Een opdrachtgever is ontevreden over de dakkapel met draaikiepraam in de slaapkamer van zijn zoontjes. Die levert hem geen voordelen op nu de vensterbank en de raambediening veel te hoog zitten. Een probleem waar de aannemer zijn vraagtekens bij heeft.
11.600 euro betaalde de opdrachtgever extra voor een dakkapel op de tweede verdieping van zijn nieuwe eengezinswoning. Maar blij is hij er niet mee. De vensterbank van de dakkapel zit namelijk op een hoogte van 132,5 centimeter, gemeten vanaf de zoldervloer. Dat zou 90 à 100 centimeter moeten zijn. Als gevolg daarvan bevindt de raamklink zich op een hoogte van 198 centimeter.
De betreffende slaapkamer is bestemd voor de oudste twee zoons, nu drie en twee jaar oud. Door de hoge positie van het raam duurt het nog jaren voordat zij rechtdoor naar buiten kunnen kijken en het raam kunnen bedienen. De functie van de dakkapel is daarmee gelijk aan die van een – veel goedkoper – dakvenster, zoals in de andere zolderkamer is aangebracht.
De eigenaar wil de 11.600 euro terug in de vorm van een schadevergoeding. Kan dat niet, dan moet de vensterbank worden verlaagd.
Hoezo te hoog?
Met tegenzin heeft de aannemer de regel ‘raam en bediening dakkapel te hoog’ opgenomen in het proces-verbaal van oplevering. Hij is het er gewoon niet mee eens. De dakkapel is geplaatst zoals overeengekomen en aangegeven op de meerwerktekening. Om eenheid binnen het project te houden, zijn de onderkanten van de dakkapellen bij alle woningen op vijf dakpannen uit de goot ontworpen. Vanwege de verschillende dakhellingen ontstaan dan verschillende vensterbankhoogtes.
En wat is het probleem? De vensterbankhoogte in deze woning is een gangbare hoogte die veel wordt toegepast in Nederland. Een volwassene kan prima naar buiten kijken. De bediening van het raam is – zoals gebruikelijk bij draaikiepramen – in het midden van de hoogte geplaatst. Met de komst van de dakkapel is het gebruiksoppervlak van de woning vergroot en komt er meer daglicht binnen dan bij een dakraam.
‘Naar buiten kijken en de raamklink bedienen, kan prima zonder krukje’
Feitencheck
De arbiter controleert of wat op de plattegrondtekening behorende bij het meerwerk is aangegeven, in de praktijk ook is uitgevoerd. De dakkapel is op de juiste positie geplaatst. Uit die tekening – door de opdrachtgever voor akkoord ondertekend – blijkt de extra ruimte die door de dakkapel ontstaat. De hoogte van de dakkapel is niet aangegeven en zeer moeizaam te reconstrueren. Door vervolgens een blik op de daken te werpen, checkt de arbiter het verhaal van de aannemer. En inderdaad, onder de dakkapellen van de woningen in de wijk zijn steeds vijf dakpannen aangehouden.
Uitspraak
De opdrachtgever verwijt de aannemer afgeweken te zijn van het gebruikelijke. Hij stelt dat hij ervan mocht uitgaan dat de vensterbank van de dakkapel op een hoogte van 90 tot 100 centimeter zou zitten, omdat de overige vensterbanken in de woning tussen de 88 en 90 centimeter hoog zijn. Dit standpunt vat de arbiter niet. De woningeigenaar heeft het woonoppervlak gekregen dat uit de tekening blijkt. Over de hoogte van de vensterbank en de raambediening is tussen partijen niets afgesproken. Er is goed en deugdelijk werk geleverd. Dakkapellen op deze hoogte worden vaker gerealiseerd en het is gebruikelijk om de raamklink in het midden van het raam te plaatsen. Een volwassene kan naar buiten kijken en de raamklink bedienen zonder op een krukje te hoeven staan.
De opdrachtgever kan fluiten naar zijn schadevergoeding. Aan de proceskosten à 5.300,41 euro hoeft de aannemer niets te betalen. In tegenstelling tot zijn klant, die een rekening van 380 euro krijgt.
Bewerkt naar het desbetreffende verslag van de Raad van Arbitrage, geschilnummer 81.757

