Atto Harsta: ‘De biobased transitie vraagt om lef en samenwerking’

Atto Harsta
Atto Harsta: “We moeten met minder mensen een veel grotere opgave realiseren.” (Foto's: Dennis Wisse)

De bouwsector staat aan de vooravond van een grote omslag. Biobased bouwen is niet langer een toekomstbeeld, maar een noodzakelijke route om klimaatdoelen te halen en de stikstofuitstoot te verminderen. Transitiestrateeg Atto Harsta weet als geen ander wat daarvoor nodig is. Hij verbindt landbouw en bouw, kennis en praktijk, en werkt met onvermoeibare gedrevenheid aan een nieuwe manier van denken en doen in de sector.

Tijdens de BouwBeurs 2025 sprak Aannemer hem kort over de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Nu gaat hij dieper in op wat er werkelijk nodig is om de biobased bouwtransitie te laten slagen, van de rol van de aannemer tot de samenwerking binnen de hele keten. Vanuit De Bouwcampus in Delft, waar hij als transitiemanager werkt aan het Innovatie- en Opschalingsprogramma woningbouw, deelt Harsta zijn visie op de toekomst: een toekomst waarin bouwen niet alleen duurzaam, maar ook natuurlijk en circulair is.

Het klimaat is momenteel guur als het om duurzame doelen gaat. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Nederland het wettelijke klimaatdoel van 2030 gaat halen (55 procent minder broeikasgasuitstoot in 2030, vergeleken met 1990, red.). De kabinetsplannen zijn simpelweg onvoldoende. Moeten we die doelen in de bouw niet gewoon loslaten?

“De afgelopen jaren zat het gedachtegoed over integrale duurzaamheid, waar circulariteit en biobased onder vallen, in de lift. Maar het sentiment is totaal gekanteld, duurzaamheid is inmiddels geen beleid meer van het kabinet. Of dat de juiste weg is, is nog maar de vraag.”

Aannemers vragen zich waarschijnlijk af: ‘Moet ik iets met duurzaamheid, circulariteit en biobased materialen? Is het niet handiger om gewoon lekker door te gaan zoals we altijd al deden?’

“De aannemer moet er zeker iets mee. De gehele opgave die er ligt voor de totale bouw is zo groot, nog los van de verduurzamingsopgave! Dat krijgen we niet voor elkaar op de manier zoals we dat nu doen. Dat geldt voor de woningbouw en utiliteitsbouw, maar ook voor de infra. We hebben 60.000 arbeidskrachten nodig, halen we die dan uit het buitenland? Dat is not done. Die mensen moeten dan ook ergens wonen. We hebben momenteel een beperkt aantal mensen beschikbaar. En dat aantal neemt nog eens sterk af ook. Veel werknemers die nu 55 tot 60 jaar zijn, nemen straks afscheid van de bouw. Het komt erop neer dat we met veel minder mensen een veel grotere opgave moeten realiseren. Vergaande industrialisering, digitalisering en aanpassing van onze processen zijn hierop het enige antwoord. Dan is het gelijk meenemen van die circulaire doelen eigenlijk een no brainer.”

Industrieel bouwen is het antwoord?

“Als je industrieel gaat bouwen, is het al losmaakbaar. Dan maak je met beperkte grondstoffen al een maximaal product. Veel bedrijven hebben de keuze voor houtbouw al gemaakt, maar kiezen nu voor houtbouw én biobased. Waar we vroeger vooral bezig waren met: ‘Het moet duurzamer en circulair’, is nu het nieuwe adagium: ‘Het moet sneller, beter en betaalbaarder’. We gaan naar een markt waar je met een derde of een vierde van de arbeidsinzet een huisje bouwt.”

Denken we dan ook nog projectmatig?

“We nemen steeds meer afscheid van individuele projecten. We bewegen in de richting van continuïteit in projectoverschrijdende opdrachten naar vaste consortia (een vorm van bouwstromen). De middelgrote aannemer moet straks het perspectief krijgen dat hij niet één brug kan gaan renoveren, maar dat hij vijf of acht bruggen kan doen. Dan kan hij met zijn partners een bouwstroom inrichten om dit te individualiseren.”

Het doet me denken aan de aanbesteding van de vernieuwing van de Brienenoordbrug. De voorbereiding en de aanbesteding duurde van 2022 tot 2024 en toen meldde zich voor de aanbesteding slechts één partij. Inmiddels is de hernieuwde aanbesteding van start en is het opgesplitst in vier contracten.

“Niemand durfde in eerste instantie in te schrijven op dit project. Er kleven natuurlijk ook serieuze risico’s aan. Je ziet momenteel een omkering in de markt. Vroeger stond iedereen in de rij om een opdracht te verkrijgen, nu zeggen de opdrachtnemers: ‘Stel maar een serieus goede vraag en dan kijk ik of er zin in heb!’

Opdrachtgevers worden momenteel zenuwachtig, die denken: ‘Gaan ze wel inschrijven en voor welke prijs?’ Vraag en aanbod moeten op een andere, projectoverschrijdende manier naar elkaar toegroeien. Dat heeft alles te maken met het feit dat we sinds de oorlog een systeem hebben ingericht waarin het unieke project de hoogste waarde vertegenwoordigd. Alles is ingericht op het realiseren van het ene unieke project en elke keer tuigen we het hele circus op. Als het circus eindelijk staat dan functioneert het niet, want de partijen zijn niet op elkaar ingespeeld. En op 90 procent van de opdracht valt het circus uit elkaar, omdat iedereen alweer bezig is met het optuigen van het volgende circus.”

Atto Harsta, transitiestrateeg en oprichter en bestuurder van Building Balance.
Atto Harsta, transitiestrateeg en oprichter en bestuurder van Building Balance.
Met als gevolg dat alle opgedane kennis verloren gaat.

“Juist, er zit geen herhaling in en er wordt niet geïnnoveerd. Innovatie vraagt een langetermijndoel. Je wilt producten maken die je kunt doorontwikkelen. Je hebt iets geleerd bij de ene brug en bij de volgende brug ga je het beter doen. Dan leer je als organisatie. Het is nu weinig efficiënt. Ik vind het ook niet zo gek dat de bouwsector van alle sectoren onderaan bungelt qua rendement (op geïnvesteerd vermogen). Er valt aan projecten weinig geld te verdienen, en wat we eraan verdienen gaat er aan de achterkant weer net zo hard uit vanwege allerlei miskleunen. We blijven steeds maar weer proberen om dat hele circus – dat steeds complexer en veeleisender is geworden – voor één enkele voorstelling op te tuigen. Hou daarmee op en ga op een andere manier samenwerken. Koop bouwstromen in. Zorg dat de opdrachtgever vertrouwen krijgt in de toekomst. Dat die durft te investeren. Iedereen vindt dat eigenlijk heel logisch, maar toch doen we het niet.”

We constateerden al dat dit (demissionaire) kabinet geen stappen heeft gezet. Toch zie je vanuit de markt er een onderstroom gaande is die inzet op circulair en biobased bouwen. Een mooi voorbeeld is het Building Balance-initiatief waar dertien Nederlandse beleggers en woningcorporaties streef- én plafondwaarden hebben vastgesteld voor de materiaalgebonden CO2-uitstoot van nieuwbouw.

“Dat is een heel interessante. Nederland laat de klimaatdoelen weliswaar liggen, maar in Europees verband zijn er gewoon afspraken gemaakt waar we aan moeten voldoen. Er zijn gelukkig genoeg Nederlandse partijen die dit serieus oppakken. Als je een maximum stelt aan CO2 in bouwmaterialen dan zet je iets in gang. Het versnelt de omslag naar slimmer, circulair en biobased bouwen, maar het is nog geen tipping point. Dat zit op 20, 30 procent. Daar zijn we nog niet.”

Qua grondstoffengebruik moet het sowieso anders in de bouw?

“Ik hoop dat aannemers zich ervan bewust zijn hoe we met grondstoffen omgaan. Als je de footprint van de bouw ziet qua grondstoffen, watergebruik, energie en CO2: de bouw is kampioen in al die domeinen. Dat kan zo echt niet doorgaan.”

Wat is de rol van de aannemer in de transitie?

“Van de aannemer wordt verwacht dat die een bredere materiaalkennis gaat ontwikkelen. Hij moet straks weten waar het in het werk meer circulair kan of waar er toch nog hogesterktebeton moet worden toegepast. Er wordt meer verwacht dan voorheen. De aannemer moet meer kennis gaan inwinnen over biobased isolatiematerialen en beplating en dergelijke.”

Als we grootschalig circulair, industrieel en biobased willen gaan bouwen, hoe pakken we dat dan aan?

“Het vraagt om andere ketens, een andere manier van samenwerken, andere verdienmodellen, True Pricing en CO2-belasting. Het is natuurlijk ook best ingewikkeld allemaal. In de essentie weten we dat het anders moet, maar we willen het met minimale inspanning realiseren en we hebben of nemen geen tijd om die verandering in het bedrijf door te voeren.”

Ligt de sleutel bij industrieel bouwen?

“Ja. Met minder arbeid kun je meer doen. Er zijn veel marktpartijen ingestapt die een fabriek zijn gestart voor prefab. Een mooi voorbeeld vind ik Van der Hulst Bouwbedrijf. Dat is een aannemer die het begrepen heeft. Die is een White Label-fabriek gestart met eigen hsb-elementen. Ze produceren voor zichzelf, maar kunnen binnenkort ook BENG-proof elementen voor mkb-bouwers maken. Daarnaast leveren ze straks elementen voor de groothandel, waar particulieren en zzp’ers komen voor hun aanbouw. Het moeilijke hiervan is wel dat je met een fabriek altijd productie moet maken. Je moet 85 procent bezetting kunnen draaien. Als je voldoende snelheid kunt maken, kun je gaan doorontwikkelen en investeren. De volgende stap is dan mass customization.”

Eigenlijk is dit bijna een oproep naar de aannemer om na te denken over zijn positie.

“Zeker, je kunt beter goed inkopen dan Poolse, Roemeense en Turkse arbeiders naar je bouwplaats halen om hen het ‘oude’ werk te laten doen. Koop geïndustrialiseerde prefab producten in. Denk na over hoe je het werk aan de voorkant beter kunt organiseren. Kies als aannemer een 2D of 3D modulair concept om mee te werken. De markt gaat veranderen. In de toekomst word je een samenstellend aannemer of een samenwerkend bouwregisseur. De taak van de aannemers is dan om het circus blijvend voort te laten gaan. Dat is best een mooie rol toch?”

Nederlands goed

Wilgen zijn bij uitstek geschikt als biobased materiaal. De wilg is snelgroeiend en doet het goed in natte omstandigheden (veenweidegebied). Wilgen kunnen water zuiveren en dragen door hun snelle groei bij aan CO2- opslag. En de wilg is een echte inheemse soort met een geweldige biodiversiteitswaarde.

Atto Harsta: “De wilg is een uitstekend biobased materiaal, met als kanttekening dat je het wel op een industriële manier moet aanpakken. Je wilt wilgen machinaal kunnen oogsten en van de uitlopers (de wilgentenen) machinaal trossen (wiepen) kunnen maken. Wilgen zijn in oeverbeschoeiingen te gebruiken, maar ook als fundering voor bijvoorbeeld wegen. Het is een lichtgewicht materiaal. Met Building Balance zijn we een pilot gestart met een hsb-huis met een fundering van wilgenmatten. Het Groene Hart is bijvoorbeeld één grote spons. Daar zetten we nu zware gebouwen neer met extra lange palen voor de fundering. Misschien moeten we eens gaan heroverwegen of dat de slimste manier is.”

Gerard Vos

Gerard Vos heeft een lange geschiedenis binnen de wereld van bouw, communicatie en duurzaamheid. Als mede-oprichter en hoofdredacteur van Duurzaam Gebouwd  heeft hij zich sinds 2008 meer en meer verdiept in duurzame processen en technieken. Hierna is hij zich als freelancer steeds meer gaan richten op het schrijven van bouwbrede artikelen, onder andere voor Bouwwereld & Aannemer. Met zijn journalistieke achtergrond wordt Vos regelmaat gevraagd als dagvoorzitter. Dit doet hij momenteel jaarlijks voor de Leergang Circulair Bouwen van Deltion en Windesheim in Zwolle.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.