen met onze klimaatfolies en materialen”, zegt zoon Walther Dingemans junior.
Opdrachtgevers werken mee
Hij gaat voor door de beide woningen, om te laten zien welke ingrepen het bouwbedrijf doet. De opdrachtgever van de rechter woning wilde specifiek een biobased aannemer die met ecologische materialen werkt. De bewoner van de linker woning wilde aanvankelijk alleen een dakkapel, maar ging mee in de ambitie om op hoge kwaliteit te renoveren. Beide opdrachtgevers werken mee.
Dingemans jr.: “Er zijn een verlanglijstje en een kostenplaatje en meestal is er te weinig budget. Dan ga je middelen. Iedereen kan in principe meewerken. We geven een korte workshop en zetten iemand aan het werk. Jazeker: er worden soms best foutjes gemaakt. Die maken wij ook. Een goede aannemer lost die problemen op en dan ga je verder met het bouwproces.”
‘Van land naar pand in de wand en van de boer in de vloer’
Dak: dampopen opbouw
De daken van de woningen zijn gestript tot en met het dakbeschot. Daarvoor komt terug: een houtvezelplaat (35 mm), met daarop een waterdichte maar dampopen folie, nieuwe panlatten en nieuwe dakpannen. Aan de binnenzijde zijn de gordingen opgedikt naar 22 cm, voorzien van een vochtregulerende folie en is de ruimte tussen de balken volgeblazen met cellulose.
De afwerking zal in deze linker woning met kalkstuc zijn. Het dak is met deze opbouw dampopen en kan dus vocht opnemen en weer afgeven. Ook van dat andere voordeel van biobased isolatie – de betere faseverschuiving – gaan de bewoners gemak krijgen. “Het duurt met deze opbouw 8 tot 9 uur voordat de warmte invloed begint te hebben op de zolder”, weet Dingemans jr.
De wangen en het dak van de dakkapellen: die zijn niet biobased geïsoleerd. Tegen een dunne PIR-plaat kan wat Rc- waarde betreft geen biobased product op. “Biobased waar het kan, petrochemisch waar het moet”, is het motto.
Kopgevel vanaf buiten isoleren
Een PIR-plaat komen we ook tegen aan de kopgevel op maaiveldniveau. De bewoner van de linker woning wil die kopgevel vanaf buiten geïsoleerd hebben. Dingemans jr. heeft met epdm een waterkering gemaakt tot onder de fundering en daartegenaan de isolatieplaat gemonteerd, met een antracieten kantplank als afwerking. Aan de bovenkant daarvan zit een afwateringsprofiel. Vanaf daar isoleert de aannemer met houtvezelplaat.
“Het meest ideaal. Op het moment dat je de buitenkant isoleert, kun je de dagkanten van het kozijn ook voor een gedeelte isoleren en lucht- en winddicht afwerken. Plus: bij dit type woningen lopen de vloerbalken door in de muur. Isoleer je aan de binnenkant, dan blijven dat koudebruggen.”


Houtskeletbouw gevuld met kalkhennep
Achter de linker woning verrijst een nieuwe praktijkruimte, opgetrokken in houtskeletbouw en gevuld met kalkhennep van CaNaDry, een regionaal hennepproduct dat de aannemer zo vanuit de zak in het element schudt. Volgende plaat vastschroeven en weer verder met vullen, tot bovenaan. Dingemans jr.: “Ben je boven, dan maak je het nat en kun je het erin metselen, zeg maar.”
De vloer van de praktijkruimte is nog van beton, maar er zijn al plannen in de maak voor een vloeropbouw met het kalkhennepproduct, waarover Dingemans sr. even later meer zal vertellen. ‘Van land naar pand’ wordt hier al in de praktijk gebracht. “En de hennep kan weer terug”, benoemt Dingemans jr. “Mocht die isolatie ooit uit de elementen komen, dan kun je het over het land uitstrooien, waarmee dat land verbetert. Iets mooiers is er niet.”


Isolatie van plafond en binnengevels
Terug in de linker woning: plafond en binnengevels worden geïsoleerd met ofwel cellulose (ingeblazen) ofwel houtvezelplaten tegen de muur. Flexibele isolatiedekens laat de aannemer links liggen. “Door in te blazen weet je zeker dat je ieder naadje helemaal hebt gevuld”, zegt Dingemans jr., die zelf de inblaasmachine bedient.
VDZ Projecten doet overigens ook nog een proef in de twee woningen: welke klimaatfolie presteert nu beter? In beide woningen hangen twee verschillende merken (SIGA en ProClima). Beide claimen ze dezelfde eigenschappen (tweezijdig regulerend) en prestaties, legt Dingemans jr. uit. Met vochtmeters gaat de aannemer de praktijk monitoren.



Technische ruimte
Beide woningen krijgen een nieuwe badkamer. Daarvoor is een slaapkamer opgeofferd, maar die bruikbare vierkante meters krijgen de bewoners op zolder ruimschoots terug door de dakkapellen, aldus Dingemans jr. De oude doucheruimte is “de computer van de woning”: technische ruimte dus, met als voornaamste installatie de ventilatie-unit met wtw. “Daarin kun je niet verzaken. Wij zijn voorstander van veel isoleren en weinig installaties, maar een wtw-systeem heb je gewoon nodig. Ook een warmtepomp heeft ruimte nodig.”
Ecologisch stucwerk
Dan naar de rechter woning, die in de afbouwfase zit. Daar is de kopgevel aan de binnenzijde geïsoleerd, omdat anders de oprit naast de woning te smal zou worden. Blokken houtvezel in de slaapkamers, ingeblazen cellulose op de zolder en – om te trap begaanbaar te houden – een klein beetje PIR-plaat.
Op zolder is stukadoor Jeroen van de Maade aan de slag met de afwerking. Wat er anders is dan bij traditioneel stuken? “Dit is traditioneel stuken.” Hij smeert drie lagen basisleem. Iedere laag moet eerst drogen, “anders komt het er weer af”. Als wapening voor de naden gebruikt hij gaas of jute, dan volgen twee lagen kalkgips nat in nat. “Het is een dampopen product dat vocht opneemt en weer afgeeft. Dat doet gips niet. Maar ja, het is wel arbeidsintensiever.”


Groenste bouwer van Nederland
Walther Dingemans sr. doet beneden in de linker woning zijn verhaal aan een groep toehoorders. “Mijn doel is vijftien jaar geleden geweest om een ander bedrijf op te zetten. Voorheen had ik een traditioneel bouwbedrijf. Ik kom uit de wereld van steen, steenwol en glaswol. Het moest vooral snel. Ik was een ónderaannemer bovendien; de laagste prijs was leidend.”
Een ingrijpende privégebeurtenis bracht hem tot bezinning. Hij ging op zoek naar de oorsprong. Nieuwe missie: de groenste bouwer van Nederland worden. “Ik wilde CO2 reduceren en heb onze werkcirkel van 100 kilometer teruggebracht naar 25 km. Sinds 2018 zijn we volledig elektrisch, maar dat is het minst duurzame aan ons bedrijf. Zonnepanelen zijn het minst duurzame aan ons bedrijf. De warmtepomp is het minst duurzame aan ons bedrijf.”
Wel duurzaam wat Dingemans betreft: de keuze voor natuurlijke materialen en dampopen en luchtdicht bouwen. “Op die manier creëren we een ideaal binnenklimaat. We zijn we nog steeds afhankelijk van een stuk installatietechniek, alleen is dat aandeel bij ons veel kleiner geworden en hebben die installaties veel minder energie nodig.”
Sinds kort is hij EnerPHit-adviseur, ofwel gecertificeerd passief bouwmeester. “In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk heb ik een eretitel, sta ik naast de architect en word ik aanbeden door collega’s. In Nederland ben ik gewoon Bob de Bouwer.”
Net als de boeren
Het feit dat zijn klanten meewerken zorgt voor waardering, merkt hij. “Omdat ze zien en voelen wat wij ervaren in weer en wind en onder niet geconditioneerde omstandigheden doen. Het regent nu buiten, maar we zijn gewoon bezig. Net als de boeren.”
Het is een bruggetje naar de inmiddels gevleugelde uitspraak ‘van land naar pand’. “Van land naar pand in de wand” en “van de boer in de vloer”, rijmt hij verder. Want die betonvloer in de praktijkruimte achter hem, dat kan ook met natuurlijke materialen, betoogt Dingemans. Hij laat een mogelijke vloeropbouw zien voor plekken waar je op staal kunt funderen: membraam op het zand, 25 cm schelpen, 25 cm CaNaDry en een kalkmortelvloer erop. “Daar kan vloerverwarming in, dus je kunt het ook nog luxe maken”.
Hij is stellig: “We moeten meer natuurlijke materialen gebruiken in plaats van fossiele grondstoffen. Stoppen met de aarde te plunderen, want dat is wat we doen. We hebben 2,3 aardbollen nodig om ons comfortabele leven te kunnen leven. Earth Overshoot Day was vorig jaar op 12 april en dit jaar op 1 april – en dat is géén grapje.”
Elke ochtend staat Dingemans sr. een uur eerder op om in Rijsbergen een foto te maken van de groei van hennep. De hennep die bij hem in de wanden gaat. “Daarmee kan ik in een reel laten zien wat er gebeurt in de natuur. We zijn de realiteit kwijt. Weten niet eens dat een plantje groeit, dat er schimmels zijn. Ja, hier in de woning hadden we schimmels, omdat de vorige bouwer een thermische brug liet zitten. Had hij ingepakt met bitumen. Dat daar paddenstoelen zouden gaan groeien, wist hij niet eens. Beetje EPS erin en klaar. Dat is de manier waarop ik vroeger ook heb verbouwd.”
Dit artikel is eerder verschenen in Aannemer 5-2024.
- Nog meer interessante projecten:
- Uitdagingen en oplossingen: de aanpak van De Geus Bouw voor nieuw kantoor NH1816
- Nieuw lab van RIBO is praktijkvoorbeeld van duurzame houtbouw met hergebruikte materialen
- BURGY Bouwbedrijf restaureert 17e-eeuws grachtenpand met aanvaardbare scheefstand
- Passief en biobased: kleine details hebben invloed

