Kwaliteitsborger Nanoc Inspecties ontvangt certificaat voor Gevolgklasse 2

Theo Fransen van kwaliteitsborger Nanoc Inspecties doet een inspectieronde.
Theo Fransen van kwaliteitsborger Nanoc Inspecties doet een inspectieronde.

Kwaliteitsborger Nanoc Inspecties ontvangt het certificaat voor Gevolgklasse 1 met als aanvulling Gevolgklasse 2 en wel voor de komende drie jaar. Daarmee is Nanoc Inspecties een van de weinige kwaliteitsborgers die voor deze gevolgklasse gecertificeerd zijn. “Gezien de grote woningbehoefte zullen er veel appartementen gebouwd worden, en die vallen onder Gevolgklasse 2,” aldus directeur-eigenaar Theo Fransen.

Zekerheid over kwaliteit

Ondanks het feit dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor Gevolgklasse 2 nog niet in werking is getreden, merkt Theo Fransen dat projectontwikkelaars nu al kwaliteitsborgers inzetten voor Gevolgklasse 2-bouwwerken. Zo gaat Nanoc Inspecties een nieuwbouwcomplex met appartementen onder meer toetsen aan de Bbl en BENG-eisen. Fransen: “De eigenaren hadden gezamenlijk gezegd: we gaan een nieuw pand neerzetten. Samen hebben ze een aannemer én ons als kwaliteitsborger aangetrokken. Als eigenaren willen zij er zeker van zijn dat de kwaliteit van het complex goed is en voldoet aan de gemaakte afspraken en wettelijke eisen.”

Capaciteitsprobleem gemeenten

Vanwege het capaciteitsprobleem bij gemeenten komen toezichthouders van de bouw- en woningtoezicht in de praktijk slechts twee- tot driemaal op de bouw, stelt Fransen. “Als je als projectontwikkelaar een gebouw neerzet, dan moet je dus maar vertrouwen op de kwaliteit van de bouwonderneming, terwijl er eigenlijk maar weinig toezicht is op de kwaliteit die word geleverd. Eventuele tekortkomingen tijdens de bouw worden niet of veel later tijdens incidenten pas opgemerkt. De kwaliteitsborger is een commerciële marktpartij die een wettelijke taak uitvoert waar hij voor is gecertificeerd en die komt gewoon, dat is zeker.”

Verschil kwaliteitsborger en toezichthouder

Fransen merkt op dat er een verschil is hoe gemeentelijk toezichthouders controleren, en hoe kwaliteitsborgers controleren. “Bij een proefproject zei de gemeentelijk toezichthouder tegen mij: je gaat op deze bouw niks vinden. Daarom besloten de toezichthouder en ik allebei een rondje over de bouwlocatie te doen. De toezichthouder zou beoordelen volgens het oude regime en ik als kwaliteitsborger volgens het nieuwe regime. Na een uur zei de toezichthouder dat de bouw netjes was en dat hij niks gevonden had. Als kwaliteitsborger had ik zestien punten gevonden die niet goed zijn. Daar schrok hij wel van. Het waren allemaal geen onoverkomelijke punten en ze zijn allemaal opgelost. Maar toch het zegt wel iets over de werkwijzen.”

Fransen geeft een voorbeeld. “Op de tekening van de constructeur moest de onderdekking 8,5 cm bedragen, maar op locatie bleek deze slechts 6 cm te zijn. Dat betekende voor mij: een non-conformiteit. De toezichthouder zei evenwel die 6 cm altijd goedgekeurd te hebben. Maar de constructeur zet in een tekening toch niet voor niets 8,5 cm? Ik keur het af totdat ik nieuwe berekeningen ontvang waaruit blijkt dat 6 cm afdoende is. Ik heb daar geen emotie bij: het is goed of het is niet goed. Punt. Kom maar met een oplossing waar ik met mijn bouwkundige en constructieve kennis achter kan staan en die voldoet aan de wettelijke kaders.”

Een argument als ‘we doen het al jaren zo’ dat hij vaak van aannemers hoort, gaat volgens Fransen niet langer op. “Als ik een aannemer dat hoor zeggen, dan zeg ik: je doet het al jaren fout. En als ik het argument hoor dat gemeenten het altijd goedkeurden, dan zeg ik: de gemeenten gaan er niet langer over. Wij als gecertificeerd kwaliteitsborger voeren nu het toezicht uit. Voor de uitvoerende partijen is dat best even wennen natuurlijk.”

‘Vooral onderaannemers in de fout’

Het valt Fransen op dat de aannemers het veelal goed voor elkaar hebben, en dat het vooral de onderaannemers zijn die fouten maken. “Dit betekent dat toezicht via een paar foto’s, zonder dat de kwaliteitsborger op locatie is geweest, simpelweg niet kan en volgens de wet ook niet wenselijk is. Wij zijn niet vervelend; wij willen dat er veilig en goed gebouwd wordt. Dat is ons werk en daarvoor zijn wij gecertificeerd.”

Randen van de wet

Volgens Fransen zit de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen goed in elkaar, en heeft deze slechts nog kleine aanpassingen nodig, omdat er altijd partijen zullen zijn ‘die de randen van de wet opzoeken’ om maar zoveel mogelijk te kunnen blijven doen zoals ze het al jaren deden. “Die tijd is echt voorbij.”

Zijn advies voor aannemers? Oefen met de Wkb door samen met een kwaliteitsborger een proefproject te starten. “Onderzoek heeft geleerd dat er voldoende kwaliteitsborgers beschikbaar zijn, dus naar verwachting dat het niet heel lang meer gaan duren. Mogelijk zullen per 1 juli 2025 verbouwingen onder de Wkb gaan vallen.”

APK-keuring

Fransen maakt ten slotte de vergelijking met een APK-keuring van een auto. “Stel nou dat de keurmeester van je dealer zegt: dat remslangetje met die scheur erin of die remblokjes hoeven we niet te vervangen, die kunnen nog wel een paar kilometer mee. Keur je dan de auto goed? Natuurlijk niet. Het gaat om veiligheid. In de bouw geldt precies hetzelfde, maar zo wordt het niet gezien.”

Toezicht op de kwaliteit van het bouwwerk is ter bescherming van de bouwconsument en de aannemer zelf, besluit Fransen. “Dat moet nog tussen de oren komen. De bouwconsument of projectontwikkelaar doet er dus ook goed aan om zelf de kwaliteitsborger te contracteren.”

Wouter de Vries, hoofdredacteur van Aannemer

Wouter de Vries is hoofdredacteur van Aannemer, Bouwwereld en Bouwspecials. Als journalist, bladenmaker en neerlandicus beziet hij de aannemerij met open en frisse blik.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.