Vaak behandelen wij zaken waarin opdrachtgevers de oplevering van werkzaamheden ter discussie stellen. Zij denken dat er sprake moet zijn van een formele oplevering voor de aannemer een eindfactuur mag opmaken.
Hoewel het raadzaam is om een formeel oplevermoment af te spreken, is dit vaak niet verplicht. Voorwaarden, zoals de UAV, kunnen een aannemer wel verplichten om de werkzaamheden formeel op te leveren. “Dergelijke voorwaarden moeten dan wel expliciet van toepassing zijn verklaard in de overeenkomst”, legt Matthijs Roos uit, jurist civiel recht bij LegalMatters.com. Het moment dat de werkzaamheden zijn opgeleverd, moet dus vaak worden afgeleid uit alle omstandigheden van het geval. “Een indicatie kan zijn dat de aannemer al zijn gereedschappen meenam van de bouwplaats. Of het verzenden van een eindfactuur.”
Gebreken
Het gevolg van oplevering is dat de aannemer op basis van artikel 7:758 BW voldoet aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst, en dat de opdrachtgever dan ook de volledige aanneemsom moet betalen. Als er een formele oplevering heeft plaatsgevonden, is het voor de opdrachtgever van groot belang dat hij de op dat moment zichtbare gebreken meldt bij de aannemer. Gebeurt dit niet, dan accepteert hij deze gebreken.
“In de praktijk is voorgaande vaak een punt van discussie. Wat te doen als de aannemer een eindfactuur opstelt en de opdrachtgever komt dan pas met een lijst met zichtbare gebreken? Het is van belang dat je oplevering van een werk schriftelijk vastlegt om onnodige discussies te voorkomen.”
Uitspraak rechtbank
Zo oordeelde de rechtbank Rotterdam in een zaak dat er geen sprake was van een ‘aanvaarde oplevering’. De reden hiervoor was onder andere dat de aannemer een eindfactuur stuurde zonder daarbij aan te geven dat de keuken volgens hem klaar was om te worden opgeleverd. De opdrachtgever maakte zijn klachten vlak erna kenbaar. En stelde de aannemer tevergeefs in de gelegenheid om herstelwerkzaamheden uit te voeren.
De kantonrechter concludeerde dat de aannemer niet opleverde. Wat hij wel deed, gebeurde niet deugdelijk en daartegen protesteerde de opdrachtgever (tijdig). De opdrachtgever gaf de aannemer voldoende gelegenheid om te herstellen. Gelet op het feit dat de aannemer meldde dat hij zich niet verantwoordelijk achtte, dat er geen herstel nodig was en dat hij slechts bereid was om te herstellen als de opdrachtgever eerst zijn facturen zou betalen, concludeerde de rechter dat de opdrachtgever geen herstel hoefde te verwachten van de aannemer. De opdrachtgever kreeg dus gelijk en de aannemer moest een forse schadevergoeding betalen.
Roos sluit af: “Gelet op bovenstaande is het belangrijk om een duidelijk oplevermoment af te spreken. Niet alleen met betrekking tot de betaling, maar ook om een betere positie te hebben in een discussie over gebreken. Let hier goed op!”

