Openstaande vingerlassen in de buitenkozijnen van een nieuwbouwwoning leiden tot klachten van kopers. De aannemer komt met een herstelplan, maar dat is volgens de kopers niet goed genoeg. Hoe oordeelt de arbiter?
De buitenkozijnen van de woning – opgeleverd in 2016 – zijn gemaakt van gevingerlast mahonie. In de jaren na oplevering gaat een aantal vingerlassen openstaan. De kopers trekken aan de bel. De aannemer erkent het probleem: gevolg van een lijmfout in de partij hout waarmee hij de kozijnen maakte. Dit speelt bij meerdere van zijn projecten. De aannemer vraagt een deskundige om een herstelplan. Hij laat in 2020 en 2021 de openstaande vingerlassen repareren, de kozijnen opnieuw schilderen en zegt toe het werk na twee jaar nog eens te beoordelen. De kopers krijgen bovendien tien jaar garantie op het herstelwerk, mits zij zelf het schilderwerk onderhouden volgens de voorschriften. De inspectieronde na twee jaar komt er, eind 2023 inventariseert de aannemer opnieuw de gebreken. Dat zijn er minder dan in 2020. Ook deze zal hij herstellen.
Ho, stop: de kopers trappen op de rem en stappen naar de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen. Zij menen dat de herstelmethode niet grondig genoeg is en eisen dat de aannemer de aannemingsovereenkomst (‘goed en deugdelijk werk’) nakomt, dan wel een schadevergoeding betaalt voor waardevermindering van hun woning. Een dwangsom van 500 euro per dag moet daarbij dienen als stok achter de deur.
Sterkte kozijn
De kritiek van de kopers op de herstelmethode (verwijzend naar een oordeel van een deskundige): de reparaties van de openstaande vingerlassen hebben uitsluitend aan de twee van de vier zijden van het kozijn plaatsgevonden, de buitenste bereikbare zijden. Tevens zijn de vingerlassen maar over een diepte van 10 mm gerepareerd. Dat zou de sterkte van het kozijn verminderen en die zou daarmee ook niet meer voldoen aan de BRL 0807 (Beoordelingsrichtlijn voor vulmiddelen van hout). Ook is er nog steeds vochtindringing mogelijk, stellen de kopers.
De arbiter redeneert dat de herstelde kozijnen sterk genoeg zijn en blijven, en bovendien geen dragende functie hebben. De verwijzing naar de BRL gaat in dit geval niet op, omdat die betrekking heeft op de reparatie van hoekverbindingen (dat is hier niet aan de orde). Vochtindringing in de herstelde vingerlassen lijkt de arbiter een theoretisch risico, want de eerste reparaties zijn inmiddels al een paar jaar oud en zien er nog goed uit.
Er gaan nog meer vingerlassen openstaan die ook gerepareerd moeten worden, is een door de kopers aangevoerd punt. Dat is inherent aan de herstelmethode van de aannemer, aldus de arbiter. Na verloop van tijd zullen steeds minder vingerlassen gaan openstaan omdat er al veel zijn gerepareerd, redeneert hij. Dat blijkt al uit de tweede inspectieronde.
Kozijnen met bulten en deuken
Een esthetisch punt: de herstelplekken zorgen voor bulten en deuken. Het zijn daardoor geen strakke kozijnen meer zoals je bij een nieuwbouwwoning mag verwachten, menen de kopers. De arbiter gaat hierin mee. Wat het uiterlijk betreft voldoet de herstelmethode van de aannemer niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Maar er is geen lokale herstelmethode waarbij de plekken niet blijvend zichtbaar zullen zijn, dus een andere herstelmethode voorschrijven heeft geen zin.
Dit leidt tot de vraag of het vervangen van de kozijnen dan gerechtvaardigd is. De arbiter oordeelt van niet, dat gaat te ver. De kozijnen functioneren, vervanging leidt tot minder goede detaillering bij de aansluiting op de woning en ook wat betreft de kosten zou dit onredelijk zijn.
Oordeel
Kortom: de aannemer mag doorgaan met de herstelmethode die hij hanteert. Hij heeft dat al netjes opgepakt, dus een dwangsom is niet nodig. Een schadevergoeding van 5.000 euro voor waardevermindering van de woning is gerechtvaardigd vanwege het esthetische aspect.
De kopers hebben voor een groot deel ongelijk gekregen. De arbiter bepaalt de verhouding op 80/20. De aannemer krijgt daarom 20 procent van de proceskosten (3.953,30 euro) op zijn bord. De kopers krijgen hun aanvraagkosten van 450 euro niet terug, volgens het Geschillenreglement van Woningborg.
Bewerkt naar het verslag van de Raad van de Arbitrage in Bouwgeschillen, geschilnummer 82.615.

