Blauwgroen bouwen begint op het dak

blauwgroene daken
Blauwgroene biodiverse energiedaken op Mannoury, ten tijde van het onderzoek TKI Urban PhotoSynthesis. (Foto's: Joris Voeten)

Daken krijgen steeds meer functies. Naast installaties maken ook waterberging, verkoeling, biodiversiteit en energieopwekking er steeds vaker deel van uit. Het rapport Multifunctionele vegetatiedaken van TVVL zet de specificaties van veertien blauwgroene daksystemen overzichtelijk op een rij. Met kengetallen, illustraties en ontwerprichtlijnen biedt het een stevige basis voor aannemers die aan de slag willen met natuurinclusieve en klimaatadaptieve gebouwen.

Daken worden tegenwoordig bekeken als opties voor de energietransitie, biodiversiteitsverbetering en klimaatadaptatie. Dat heeft gevolgen voor de bouw- en installatietechniek. “Vroeger kon je luchtbehandelingskasten overal neerzetten, want er was plek zat. Tegenwoordig willen we allerlei extra functies kwijt op het dak. Dat betekent iets voor een gebouw”, zegt Joris Voeten, onderzoeker nature-based solutions bij Wageningen University & Research (WUR).

Hij schreef samen met zijn collega Louden Kremer het rapport ‘Multifunctionele vegetatiedaken’ in opdracht van TVVL (kennisplatform en vereniging van professionals in de installatietechniek). Daar is in 2022 de expertgroep Blauw-Groen Bewust Bouwen ontstaan.

Multifunctionele vegetatiedaken

Deze groep ontwikkelt en deelt kennis op het gebied van multifunctionele vegetatiedaken. Insteek daarbij: “Installatietechniek moet in deze klimaatadaptieve, watersensitieve, natuurinclusieve en energie-efficiënte ontwikkeling van de gebouwde omgeving geen remmende factor zijn, maar juist een facilitator, mede-ontwikkelaar en versneller, omdat al die nieuwe functies goed ontworpen, gebouwd en voorzien moeten worden van de juiste meet- en regeltechniek”, zo is te lezen in de inleiding van het rapport.

Voeten: “De vraag vanuit TVVL was: wat weten we al van die verschillende typen blauwgroene en groene daken, blauwgroene energiedaken, daktuinen en dakparken? Denk aan gewicht, waterbergend vermogen en de waarde van zo’n systeem voor de biodiversiteit. En maak dat eens inzichtelijk voor techneuten. Kom met getallen waarmee ze kunnen rekenen.”

Getallen, illustraties, opbouwschema’s

In het rapport staan veertien daksystemen op een rij, inclusief specificaties, illustraties en schematische weergaven van de opbouw. Voeten ziet het overzicht als een brug van de beschikbare blauwgroene kennis naar architecten, constructeurs, installatie-adviseurs en aannemers. “We tonen ermee aan dat er voldoende kennis is om blauwgroene energetische infrastructuur mee te nemen op en aan een gebouw.”

Hij inventariseerde ook wat er qua normen beschikbaar is. Er blijkt er één te zijn die alle aspecten van blauwgroene daksystemen goed dekt: de nieuwe ISSO VBB FFL-norm, recent geschreven vanuit het samenwerkingsverband Nationaal Dakenplan. “Dat is erg prettig, want dat geeft architecten en constructeurs vertrouwen.”

Voeten hoopt dan ook dat met de kennis uit het rapport het omslagpunt wordt bereikt voor de natuurinclusieve en watersensitieve stad van de toekomst. “En dat grote bouwondernemingen en investeringspartijen dit soort systemen niet even bekijken als optie, maar zien dat het gemeengoed wordt. En dat ze – ondanks dat het nog niet verplicht is – de systemen toepassen vanuit ‘goed rentmeesterschap’ naar de toekomstige generaties gebouwgebruikers.”

blauwgroene daken
Onderzoek wees uit dat zonnepanelen in groen 4,4 procent meer energie opleveren door de verkoelende werking van de beplanting in vergelijking met dezelfde zonnepanelen op een aangrenzend dak, maar dan op conventionele zwarte bitumen dakbedekking.

Integraal, net als in de natuur

Wil de bouwsector ontwikkelen, ontwerpen en bouwen voor een duurzame klimaatbestendige toekomst, dan is het zaak integraal te kijken, zowel op daken als in de stad. “In stedelijke ontwikkelingen worden momenteel punten toegekend op basis van vijf, zeven of twaalf zwaluwnestkastjes. Dat is platgeslagen de verkeerde kant op.”

Zijn pleidooi: de natuurinclusieve stad bereik je door na te denken over het lokaal inwinnen van zonne-energie, het lokaal opvangen, bergen en hergebruiken van regenwater, het lokaal mogelijk maken van stedelijke verkoeling en biodiversiteit en ál die systemen die met water, grondstoffen en energie te maken hebben, met elkaar te integreren. “Nét als in de natuur. Daar zie je ook niet dat in de ene vallei de energie wordt gemaakt, die dan wordt getransporteerd naar een andere vallei waar ze toevallig stikstof aan het vastleggen zijn. Nee, de functies die nodig zijn om het ecosysteem te laten draaien, zijn verenigd in het ecosysteem zelf, op díe locatie.”

‘De productontwikkeling en de wetenschap maken grote sprongen in het sluiten van de watercyclus’

Blauwgroen isoleert beter dan standaard groendak

Niet alle getallen over blauwgroene daken zijn bekend. Het is nog niet goed te zeggen wat een blauwgroen dak doet qua isolatiewaarde. “We hebben wel het inzicht gekregen dat een blauwgroen dak – dat een waterlaag, luchtlaag en een dichter begroeide vegetatielaag heeft – een significant hogere isolatiewaarde heeft dan een standaard groendak. En dat het verschil maakt in zomer en winter. In de zomer kun je een enorme reductie krijgen van de hitte die het gebouw ingaat, omdat het niet door al die lagen heen komt. In de winter heb je een omgekeerde energiestroom van warmte uit het gebouw.”

Hoeveel dat precies is, daar is nader onderzoek voor nodig. “Omdat die warmtetransitie een complex proces is dat je met een blauwgroen dak complexer maakt. Dicht of dun begroeid, droog of nat substraat, de waterhoogte in je kratjes – er zijn meerdere knoppen. Dat is het charmante van blauwgroene daken: waterbeheer kan je regelen. We moeten dus op zoek naar een optimale inregeling van die waterbufferende werking van blauwgroene systemen tussen zomer en winter. Tenminste, als je wilt aansturen op die maximale isolerende werking. Nader onderzoek hiernaar is gewenst. Dus: doet het wat? Ja. Kun je er een getal aan hangen? Nee.”

Extra water geven

Het hittereducerende effect van een blauwgroen dak heeft wat Voeten betreft een voordeel ten opzichte van een standaard groendak. “Bij blauwgroen kun je een beetje water extra geven, zodat je beplanting niet uitdroogt en je de isolerende werking behoudt. Uiteindelijk leidt dat tot een economisch model: airco’s hoeven dan minder hard te draaien. Je bent dan niet water aan het verkwisten om de plantjes water te geven, maar een gebouw aan het koelen.

Verspilling van water? Er zijn aircosystemen waar continu stromend water doorheen gaat om die adiabatische verkoeling te realiseren en daar zegt nooit iemand wat van. Gelukkig zijn we in de wetenschap en de praktijk zover dat we prima in staat zijn om bijvoorbeeld afvalwater van de douche uit gebouwen te oogsten en in het groenpakket – met een helofytenfilter – te behandelen, zodat een gebouw zijn eigen irrigatiewater genereert uit wat anders afvalwater is. Dan hebben we hiervoor geen kraanwater meer nodig. Zowel de productontwikkeling als de wetenschap maken grote sprongen in het sluiten van de watercyclus en het verbeteren van de energieprestatie van zo’n gebouw met die nature-based solutions. Die ontwikkelingen gaan razendsnel.”

Gewenst: standaard details

Een aanbeveling die de auteur doet in het rapport: stel gestandaardiseerde detailtekeningen op. “Als je groendaken en blauwgroene daken gaat ontwerpen, hebben dakopstanden, regenwaterdoorvoeren, deuren of ramen die op zo’n groendak uitkomen, aandacht nodig. Er moet een minimale hoogte zitten tussen de onderkant van de dorpel en de bovenkant van het natte gebied. Maar is dat dan de bovenkant van het substraat, het kratje of de waterlaag? We weten: als je dat niet goed ontwerpt en die ruimte te krap is, kruipt water capillair naar binnen. Constructeurs, tekenaars en architecten worstelen daarmee.”

Kortom: een set detailtekeningen zou hierbij helpen. De do’s en don’ts van ontwerpen van blauwgroene daken. Er wordt in Europa per maand 20.000 tot 30.000 m2 blauwgroen dak aangelegd. “De projecten zijn er. Waar ging het goed en waar ging het fout? Met die informatie had ik de afgelopen tien jaar in mijn vakgebied een aantal architecten kunnen helpen.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Aannemer 2-2025

Paul Diersen, redacteur biobased bouwen

Paul Diersen is als freelance journalist en tekstschrijver actief in de bouw. Zijn voornaamste interesse: de CO2-neutrale en circulaire gebouwde omgeving die als stip op de horizon staat, en hoe we daar gaan komen. Fan van bedrijven die op dit vlak voorop lopen. Naar alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.