NEXT Level Casco: TBI zet stap naar beton met veel lagere CO₂-uitstoot

NEXT Level Casco
(Foto's: TBI)

NEXT Level Casco is voor TBI een nieuwe mijlpaal op weg naar het toepassen van duurzamer beton. Vier woningen in Roosendaal van aannemer Hazenberg hebben de primeur. “We willen dit project als breekijzer gebruiken om innovaties mainstream te maken.”

Wie over de bouwplaats van Beekhof in Roosendaal loopt, ziet ogenschijnlijk een traditioneel bouwproject. Betonwanden, kanaalplaatvloeren, PIR-isolatie – casco na casco verrijst. Maar op de eerste lentedag van het jaar, eind februari, worden hier Bossche bollen en worstenbroodjes uitgedeeld om stil te staan bij een bijzonderheid. TBI-onderneming Hazenberg bouwt vier van de 87 woningen met een nieuw betoncasco, dat op het vlak van CO2-impact een flinke klapper maakt ten opzichte van traditioneel beton.

Binnen TBI heet dat NEXT Level Casco. Het woord ‘beton’ komt daar overigens bewust niet in voor, zegt Dick van Ginkel, als innovator vanuit TBI WOONlab een van de drijvende krachten achter deze ontwikkeling. Hybride vormen – combinaties van beton met houtskeletbouw – zijn voor toekomstige projecten ook mogelijk.

Grote stappen met beton

Houtbouw mag dan populair zijn als middel om de CO2-impact van de bouwsector te verlagen, om beton kan vooralsnog niemand heen, zegt Van Ginkel. “Als je daarvan de CO2-impact kunt verlagen, maak je enorm grote stappen. Alle grote bouwers – zeker de top vijf die moet rapporteren over hun CO2-uitstoot conform de CSRD – focussen op verduurzaming van beton. Ook binnen TBI is beton een focuspunt.”

Vanaf medio 2024 werkt Van Ginkel samen met Niki Loonen (destijds nog werkzaam bij ingenieursbureau ABT, inmiddels aan boord bij TBI) en Thies van der Wal (aanjager duurzaamheid bij kanaalplaatvloerproducent VBI) aan het duurzamere betoncasco. Het idee ontstaat tijdens het TBI Klimaattrein-festival in 2024. De twee componenten daarvan zijn wanden van CO2-arm beton uit de fabriek van Voorbij Prefab (ook een TBI-onderneming) en kanaalplaatvloeren van VBI met een alternatief bindmiddel.

Betonwanden met BioChar

Een kubieke meter Nederlands beton heeft een CO2-uitstoot van gemiddeld 200 kg, waarvan cement de belangrijkste veroorzaker is. Voorbij Prefab kreeg dat getal voor de prefab betonwanden al omlaag naar 115 kilo per m3, door het toepassen van meer secundaire grondstoffen en minder cement.

Daar komt nu nog een ingrediënt bij: BioChar. Dat is een ontwikkeling waar niet alleen TBI mee werkt, maar meer betonproducenten. “We zijn wel de eerste”, weet Loonen, die producent CarStorCon Technologies tegenkwam op de Betondag in 2024.

BioChar is gemineraliseerde koolstof die wordt opgeslagen in beton. “Daardoor kan er geen zuurstof meer bij het koolstof en wordt het geen CO2. Het is van biogene oorsprong, dus we leggen daarmee, net zoals bij hout, CO2 vast. Kortom: we hebben qua CO2 een plus aan de betonkant die we zo laag mogelijk proberen te houden, en vervolgens een min aan de koolstofopslagkant.” Door de toevoeging van BioChar komt het sommetje uit op een netto uitstoot van 45 kilo CO2 per m3.

Voor het toepassen van betonwanden met BioChar zijn geen belemmeringen. Het is gecertificeerd als kleurstof, daardoor kan het als ingrediënt mee in de betonmix. Voorbij Prefab bouwt er momenteel ook appartementen mee in Utrecht (voor ERA Contour). Ook zijn er al meer projecten in de pijpleiding, laat Floris van Dam van Voorbij Prefab weten. “Dit bewijst dat bouwen met beton met een lage CO2-uitstoot op grote schaal kan. Opdrachtgevers zouden dat moeten voorschrijven. Er is geen reden om het niet te doen.”

Kanaalplaatvloeren met alternatief bindmiddel

Innovatie nummer twee is de portlandcementloze kanaalplaatvloer van VBI. De producent heeft in de vloer het bindmiddel INVIE toegepast, dat is ontwikkeld en gepatenteerd door ASCEM. Het wordt gemaakt door reststromen om te smelten, waardoor er een reactief glas ontstaat. Dit glas wordt gemalen en met enkele toevoegingen verwerkt tot een kwalitatief hoogwaardig bindmiddel. De grondstoffen van INVIE kunnen bestaan uit verschillende reststromen die geen nuttige bestemming meer hebben. Deze minerale reststoffen worden gemodificeerd en geactiveerd, waarmee de schadelijke effecten worden geneutraliseerd.

VBI presenteerde de vloer in 2024 na een periode van testen als het toekomstbestendige alternatief voor de huidige betonvloer. Insteek daarbij: wie van massieve vloeren naar kanaalplaatvloeren gaat, maakt al een flinke sprong door minder materiaal te gebruiken. Het vervangen van portlandcement zorgt voor nog meer winst.

De kanaalplaat is eind 2025 gevalideerd door het Betoninnovatieloket op TRL 6 (Technology Readiness Level). Dat houdt in dat de prestaties zijn aangetoond met onderbouwde testen en proeven, zodat er praktijkpilots mee gedraaid mogen worden. Beekhof Roosendaal is op dat vlak de eerste.

Montage verschilt niet van traditioneel

Nieuwe producten in de bouw worden soms niet toegepast, omdat ze veranderingen vragen in de manier waarop aannemers werken. Dat is hier op geen enkele manier aan de hand, beaamt projectleider Arno van den Broek van aannemer Hazenberg. “In basis is er geen verrassing qua uitvoering.”

Hij wijst naar de vloeren die klaarliggen voor montage, waarbij het verschil tussen de kanaalplaatvloeren mét en zonder cement nauwelijks zichtbaar is. BioChar zorgt wel voor een duidelijk zichtbaar verschil: de wand is een paar tinten donkerder grijs dan gewoonlijk. Voorbij Prefab testte overigens of daarvan iets is terug te zien zo gauw er stuc- of spuitwerk opzit – dit blijkt geen probleem.

Van den Broek haakte als projectleider van het uitvoeringsteam aan bij de pilot en onderhield het contact met de gemeente. Tijdens overleg over het borgingsplan voor het project bracht hij naar voren dat Hazenberg en TBI WOONlab op Beekhof een pilot wilden draaien met het NEXT Level Casco. “De gemeente stond daar positief in. Ik ben hen doorlopend blijven informeren over de ontwikkelingen. De validatie van het Betoninnovatieloket was voor ons de laatste stap die gezet moest worden, ook richting de gemeente. Een nieuwe ontwikkeling moet wel gedragen zijn.”

Opschaling

Dat bouwers nu vijf demonstratieprojecten met de portlandcementloze kanaalplaatvloer mogen uitvoeren is mooi, maar het is nog niet voldoende. Het betekent dat je voor ieder project weer “door de hoepeltjes moet” bij betrokken gemeenten, noemt Van Ginkel. Certificatie is een horde die nog genomen moet worden om er een mainstream product van te maken. “Certificerende instanties kunnen het product niet beoordelen, omdat er volgens een Europese norm cement in beton hoort te zitten. Hier zit geen cement in, dus kan het niet, is de uitleg. Als we op deze manier blijven denken, komen innovaties niet verder. Terwijl met validatie is aangetoond dat dit product presteert.”

Het belang van pilotproject Beekhof is daarom groot: “We willen dit project als breekijzer gebruiken om dit soort innovaties mainstream te kunnen maken.” In april houdt TBI er een open dag. “Het liefst willen we daar onze nieuwe Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Elanor Boekholt-O’Sullivan, red.) bij hebben, om te laten zien dat duurzaam bouwen kan en dat je ook aantallen kunt halen. En dan kan ook de kostprijs naar beneden.” De ontwikkeling van NEXT Level Casco werd financieel ondersteund door de TBI Klimaattrein, die onder meer fungeert als fonds voor duurzame initiatieven en pilotprojecten.

Bioafvalstromen als bron

CO2 in de atmosfeer wordt biogeen materiaal en weer CO2, dat is de biologische cirkel. “We hebben te veel koolstof die diep in de grond zat in de atmosfeer gebracht. Een deel van die koolstof pakken we weer terug en leggen we vast in beton”, zo legt Niki Loonen de gedachte achter BioChar uit. Dat kan alleen op een verantwoorde manier door met bioafvalstromen te werken.

BioChar komt van afvalhout van houtzagerijen uit Oostenrijk en snoeihout langs de snelwegen in Duitsland. “Normaal gesproken maken ze daar pellets van, die worden verbrand. Door pyrolyse maak je er stroom van, plus koolstof. Die koolstof leggen we vast in beton.”

TBI is bewust gestart met wanden voor woningen. “Omdat we daar niet te maken hebben met aantastingsmechanismen zoals bijvoorbeeld in de fundering. Constructief en mechanisch werkt alles perfect. Hoe het scoort op álle levensduuraspecten weten we nog niet.”

Op termijn ook buitenbeton

De producent van BioChar heeft daar wel onderzoek naar gedaan en beschikt over certificaten, maar die onderzoeken zijn uitgevoerd op betonelementen met portlandcement. “Wij gebruiken weinig portlandcement en veel hoogovenslakken. We starten een onderzoekstraject om al die schadelijke mechanismen te testen op beton met en zonder BioChar, zodat we ook naar andere toepassingen kunnen. Voor nu is het binnenbeton, maar ik ga ervan uit dat we op termijn ook buitenbeton kunnen maken.”

Voorbij Prefab heeft LCA-berekeningen laten uitvoeren en een EPD beschikbaar. De CO2-opslag van BioChar is daar een los getal, omdat die biogeen telt, net als bij hout. Meetellen voor de MPG doet het daarom niet. Het uitgangspunt is dat een gebouw na 75 jaar wordt verbrand en die opgeslagen CO2 weer vrijkomt. Dat is het chagrijn van de houtsector en geldt voor BioChar momenteel ook. “Voorlopig telt het als biogene opslag”, zegt Loonen. “Er zijn allerlei ontwikkelingen waaruit je kunt afleiden dat gemineraliseerde koolstof vastgelegd in beton dusdanig vastzit dat je er uiteindelijk wel mee mag rekenen in de MPG.”


Beton verduurzamen is noodzaak

TBI heeft geen exclusiviteit op de vijf testprojecten. Aannemers die het Betonakkoord hebben ondertekend, mogen pilots met de cementloze kanaalplaatvloer draaien, noemt Thies van der Wal (VBI). Het project in Roosendaal is ook voor VBI belangrijk. Laten zien dat het werkt, daar kan geen rapport tegenop. “Telling is selling.”

Precies dit soort ontwikkelingen past volgens VBI bij de richting die Europa met de Industrial Accelerator Act probeert te stimuleren, namelijk het creëren van ruimte en marktvraag voor CO₂-arme bouwmaterialen in de praktijk. Een ander aspect voor opschaling is de vraag uit de markt.

Strategisch nadenken

Beton verduurzamen is volgens Dick van Ginkel hoe dan ook een noodzaak. Cementprijzen stijgen de komende jaren, zeggen prognoses. Verder worden in Nederlands beton veel hoogovenslakken als cement gebruikt. “Mocht Tata Steel weggaan, dan hebben we geen hoogovenslak meer. We moeten dus strategisch nadenken over andere grondstoffen en andere bindmiddelen.”

Voor aannemers is het van belang om de CO2-uitstoot van projecten te verlagen. “Klimaatschade is niet gratis. Bouwprojecten kunnen als vehikel dienen om CO2 in op te slaan en mee te helpen aan een betere wereld.”

Paul Diersen, redacteur biobased bouwen

Paul Diersen is als freelance journalist en tekstschrijver actief in de bouw. Zijn voornaamste interesse: de CO2-neutrale en circulaire gebouwde omgeving die als stip op de horizon staat, en hoe we daar gaan komen. Fan van bedrijven die op dit vlak voorop lopen.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.