De reikwijdte van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) die begin 2027 in werking treedt, is groter dan verwacht. Behalve uitzenders moeten ook detacheerders en ‘doorlenende bedrijven’ aan de Wtta voldoen. Dat zorgt voor extra administratie aan de kant van aannemers. Maar dat moeten we voor lief nemen, want de Wtta zorgt bovenal voor een eerlijker arbeidsmarkt, aldus Sipke Meindertsma.
De overheid pakt het serieus aan. Dat blijkt wel uit het feit dat recent de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt is opgetuigd: een toelatingsstelsel voor uitzend- en detacheringsbureaus. Enkel met een vergunning kun je de markt betreden. Gelijke monniken, gelijke kappen, vind ik, maar daarover later meer.
Vrijstelling aanvragen is een lastig verhaal. In de praktijk komen namelijk maar weinig ondernemingen in aanmerking voor een ontheffing. Het kan alleen als de inkomsten uit uitlenen minder dan 10 procent van je totale jaaromzet bedragen én niet hoger zijn dan 5 miljoen euro per jaar.
Bovendien raakt het veel meer bedrijven dan voorzien. De Wtta is ooit in het leven geroepen om misstanden met buitenlandse arbeidskrachten een halt toe te roepen. Lange tijd was de gedachte dat dit ‘iets van de uitlener’ was. Maar nu blijkt dat het op veel meer bedrijven betrekking heeft.
Collegiaal uitlenen
Daarbij doel ik onder meer op de aannemers die een dubbelrol vervullen. Bedrijven die dus niet alleen als inlener fungeren, maar ook arbeidskrachten uitlenen. Zoiets komt geregeld voor. Enkel bij collegiaal uitlenen, dus zonder commerciële bedoelingen, kun je een ontheffing aanvragen. Concreet voorbeeld: kale loonkosten doorberekenen mag dus wel, maar daarbovenop Algemene Kosten doorvoeren of een uurtarief van 45 euro rekenen, wordt als commercieel beschouwd. Los van aannemers krijgen ook ingenieursbureaus hiermee te maken. Kortom: de Wtta raakt onze hele sector.
Uitzendbureaus blijven als uitleners verantwoordelijk. Alleen zij die over het SNA-keurmerk beschikken, worden automatisch toegelaten tot de Autoriteit Uitleenmarkt. Intussen wordt ook het nodige gevraagd van aannemers die arbeidskrachten inlenen. Zij moeten heel alert zijn en mogen enkel zakendoen met erkende uitleners, die dus in het register staan.
Wie zich niet aan de regels houdt, riskeert een boete die kan oplopen tot 90.000 euro per overtreding.
Eerlijker arbeidsmarkt
Dat brengt extra administratie met zich mee, maar levert tegelijkertijd een eerlijker arbeidsmarkt op. Wat is namelijk de situatie: er acteren zo’n 20.000 uitzendbureaus in Nederland, waarvan er grofweg 4.000 zijn gecertificeerd en dus aantoonbaar aan de regels voldoen. Binnen die 16.000 partijen zonder registratie wordt veel gerommeld. Denk aan uitzendbureaus die proberen te ontsnappen aan de verplichte certificering door aan de slag te gaan als aannemer. Dat gaat niet werken. Daarnaast zijn er veel partijen die het niet zo nauw nemen met de regels. Denk aan een schoonmaakbedrijf dat schoonmakers uitleent die in werkelijkheid timmerwerkzaamheden verrichten.
De Wtta maakt aan dat soort praktijken een einde, doordat straks scherp wordt gecontroleerd op afdracht van loonheffingen en (naleving van) arbeidsvoorwaarden. Dat geldt ook voor de identiteitschecks van medewerkers. Daarvoor moet je loonadministratie goed op orde zijn. Het kaf wordt zo van het koren gescheiden. Hoewel de handhaving pas op 1 januari 2028 start, vallen vanaf 1 januari 2027, als de wet ingaat, de rotte appelen vanzelf uit de boom. Want wie dan geen ontheffing heeft aangevraagd, is te laat.

