Luchtdicht bouwen is in Nederland nog vaak een ondergeschoven kindje op de bouwplaats. Toch kan juist dat ene, ogenschijnlijk onzichtbare aspect het verschil maken tussen een comfortabel, energiezuinig gebouw en een woning waar bewoners of dagelijkse gebruikers de temperatuur niet op peil krijgen. Bas van Galen, mede-oprichter van Blowertechnic, ziet dit dagelijks in de praktijk.
Van Galen richtte zo’n vier jaar geleden de Nederlandse tak van het bedrijf op, na kennis opgedaan te hebben in België. Blowertechnic voert luchtdichtheidsmetingen, thermografie en aanvullende kwaliteitscontroles uit op bouwprojecten door heel Nederland en inmiddels ook ver daarbuiten. Wat hem daarbij opvalt, is dat luchtdichtheid onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) nog te vaak wordt onderschat. “Ongeveer vijftig procent van de aannemers die wij tegenkomen, heeft nog nooit een luchtdichtheidsmeting gedaan,” zegt hij. “En dan schrikken ze als wij voor het eerst komen meten.”
Belgische kennis, educatieve rol in Nederland
Blowertechnic is geen typische start-up. Het bedrijf bestaat in België al bijna twintig jaar. Van Galen leerde het vak daar in de praktijk, tussen de blowerdoortests, thermografische inspecties en metingen, onder andere voor cleanrooms, maar ook in opdracht van passiefhuisbouwers. “Daar meten ze bijna elk gebouw,” vertelt hij. “Luchtdichtheid is een standaard. Iedereen weet: die meting komt eraan, dus je hoeft eigenlijk weinig uit te leggen.”
Toen hij ongeveer vier jaar geleden Blowertechnic Nederland oprichtte, merkte hij direct het verschil. “In Nederland was het veel minder bekend. Er werd minder gemeten en minder op gestuurd. Daardoor kregen wij automatisch een soort educatieve rol. We zijn hier niet alleen aan het meten, maar vooral ook aan het uitleggen wat luchtdichtheid eigenlijk betekent. Die kennisoverdracht werd al snel een belangrijk onderdeel van de dienstverlening. Niet alleen meten dus, maar ook meedenken.”
Meer dan alleen energieverlies
Dat luchtdichtheid belangrijk is voor energieprestaties, weten de meeste bouwers inmiddels wel. Maar volgens Van Galen is dat maar één kant van het verhaal. “Energieverlies wordt vaak genoemd, maar er zijn meer effecten. Geluid bijvoorbeeld. Als je een directe luchtverbinding met buiten hebt, komt geluid ook makkelijker binnen. En vocht: via kieren kan vocht in de constructie komen, met schade op de lange termijn als gevolg. Het gaat dus ook over comfort en levensduur van het gebouw.”
Toch leeft bij sommige bouwers nog steeds het idee dat ‘een beetje frisse lucht’ geen kwaad kan. “Dan hoor je: ‘ach, wat tocht is toch niet zo erg?’ Maar als je investeert in isolatie, warmtepompen en allerlei installaties, en je laat vervolgens de luchtdichtheid liggen, dan gooi je eigenlijk een deel van die investering weg.” Hij ziet zelfs woningen waar bewoners de temperatuur niet boven de twintig of eenentwintig graden krijgen. “Dan klopt de hele energieberekening niet meer, puur omdat het gebouw té lek is.”


Luchtlekken meten én lokaliseren
De kern van het werk van Blowertechnic is de zogeheten blowerdoortest. Daarbij wordt een ventilator in een deuropening geplaatst, waarmee het gebouw op druk wordt gezet. Zo kan exact gemeten worden hoeveel lucht ongecontroleerd naar binnen of buiten stroomt.
“Als die waarde hoog is, weet je: er zitten luchtlekken,” legt Van Galen uit. “Met thermografie of rooktesten kunnen we vervolgens precies zien waar die zich bevinden.” Die combinatie van meten en lokaliseren is volgens hem essentieel. “Alleen een getal zegt nog niet waar het probleem zit. Met warmtebeelden zie je letterlijk een koude afdruk van een lek.”
Basisfouten die geld kosten
Wat hij op de bouwplaats tegenkomt, zijn zelden complexe problemen. Het zijn juist de basisdingen die misgaan. Hij somt op: “Meterkasten die openstaan, dakaansluitingen die niet goed zijn afgewerkt, kozijnen die niet zijn getapet. Het zijn simpele details, maar als je ze vergeet, haal je je waarde niet.”
Volgens Van Galen zit het probleem vooral in routine. “Aannemers die vaker meten, weten precies waar ze op moeten letten. Die scoren bijna altijd goed. Maar als je het nooit doet, denk je: dat komt op het eind wel. En dan blijkt het ineens een heel lijstje met herstelwerk. Dat herstelwerk kost tijd en geld, vaak op het moment dat de planning al onder druk staat.”
Daarom zet Blowertechnic sterk in op vroege betrokkenheid. Bij grotere projecten biedt het bedrijf zelfs gratis bouwbezoeken aan, nog vóór de eerste meting. “We komen langs om uit te leggen wat we gaan doen en waar men rekening mee moet houden. Zo kunnen we op voorhand al sturen op wat er nog openstaat qua ramen en deuren. Zo kun je altijd een meting doen die zinvol en effectief is.”
Internationale ambities
De komende jaren wil Van Galen verder opschalen, vooral richting grotere projecten en vaste samenwerkingen met aannemers. Dat betekent: niet alleen blowerdoortests, maar ook bouwkundige thermografie en geluidsmetingen. “We willen een totaalpakket bieden. Dat we echt een partner zijn voor kwaliteitscontrole. Niet alleen een meetpartij die even langskomt.”
Zijn ambitie reikt inmiddels over de grens. Blowertechnic meet al projecten in onder meer Parijs en Slovenië. “Maar uiteindelijk draait het om hetzelfde: kwaliteit leveren en gebouwen maken die ook over twintig of dertig jaar nog voldoen.”
Zijn belangrijkste boodschap aan aannemers? “Als je duurzaam wil bouwen, hoort dit er gewoon bij. Anders zit je over twintig jaar weer te verbouwen. Dat zou toch zonde zijn? Dus: zorg dat je dit belangrijke onderdeel niet laat liggen. Haal kennis bij specialisten en zorg dat je gebouw aan de norm voldoet. Dat is vaak al genoeg om een veel betere woning neer te zetten.

