Het is te vroeg voor definitieve conclusies. Dat is het antwoord op de meeste onderzoeksvragen in de Monitoringsrapportage 2024 over de effecten van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Er is nog te weinig ervaring met het stelsel opgedaan.
Functioneert het Wkb-stelsel? Is de bouwkwaliteit verbeterd? Zijn de kosten in evenwicht met de opbrengsten? Adviesbureau Arcadis onderzocht deze en nog vier vragen in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).
De Wkb, die op 1 januari 2024 is ingegaan voor bouwwerken in Gevolgklasse 1, wordt volgens afspraak drie jaar gemonitord en dan geëvalueerd. Onder Gevolgklasse 1 vallen onder meer grondgebonden woningen, vakantiewoningen en kleine bedrijfshallen. Verbouw valt er niet onder. Arcadis heeft enquêtes uitgevoerd en interviews gedaan met aannemers, opdrachtgevers, gemeenten en de kwaliteitsborgers die sinds 1 januari 2024 de taak hebben om te controleren of een bouwwerk aan de bouwregels (Bbl) voldoet.
Op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief!
33 afgeronde projecten
Ervaring en cijfers zijn er nog te weinig. Dus is het antwoord op iedere deelvraag dat er nog geen harde conclusies zijn te trekken. Dat komt omdat het aantal bouwmeldingen in 2024 laat op gang is gekomen. De verklaring hiervoor is dat voor veel projecten nog vergunning is aangevraagd vlak voor ingang van de Wkb. De teller stond eind 2024 op 1446 projecten. De bouwmelding wordt gedaan aan het begin van het bouwproces. Afgeronde projecten zijn er dus nog minder: maar 33.
“Er zijn voorzichtige signalen dat er een positief effect is op de bouwkwaliteit en een negatief effect op de administratieve lasten”, schrijft het adviesbureau. “Er zijn echter geen zware, onvoorziene, spoedeisende knelpunten met de werking van het stelsel teruggekoppeld.”
Dat het nog te vroeg is om definitieve conclusies te trekken, horen de onderzoekers ook terug in gesprekken met de brancheorganisaties, zo schrijven ze.
‘Eerste Kamer te gemakkelijk over intrekken’
Minister Mona Keijzer (VRO) heeft naar aanleiding van de Monitoringsrapportage op 4 juli een brief gestuurd naar de Eerste Kamer. Daarin laat ze ook weten vast te houden aan de afspraak om het stelsel 3 jaar te monitoren en niet in te gaan op de oproep die op 27 mei tijdens een mondeling overleg in de Eerste Kamer is gedaan om een punt te zetten achter de Wkb. Ze schrijft in de brief haar ‘zorgen te uiten over het gemak waarmee gesproken wordt over het intrekken van de Wkb’. “Dit geluid is niet nieuw, maar heeft direct een negatief effect op de woningbouwopgave, die al onder druk staat. Ik wil dat in het belang van woningzoekende in Nederland voorkomen.”
De Minister vindt dat ze zo’n besluit ook niet kan nemen omdat zij demissionair is. “Daar komt bij dat de landelijke overlegpartijen dat mij ook niet adviseren. De afspraak dat het stelsel na drie jaar geëvalueerd wordt staat wat mij betreft vast.”

