Walther Dingemans is EnerPHit-adviseur bij VDZ Projecten, een Brabants familiebedrijf dat zich toelegt op biobased en lowtech renoveren. Hij bouwt aan gezonde woningen en aan bewustwording in de bouw. Een gesprek over verantwoordelijkheid, ademende materialen en hoe je met schelpen, hennep en een goede volgorde het verschil maakt.
Walther, waar komt jouw drive vandaan om anders te bouwen?
“Ik ben ooit begonnen in de traditionele bouw. Beton, steenwol, glaswol – daar draaide het om. En eerlijk: ik was er goed in. Ik kon metselblokken van 90 kilo met de hand plaatsen, heb duizenden vierkante meters gebouwd. Maar ik ben in die wereld mensen verloren aan longziektes, onder wie collega’s die jarenlang met die materialen werkten. Op een bepaald moment wist ik: het moet anders. Niet omdat het hip is, maar omdat het nodig is.
Die omslag kwam niet van de ene op de andere dag. Je groeit in dat bewustzijn. Je ziet wat de gevolgen zijn van wat je jarenlang normaal hebt gevonden. En op een dag wil je daar geen onderdeel meer van zijn. Wat ik doe is deels activisme, deels ambacht. En ik geloof dat die combinatie noodzakelijk is. Want je kunt alleen verandering brengen als je weet hoe het wél moet. En dat moet je dóén, niet alleen bedenken.
Als je een woning binnenkomt die voelt als een natte kelder, waar paddenstoelen groeien op de muren, dan weet je: dit is geen gezonde plek om te wonen. En als je dan ook nog ziet dat mensen daar 30.000 euro hebben geïnvesteerd in een warmtepomp die ze niet nodig hadden, dan word ik daar eerlijk gezegd boos van. Daarom doen wij het anders. En daar vertel ik graag over. Niet vanuit boosheid, maar vanuit betrokkenheid.”
Wat is volgens jou het fundament van een gezonde woning?
“Alles begint bij het besef dat je woning niet alleen een plek is om in te wonen, maar ook een organisme is waarin jij leeft. Wat je woning uitademt, adem jij in. Materialen die gassen uitstoten, meubels met weekmakers, dampremmende folies die het vocht vasthouden – alles heeft effect op je gezondheid. En dat wordt vaak totaal over het hoofd gezien. Daarom werk ik met materialen die iets toevoegen. Schelpen onder de vloer bijvoorbeeld, die vocht reguleren en schimmel weren. Of hennep in de wanden – lokaal geteeld, zonder pesticiden, en met een ongelooflijk vermogen om CO2 op te slaan. Dat zijn geen ‘restproducten’, zoals ze wel eens genoemd worden, dat zijn bouwmaterialen met een missie. We zijn te ver verwijderd geraakt van wat bouwen eigenlijk is. Bouwen is zorgen – voor ruimte, voor veiligheid, voor comfort – maar ook voor gezondheid. De woning moet je niet alleen beschermen tegen weer en wind, maar ook ondersteunen in je dagelijks leven. Daarom zeg ik altijd: een gezonde woning is geen luxe, het is een basisbehoefte.”

En dan komt er iemand bij jou met de vraag: wat kost dat?
“Altijd. Dat is het eerste wat mensen vragen. Niet: wat levert het op? Maar: wat kost het? Terwijl ik denk: je investeert in je gezondheid, in je comfort, in de toekomst van je woning. Natuurlijk moet het betaalbaar blijven. Maar we vergelijken natuurlijke materialen met producten van een industrie die al decennialang wordt gesubsidieerd en schaalvoordelen heeft opgebouwd. Dat is geen eerlijke vergelijking.
Een gezonde woning is geen product van de bouwmarkt. Het vraagt om vakkennis, aandacht, tijd. En ja, dat kost wat. Maar het levert ook veel op: comfort, een gezond binnenklimaat, minder energiekosten op de lange termijn. En misschien wel het belangrijkste: het gevoel dat je ergens woont waar je lijf en geest tot rust kunnen komen.
Wij werken kleinschalig, lokaal, met veel handwerk. Mijn orderportefeuille zit vol tot ver in het volgende jaar. Ik heb geen tekort aan werk. Ik heb een tekort aan handige handen. Mensen die mee willen doen, willen leren, willen bouwen aan die gezonde woningen. Daar gaat het mij om. Ik wil jonge mensen meenemen, ze het vak laten voelen. Niet vanuit theorie, maar vanuit doen.”
Wat is volgens jou de grootste misvatting in de verduurzaming van woningen?
“Dat je begint bij techniek. Mensen kopen een warmtepomp of zonnepanelen voordat ze hun woning luchtdicht maken. Of ze isoleren met glaswol zonder goed ventilatieplan. Dat heeft schimmel, vochtproblemen en een ongezond binnenklimaat tot gevolg. En dan hebben ze duizenden euro’s uitgegeven aan iets wat de basis niet op orde brengt.
De juiste volgorde is simpel, maar essentieel: eerst luchtdicht maken. Dan ventilatie – het liefst met een WTW-systeem dat zorgt voor warmteterugwinning en een gezonde luchtbalans. Daarna ga je isoleren. En dan pas ga je nadenken over verwarming, koeling of zonnepanelen. Doe je dat andersom, dan krijg je wat wij noemen spijtoptanten. Mensen die wel wilden verduurzamen, maar het verkeerd hebben aangepakt.
Die fouten worden vaak gemaakt door goedbedoelende energiecoaches of aannemers die zelf nog in een leerproces zitten. Daar ligt ook mijn zorg: de versnelling die we willen, mag niet ten koste gaan van kwaliteit. Duurzaam bouwen is geen trucje. Het is een totaalvisie. En die moet je leren begrijpen en beheersen voordat je ermee aan de slag gaat.”
Jullie gebruiken veel biobased materialen. Wat betekent dat in de praktijk?
“Wij bouwen met hennep, stro, leem, kalk en schelpen. Materialen die ademend zijn, vochtregulerend, en – belangrijk – vriendelijk voor mens en milieu. Onze hennep komt van boeren uit Rijsbergen en omstreken. Zij hoeven geen kunstmest of pesticiden te gebruiken, want hennep groeit snel en sterk. Bovendien verbeteren ze hun bodem én leveren ze een grondstof voor ons. Een dubbele winst.
Het leuke is: we maken daar niet alleen isolatie van. We bouwen complete wanden met hennep. Zichtbare, ademende, voelbare muren. En als mensen dat liever strak afgewerkt hebben? Dan stuken we ze af met kalk- of leemstuc. Maar steeds vaker kiezen mensen ervoor om die natuurlijke materialen gewoon in beeld te laten. Omdat het mooi is, maar ook omdat het iets uitstraalt: dit is écht.
Ik geloof in circulariteit, maar dan wel lokaal. Lokaal telen, lokaal verwerken, lokaal toepassen. Dan pas heb je impact. Wij rijden niet het hele land door met een vrachtwagen vol bioafval om daar iets groens van te maken. Wij werken met boeren, ambachtslieden en architecten uit de regio. Zo ontstaat er een netwerk dat samen bouwt aan een ander systeem.”
Wat betekent lowtech bouwen voor jou?
“Lowtech betekent: slim bouwen, met minder techniek en meer inzicht. Geen ingewikkelde installaties die onderhoud nodig hebben en energie verbruiken, maar woningen die zélf reguleren. Met materialen die dampopen zijn en kunnen ademen.
Neem ventilatie. Met een goed luchtdicht huis en een slimme WTW-installatie heb je vaak al genoeg aan lucht om je woning te verwarmen. Luchtverwarming is energie-efficiënt. En water verwarmen – voor douchen of koken – is veruit het duurste onderdeel. Dus hoe minder je hoeft te verwarmen, hoe beter.
Lowtech is voor mij ook minder afhankelijk zijn van systemen die stuk kunnen gaan. Geen overgecompliceerde domotica of apps die je huis bedienen. Gewoon goed bouwen, zodat het huis zélf zijn werk doet. Warmte vasthouden in de winter, verkoeling bieden in de zomer. Dat vraagt meer denkwerk vooraf, maar levert veel op achteraf.”
Je pleit ook voor maatschappelijke waardering van vakwerk. Waarom is dat zo belangrijk voor jou?
“Omdat we in een wereld leven waarin de mensen die het hardste werken vaak het minste verdienen. Mijn vrouw werkt in de zorg – voor mij een heldin – maar ze wordt slecht betaald. Bouwvakkers, schoonmakers, verzorgenden: mensen die echt iets bijdragen worden structureel ondergewaardeerd.

Ikzelf heb een negatief zelfbeeld gehad, jarenlang. Laagopgeleid, zeiden ze dan. Tot ik begreep: ik ben niet laagopgeleid, ik ben praktisch gevormd. En ik weet precies waar ik over praat. Inmiddels geef ik lezingen en workshops en word ik gevraagd op podia. En ik zeg altijd: betaal me wat je denkt dat ik waard ben. Met dat geld help ik weer iemand die in energiearmoede leeft. Zo simpel kan het zijn.
Het gaat mij om erkenning, niet om applaus. Mensen moeten begrijpen dat het bouwen aan een gezonde leefomgeving net zo belangrijk is als zorg, onderwijs of veiligheid. En dat begint met het waarderen van de vakmensen die het werk doen. Niet als uitvoerders, maar als medeontwerpers van de toekomst.”
Je spreekt met veel passie en emotie over je werk. Wat raakt je het meest?
“Het raakt mij als ik zie dat mensen voor het eerst ademhalen in hun eigen huis. Letterlijk. Omdat het klimaat goed is, de lucht schoon, het vocht onder controle. Als ik zie dat iemand die zich jarenlang ziek voelde in een vochtige, tochtige woning, ineens opknapt. Dát is waar ik het voor doe.
En het raakt me ook als ik jongeren zie die bij ons stage lopen, soms een beetje verdwaald, en dan na een paar weken zeggen: “Dit wil ik blijven doen.” Dan weet ik dat we goed bezig zijn. We bouwen niet alleen aan huizen, maar ook aan mensen.
Ik ben niet de makkelijkste. Ik heb een verleden, ik kan fel zijn. Maar ik meen het allemaal. En ik probeer elke dag iets beter te doen dan gisteren. Voor mijn gezin, voor mijn collega’s, voor de mensen die ik mag helpen. Dat is mijn manier om iets terug te geven.”
Waar hoop je dat dit alles toe leidt?
“Mijn droom? Dat elk dorp zijn eigen Walther heeft. Iemand die lokaal biobased materialen teelt, verwerkt en toepast. Dat we stoppen met spullen van ver halen en dat we onze eigen regio’s weer gezond maken.
Ik zou willen dat we dit verhaal groots vertellen. In animaties, in theaters, op scholen. Niet om te preken maar om te inspireren. En dat mensen dan denken: hé, als hij het kan, kan ik het ook. Want ik ben geen professor, geen consultant, ik ben gewoon een bouwer met een missie. En ik wil jou laten voelen wat het betekent om weer adem te halen in je eigen huis.
Als ik ooit iets wil nalaten, dan is het dat we leren anders te kijken. Niet naar wat iets kost, maar naar wat het waard is. Dat we de mensen die met hun handen werken net zo serieus nemen als de mensen die met hun hoofd werken. En dat we woningen bouwen die bijdragen aan het leven, in plaats van het belasten. Dáár wil ik aan blijven bouwen.”
- Lees ook dit blog van Walther Dingemans: Waarom halve maatregelen die géén toekomst hebben?

