Het kabinet trekt 287 miljoen euro uit om de versnelling van de woningbouw de komende jaren op meerdere fronten tegelijk te realiseren. Het geld wordt gebruikt om de vergunningverlening te versnellen, veel meer gebruik te maken van fabrieksmatige bouw van Nederlandse makelij en bestaande gebouwen beter te benutten. Dat maakte minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bekend bij de aftrap van de Taskforce Versnelling Woningbouw.
De gemiddelde doorlooptijd van woningbouw bedraagt nu circa 10 jaar. Door digitalisering, standaardisatie en innovatie moet vooral het ontwerp- en vergunningentraject worden teruggebracht van 8 naar 4 jaar. Voor die versnelling is € 90 miljoen gereserveerd. Daarnaast komt er in de komende vier jaar € 156 miljoen beschikbaar om de uitvoeringskracht van gemeenten en provincies te versterken. Daarmee wil het kabinet vertragingen, stilgevallen projecten en capaciteitsproblemen in de vergunningverlening terugdringen.
Industriële woningbouw als uitgangspunt
Een tweede pijler onder de versnelling van de woningbouw is industriële woningbouw. Binnen vier jaar moet minimaal de helft van alle nieuwbouwwoningen fabrieksmatig worden geproduceerd, vooral in Nederlandse fabrieken. Prefab-elementen worden daarbij op locatie gemonteerd, wat de bouwtijd op de bouwplaats aanzienlijk verkort en de afhankelijkheid van schaarse vakmensen beperkt.
Ook werkt het kabinet aan aanpassing van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Volledig gecertificeerde industriële woningen zouden daardoor vooraf kunnen worden getoetst, waardoor achteraf geen aparte technische kwaliteitsbeoordeling meer nodig is.
Bestaande gebouwen beter benutten
Naast nieuwbouw richt de taskforce zich op optoppen, splitsen, woningdelen en ombouwen van bestaand vastgoed. Dat moet jaarlijks circa 15.000 extra woningen opleveren. Voor deze aanpak is € 41 miljoen beschikbaar. Het Rijk bekijkt daarbij ook welke wettelijke belemmeringen en overbodige regels kunnen worden geschrapt.
Minister Boekholt-O’Sullivan noemt de woningnood aanleiding om “op alle fronten” in te grijpen. Na de zomer volgt een actieplan met verdere uitwerking, inclusief nieuwe grootschalige woningbouwlocaties. Daarmee moet de versnelling van de woningbouw niet beperkt blijven tot beleid, maar ook zichtbaar worden in planning, vergunningverlening en realisatie.

