Een sociale koopwoning zonder keuken. De koper tekent ervoor, maar het mag niet volgens lokale regels. De aannemer betaalt dan ook een met de gemeente afgesproken schadevergoeding. Daar probeert de koper méér van te maken, maar of de arbiter daarin meegaat?
Een sociale koopwoning opleveren zonder keuken blijkt volgens een verordening van de gemeente waar het huis is gebouwd helemaal niet te mogen. Het huis moet een basiskeuken hebben; zo zijn de lokale regels. De aannemer onderhandelt daarom met de gemeente en biedt de kopers die niet voor de meerwerkoptie van zijn keuken hebben gekozen, een vergoeding van 1.500 euro.
De koper, die al elders een keuken heeft besteld, stelt dat een basiskeuken hem 4.500 euro kost en vindt het voorgestelde bedrag te karig. Nu hij recht blijkt te hebben op een basiskeuken, wil hij 3.000 euro extra zien. Dat is de inzet van een arbitragezaak, waarin hij verder ook een klacht heeft over een te ruime technische unit op de overloop. Inzet: een schadevergoeding van ruim 17.000 euro. Ook wil hij een vergoeding van 5.000 euro voor de emotionele schade.
Akkoord op papier
De eis van de koper om 3.000 euro extra te krijgen voor de keuken, wijst de arbiter af. Vast staat dat de koper een overeenkomst heeft getekend waarbij de woning zonder keuken zou worden opgeleverd. Dat de gemeente andere eisen stelt, doet daaraan niets af volgens de arbiter.
Bovendien zijn het bedrag van 1.500 euro en het akkoord van de koper zwart op wit vastgelegd in een mailwisseling. Daar kan de koper niet zomaar op terugkomen. Volgens de aannemer was voor dat bedrag, mede dankzij projectkortingen, een basiskeuken mogelijk geweest. De arbiter acht de vergoeding daarom redelijk en wijst de vordering af.
Technische unit te groot
Het andere punt, waarover hij wel terecht aan de bel trekt, is de technische unit op de overloop. De behuizing daarvan is groter uitgevallen dan vooraf bedacht. Als gevolg daarvan is de overloop smaller dan op de tekening is aangegeven.
Doordat de behuizing van de technische unit enkele centimeters de gang in steekt, kan de badkamerdeur niet helemaal open. Hierdoor heeft de aannemer de technische unit niet kunnen afsluiten met twee draaiende deuren, zoals op de tekening was aangegeven.
Als alternatief heeft hij los te klikken panelen aangebracht die de technische unit afscheiden van de overloop, maar die oplossing is niet acceptabel. Zowel technisch – het voldoet niet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als esthetisch, aldus de arbiter. De aannemer betwist dit ook niet.
Schadevergoeding
De koper eist geen herstel maar een schadevergoeding, omdat de aannemer volgens hem niet meewerkte nadat hij hem voor het eerst in gebreke stelde. Na bestudering van de correspondentie stelt de arbiter vast dat dit inderdaad zo is. Een schadevergoeding is op zijn plaats. Daarmee is de aannemer aansprakelijk voor de gevolgen van het gebrek.
De offerte die de koper hiervoor heeft ingediend bedraagt 17.782,57 euro. Dat geld is bedoeld voor het aanpassen van de installatie en herstel van de gespacte plafonds. De aannemer komt niet in verweer tegen dit bedrag, dat de arbiter ook redelijk lijkt. Deze schadevergoeding wordt dan ook toegewezen en valt onder de Woningborg Garantie- en waarborgregeling.
De arbiter wijst de vordering van 5.000 euro voor emotionele schade af. Daarvan is hier volgens hem geen sprake. In deze zaak krijgt de koper voor 75 procent gelijk. De aannemer draait daarom op voor driekwart van de proceskosten à 7.590,63 euro. Omdat de koper niet op alle punten in het gelijk is gesteld, krijgt hij de aanvraagkosten bij de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen niet vergoed.
Bewerkt naar het verslag van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen, geschilnummer 82.709

